woensdag 31 januari 2007

chique miserie

"En zijn neus toeknijpend zegt johan janssens: gisteren ben ik nog de kunstwereld gaan opzoeken om een critiek te schrijven voor het geestesleven... ik heb daar heel die tragi-comische schijnwereld van artisten nog eens aanschouwd alsof het voor de laatste keer was: die pijpen en die lange haren en die artistiek uitgestalde bohemers-miserie... zeer chique miserie, zeer kunstvolle miserie... danse triste de granados... terwijl ik er met afgrijzen moest aanschouwen hoe ze achter mijn weekbladschrijverlijk gat liepen om een gunstige critiek te krijgen... en van kunst weten zij niets af, ze verwarren het steeds maar met een beetje techniek, ze denken dat techniek kunst is: een lijk dat voorover valt als ge er met de vinger naar wijst, maar een lijk dat technisch-goed is, dat technisch in orde is." (L.P. Boon, "De Kapellekensbaan")

maandag 29 januari 2007

Het ouderlijke huis

Koffie met z'n zevenen rond de lange tafel, dat is de traditie. Alleen komt het steeds minder voor dat iedereen er tegelijkertijd is. Schuld van de nestverlaters. Voor mij geeft het niet, want ik heb nood aan stilte en ruimte, steeds meer, maar bij moeder weegt het. Dat zie je. Koffie met zeven en daarna ons elk afzonderlijk in kamers onderdompelen. Praten hebben wij nooit geleerd, tenzij tegen onszelf, god en de muren. Niet alles blijft hetzelfde. Ik, in de kamer waarin ik verdween, denk dat mensen hun namen in het zand schrijven en vervolgens heel hard hopen dat wind en regen verzinsels zijn. Ik denk ook dat ik vandaag een plan moet maken voor de genummerde dagen die nog volgen en ik denk dat ik een blad papier neem. Met je wang op de vensterbank naar de regen kijken. Altijd halverwege zijn.

Woestijn

Martine, waarover ik al eens schreef, heeft nu ook een myspace. Allen daarheen en luisteren naar "Woestijn" en de andere liedjes. Voor de stand van zaken: ik heb intussen nog altijd mijn gitaar niet verkocht en ik heb nog steeds geen deftig werk. Wel een handvol nieuwe liedjes op de plank. Maar ik zal nog wat boterhammen moeten eten om Leonard-Cohen-gewijs (en vanaf nu ook Martine-gewijs) een stuk of vijf onsterfelijke regels in één en hetzelfde lied te krijgen. Ga maar na.

Woestijn

ge zegt 'k heb nood aan open ruimte
ik zeg awel neemt de woestijn
dan kunt ge daar wat gaan verdwalen
en wat ver van huis gaan zijn
maar komt daarna niet klagen
van den honger of den dorst
wie wij zijn is wat wij zagen
slechts wat bloesem voor de vorst
die misschien tot bloei zou komen
maar wat blijkt? wij zijn te jong
'k had thans vernomen dat slechts jaren
van geduld zijn zaad inwon
voor 't geluk op middaguren
als de zon weer op zijn hoogst
is het beter dan te sterven
uit te rukken voor de oogst?

klein liedje over de woestijn
laat ons hopen dat er elders
wat meer plaats voor u zal zijn

ga gezellig met vakantie
ver van 't water van de zee
uw bloem zal niet zo lang meer leven
brengt ne schone cactus mee
die zet 'k ik dan in mijn keuken
op een rij naast al de rest
aan de kapstok hangen deuken
van uw hoed onder mijn vest
'k geef toe het raakt mijn kouwe kleren
nu al harder dan gedacht
ik zal u missen maar ook leren
dat de tijd niet op ons wacht
dat zij veel te snel kan draaien
voor wie niks van 't leven kent
maar ook voor wie die al jaren
weet dat liefde stilaan went
dat het door de zotte sleur komt
dat we stil zijn blijven staan
dat we elkander irriteerden
liever weg hadden zien gaan
men was soms wat onrustig
men gaf te weinig plaats
ga dus lange tijd op wandel
kom pas terug als 't u verbaast
dat ik toch nog die madam ben
die ge eigenlijk wel graag ziet
die u de bloemen tussen 't gras wijst
u gestopt heeft in een lied
over vorst, over woestijnen
over deuken aan de muur
er ontbreekt iets in dit huis
maar ook dat went op den duur

klein liedje over de woestijn
laat ons hopen dat er elders
wat meer plaats voor u zal zijn
klein liedje over u en mij
ik zal hopen maar niet wachten
totdat gij weer terug zult zijn
(Martine De Kok)

dinsdag 16 januari 2007

Voetgangersproblemen

In mijn hoedanigheid van voetganger ben ik een snelle stapper. Stap, stap, stap. Heel snel en verbeten doorbenen. Van punt a naar punt b malen. Maar wat doe je dan als er iemand voor je loopt die veel trager wandelt? Ik zet de mogelijkheden even op een rijtje:
Methode 1: je steekt de andere resoluut voorbij. Risico: de ander vindt je een onbeleefd varken of stigmatiseert je als zijnde "weer zo'n slappeling die zich niet verzet tegen de hectische mallemolen van onze hedendaagse prestatiemaatschappij."
Methode 2: Je haalt bruusk je tempo naar beneden en blijft ongeveer op gelijke afstand hangen. Risico: de andere persoon denkt dat je hem/haar aan het schaduwen bent en zet het op een rennen. Of geeft je een peut op je bakkes.
Methode 3: Je ziet het gevaar op voorhand en steekt tijdig de straat over. Je drijft je tempo fiks op en bouwt een voorsprong uit op de ander. Als die voldoende is, keer je terug naar de overkant. Risico: omver gemaaid worden door een auto.
"Maar welke moeten we nu kiezen?" hoor ik jullie al vragen. Wel, eigenlijk vind ik dat jullie stilaan moeten leren om zelfstandig belissingen te nemen en niet altijd een beroep mogen doen op jullie sociale goeroe. Maar omdat het mij wel flatteert, die naar kennis snakkende blikken van jullie, geef ik nog één keer goeie raad: neem methode 3. Dat is het makkelijkst en laat ons eerlijk zijn, wie maalt er dezer dagen nog om dat hij omver gemaaid kan worden door een auto?

zaterdag 6 januari 2007

Timmermans

"Het gras stond stil in de lage avonddamp, de populieren stonden stil, het water en het licht. Het leek, alsof de tijd aan 't wachten was om voort te gaan."
(Felix Timmermans)

zondag 17 december 2006

Kleine neef

Mijn nieuwe neef - intussen anderhalf jaar oud - was in het begin een serieuze tegenvaller. Geen zinnig woord kwam eruit, hij rook altijd een beetje zurig en qua voetbaltalent was hij rubbish. Maar the times they are a-changin', weet je wel. Ongemerkt is hij opgeklommen tot de status van coolste neef ooit. Misschien komt dat hard aan bij mijn andere neven, maar wat kan ik eraan doen? Ziehier de voornaamste hobby's van mijn jongste neefje en oordeel zelf:
1. Rond de tafel lopen
Even simpel als ingenieus. Kleine neef wandelt rond de tafel en kijkt af en toe achterom om te zien of grote neef hem volgt. Geleidelijk aan versnelt kleine neef. Als hij ongeveer zijn topsnelheid bereikt heeft, is het de bedoeling dat grote neef opeens de andere kant uitloopt en kleine neef opvangt. Nog steeds zonder concurrentie tijdverdrijf nummer één.
2. De wasmachine
Grote neef snapte er geen jota van toen kleine neef middels wijzend vingertje en dreinend zeurtoontje ("uh! uh! uh! uh!") duidelijk maakte dat de deur naar de badkamer open moest. Nog groter was de verwondering toen hij naar binnen holde en voorover boog om door het venstertje van de wasmachine te kijken. Navraag bij de moeder leerde ons dat kleine neef gek is op wasmachines. Flikkerende lichtjes, veel lawaai en een draaiende trommel met kleren, meer moet dat niet zijn. Kleine neef kan er uren naar kijken.
3. Torens omgooien
Hierop ben ik wel een beetje trots want het gaat om een hobby die ik hem - met de hulp van mijn broer - zelf heb opgedrongen. Eerst bouwen de grote neven een toren met blokken van Duplo en kleine neef gooit die vervolgens om, terwijl we samen luidkeels "BOEM!" schreeuwen. Het was eerst wat zoeken, want kleine neef weigerde in het begin resoluut om onze torens om te gooien, hoewel we wisten dat er zeker enig gezond destructief gedrag aanwezig moest zijn. De grote doorbraak kwam er toen we ons realiseerden dat torens groter dan zijn eigen lengte als bedreigend ervaren werden. Sindsdien mogen wij aan de lopende band torens bouwen, die hij dan als een kleine King Kong even snel weer met de grond gelijk maakt, ondertussen enthousiast met de armen zwaaiend en "BOEM! BOEM!" brullend. Navraag leert ons dat hij sindsdien ook thuis alleen nog maar zijn Duploblokken door de kamer keilt, tot wanhoop van zijn moeder. What a guy!

Lijstje

Met de laatste dagen van 2006 die één voor één door onze vingers glippen, groeit ook de vrees dat er - wat deze blog betreft - een zogeheten "terugblik" zit aan te komen. Alle clichés nog an toe!
Must... switch... off... computer...
Ach. We zien nog wel.
In tussentijd presenteer ik u de Lijst Van Dingen Die Ik Dit Jaar Nog Moet Doen:
1. writer's block van mij afschudden
2. nieuwe oneliners van James Bond memoriseren
3. ex-liefje een sympathiek mailtje sturen
4. paar zanglessen nemen
5. duimen voor zus tot het pijn doet
6. veel fruit eten
7. daadkracht tonen
8. mild zijn voor mensen zonder daadkracht
9. kapotte lamp vervangen
10. nieuwe broeken kopen
11. gaan wandelen in het bos
12. mijn beste vrienden koesteren
13. grote stiltes op de juiste manier begrijpen
14. het uitslapen binnen de perken houden
15. idem dito voor Hineininterpretierung
16. geen moeilijke (Duitse) woorden gebruiken om indruk te maken
17. mijn top vijf van cd's 2006 opstellen
18. gul zijn met complimenten
19. gesprek aanknopen met onbekende op trein
20. iets stoms doen
21. "Delta Dawn" leren spelen

dinsdag 5 december 2006

Jeugdherinnering

Pirateneiland


Will (scheepsjongen)



Teut (stuurman)

Kapitein Knoest

Haha, de rare streken van het geheugen. Om God weet wat voor reden schoot me daarnet de volgende jeugdherinnering te binnen: ik ben een jaar of tien en ik mag op woensdagnamiddag thuis gaan spelen bij mijn beste vriend Pieter. Altijd dolle pret! We zijn allebei grote Lego-fanaten en Pieter heeft bijna álles van de piraten, ook het supergrote piratenschip! Zelf heb ik daar eindeloos om gezeurd, maar volgens mijn ouders is dat te duur voor Sinterklaas. Fsh, te duur! Pieter heeft het wel en die zijn armer dan wij want zij zijn thuis met zés kinderen!
Nu goed, we vechten de hele namiddag heroïsche zeeslagen uit tussen de piraten en de soldaten van de gouverneur. Om vier uur worden we aan tafel geroepen, want de mama van Pieter heeft pannenkoeken gemaakt. Lekker, dat wel, maar de piraten van kapitein Knoest stonden net op het punt een goudschat te ontdekken. We schrokken dus snel ons bord leeg om verder te kunnen spelen.
Pieter is als eerste klaar, wipt van zijn stoel en rent naar het tapijt waarop alle Lego uitgestald staat. Net als ik mijn stoel achteruit schuif om hem achterna te hollen, verheft Pieters mama plots haar stem: "Hela, manneke! Kom eens terug aan tafel!" Pieter begrijpt het niet goed en komt verongelijkt terug op zijn stoel zitten: "Wát?" - "Oranneke," richt Pieters mama zich tot mij, "mogen jullie thuis ook zomaar van tafel weggaan? Of wat moeten jullie dan eerst doen?" - "Eerst vragen..." mompel ik met een engelengezichtje en ga nog wat flinker op mijn stoel zitten. Eens een totentrekker, altijd een totentrekker.

zondag 3 december 2006

"God zegt wel niet veel, hé?"

De lucht is grauw en grijs, de dag al sinds vanmorgen aardedonker en de regen plenst al uren onafgebroken naar beneden. Gisteren heb ik mijn oom begraven. Je kan veel zeggen van God: dat hij een alcoholieker is, dat hij wel erg lang wacht met zijn fuckin' Rijk Gods, maar niet dat hij geen gevoel voor sfeerschepping en decor heeft.
Iemand vertrouwd met dit gevoel? Je ziet iedereen rondom je treuren en zelf kan je alleen maar naar je schoenen kijken en af en toe naar de rode ogen van de anderen? En je voelt je een outcast omdat je geen traan kan laten? Alleen je zwarte kostuum wijst erop dat je bij hen hoort. Verder zit alles vast. Ook het verkeer, als je later in karavaan het stadscentrum doorkruist op weg naar het kerkhof.
Hoe vrijgevochten en geseculariseerd we ook mogen zijn, als het over leven en dood gaat, nemen de meeste mensen nog altijd hun toevlucht tot rituelen. Ik wil daar op geen enkele manier geringschattend over gaan doen. Beeld het je maar eens in, de afschuwelijke leegte van een leven zonder rituelen. De schrik slaat me al om het hart. Elke mens deelt die schrik overigens, daar ben ik van overtuigd.
Eergisteren was kardinaal Danneels op televisie. Binnenkort moet hij op pensioen en de interviewer vroeg hem naar zijn toekomst. Andere mensen konden na hun pensioen meestal terugvallen op hun partner, hij kon dat niet. Zou hij zich niet eenzaam voelen? De kardinaal antwoordde dat hij met God een trouwe metgezel had. "Maar" voegde hij er zelf peinzend aan toe, "God zegt wel niet veel, hé?"

dinsdag 14 november 2006

Het was gratis

Verleden week zat er een gratis gsm-kaart van 5 euro bij de Humo. Sympathiek gebaar van een sympathiek blad, zeer zeker! Er zit af en toe iets bij de Humo. Soms moet je er extra voor bijbetalen, zoals voor een dvd of zo. Uw verstrooide en gehaaste blogger dacht echter per abuis dat er ook voor die gsm-kaart moest bijbetaald worden en vroeg de verkoopster dus of er ook Humo's zonder zo'n kaart waren.
- Wát?! (net niet schreeuwend)
- Of er ook Humo's zonder gsm-kaart zijn. (argeloos)
- Maar daar moetegij nie voor betalen! (zonder meer snauwend)
- Ah, sorry... (zich generend)
- Tch! (geërgerd met de ogen rollend)
Maandstonden?

dinsdag 7 november 2006

The world's a stage

Iets waar ik het onlangs met iemand over had en waarover ik blijf nadenken: waarom is niemand in staat om slecht nieuws op neutrale manier mede te delen? Altijd gebeurt het onder de vorm van een klein toneeltje. Houding, spreektempo, gezichtsuitdrukking, de onvermijdelijke strategische pauze... Met lijf en leden stelt de boodschapper zich in functie van zijn boodschap. Maar niet alleen de boodschapper. Van zodra de ontvanger in de gaten krijgt dat de zich op dat moment ontplooiende mededeling niet over ditjes en datjes gaat, begint hij de lichaamshouding van de boodschapper te imiteren en aan te vullen. Twee kromme mensjes tegenover elkaar.
Eigenlijk is het voer voor sociologen, maar waarom telkens die goedbedoelde circusvertoning? Zij weten het en wij weten het, ook al doen we het voor een groot deel intuïtief. Mensen? Kleine eilandjes. Doodsbang om als los zand uit elkaar te vallen als ze te dicht in de buurt van iemand anders komen. Maar het is waar, de oprechte bekommernis van die paar enkelingen maakt veel goed.

vrijdag 20 oktober 2006

Lees wat je wilt

Het schijnt nochtans echt zo te zijn: er is schoonheid ergens tussen alle troep. Alleen zijn we zo verdomd geconcentreerd op wat we aan het doen zijn. We kijken naar onze handen en denken: dit zijn mijn handen. En ze doen iets. Heb ik zulke handen? Zijn dit mijn handen? We worden oud en ziek, zoveel is zeker. Dat kunnen we verwachten. Maar de rest is aan ons. We kwetsen een beetje. Links en rechts. We leven wat. We houden ons in. We zeggen niets omdat het niet het moment is en we nog niet willen zien dat het nooit het moment zal zijn. We zijn wie ze willen dat we zijn: goedlachs, begrijpend, stil, ongelukkig. Want er is tijd. Er zou tijd zijn. Tijd om te lezen, tijd om te denken, tijd om te schreeuwen, tijd om te vloeken, tijd om te kalmeren en tijd om hartsgrondig te wensen dat alles maar meteen verdwijnt. Meer niet. Kom, leg je kleren af. Het leidt nergens toe. Het zal niet helpen. Een cirkel blijft rond. Maar als ik moet, dan jij ook. Dan maar zo.

maandag 16 oktober 2006

zus

haar stem klinkt klein en ver weg aan de telefoon
ze klinkt naar witte muren en medicijnen
je mag niet zo donker denken zeg ik
en ik gooi wat gezag in mijn stem
en ik praat over wanneer ze naar huis mag
en wat we dan gaan doen en zo
hoor mij nu bezig
“niet donker denken”
zij zou niet mogen en ik wel zeker
omdat ik ouder ben zeker
en liedjes schrijf zeker
ze vraagt wanneer ga je morgen bellen
en ik weet het nog niet
een grote broer zou dat nochtans moeten weten

zaterdag 23 september 2006

Wim Helsen

Onlangs nog naar "Man Bijt Hond" gekeken? Dat rare mannetje op het einde dat gedichten voorleest, dat is de onvolprezen Wim Helsen, cabaretier van beroep. Gevierd in Nederland, met mondjesmaat geapprecieerd in eigen land. Helsen speelt niet, hij is. Een beetje toch. En niet alleen in "Man Bijt Hond", maar ook in zijn eigen soloprogramma's passeert soms poëzie. Vaak als je het niet verwacht. Een stukje van de voorstelling "Heden Soup" heb ik uitgetypt om bij te houden. Ik denk dat Helsen één van de allergrootsten is die er in de Lage Landen rondloopt, maar er is zo veel dat ik denk. Dat zegt niks.

"En ik zie licht, wit licht, en nevelslierten die opzij schuiven en vanachter die nevelslierten een mevrouw, een mooie, dikke, kwabbige mevrouw. Het is mijn moeder, mijn moeder die mij roept. Ze spreekt mij toe vanuit hemelse dreven. “Kom maar hier, kleine jongen” zegt ze. “Kom maar hier, leg je hoofd maar in mijn schoot. Ik zal pleisters plakken waar je gesneden bent en ik zal de dieren uit je haren halen.”
En dan doe ik dat, dan leg ik mijn hoofd in haar schoot en dan aait ze mij en dan zegt ze dat ik rust mag zijn. Dat ik niet meer moet hopen. Dat ik niet meer moet proberen. Het helpt toch niet. Ge zijt helemaal alleen. Zoals iedereen altijd en overal alleen is in alle talen. Ge zijt bloot en weerloos. Ge zijt gemaakt van dun papier. Eén windvlaag en ge vliegt omver. Het is niet dat de anderen u niet willen helpen. Het is dat ze zelf gemaakt zijn van dun papier. Eén zuchtje en ze scheuren.
En ge kijkt naar mij en ge ziet uzelf staan en ge zegt tegen uzelf wat ge altijd al geweten hebt. Dat uw pijn voor u alleen is. Niemand anders kan eraan. Niemand heeft er weet van. En dat is goed zo. Zo zijn we vrienden. Dat soort vrienden zijn we. We proberen niet, hopen niet, we kijken. We kijken elkaar aan en we zeggen: kom, leg uw pijn maar hier bij mij, het zal geen grammetje helpen. Kom, leg uw hoofd in mijn schoot, dat ik u aai, dat ik u zeg dat ge van geluk moogt spreken dat ge niets betekent. Kom dichterbij, kom, ik heb u niks te bieden. Kom, vertel mij uw verhaal. Ik beloof: ik zal er niks van snappen. Kom, leg u in een bolleke aan mijn voeten. Ik zal een lied zingen voor u. Over niks."
(Wim Helsen, "Heden Soup")

zondag 9 juli 2006

0110

Ik wou nog eens mijn zegje wou doen over 0110. Eén week voor de gemeenteraadsverkiezingen worden in Antwerpen, Brussel en Gent zogenaamde concerten voor de verdraagzaamheid georganiseerd. Het initiatief komt van Tom Barman, de zanger van dEUS, nu niet meteen iemand die bekend staat om zijn politiek engagement. Uitgangspunt: waarom zou alleen extreem-rechts zich mogen roeren? De overgrote meerderheid van de Vlamingen heeft het immers nog steeds niet begrepen op hun kleuterpolitiek en dat mag ook wel eens duidelijk gemaakt worden. Daarom dus die concerten.
Om de voorspelbare (en makkelijke) kritiek te counteren dat het slechts om een "left wing rockers"-feestje zou gaan, werden ook artiesten als Helmut Lotti, Laura Lynn en Clouseau gevraagd, samen met bijvoorbeeld Arno of Zita Swoon.
Vooral die zogenaamde "commerciële" artiesten kregen het hard te verduren van het Vlaams Belang. In een open brief riep Filip Dewinter die artiesten op om hun optreden af te zeggen en waarschuwde hij hen om zich niet laten te vervreemden van hun achterban. Kuch. Wablieft? Waarschuwen? Je moet het lef maar hebben.
Geen enkele van de artiesten is voorlopig op dat nauwelijks verholen dreigement ingegaan en dat siert hen, maar om nu te zeggen dat ze allemaal blijk gaven van evenveel moed en standvastigheid. Kris Wauters wrong zich bijvoorbeeld in duizend en één bochten om hun deelname te verantwoorden. Ze wisten naar eigen zeggen niet dat er iets over extreem-rechts in het charter van 0110 zou staan en "Had men ons gevraagd om mee te doen aan een concert tégen het Vlaams Belang, dan hadden we vriendelijk bedankt. Het ligt niet in onze aard om mensen te gaan zeggen wat ze wel of niet moeten doen."
Daar moet ik, als het u belieft, toch eens goed mee lachen. Er wordt een concert georganiseerd voor de verdraagzaamheid. Eén week voor de verkiezingen. In Antwerpen. En Kris en Koen hadden geen enkel vermoeden dat daarmee het Belang geviseerd wordt. Laura Lynn zingt hetzelfde liedje: ze is alleen voor verdraagzaamheid, maar "houdt zich niet met politiek bezig."
Even alle koppen uit het zand halen en goed opletten: hoe kan je nu optreden op een concert voor verdraagzaamheid zónder een statement te doen over een partij die onverdraagzaamheid aanwakkert? Zou het ook kunnen dat Kris en Laura opeens een heel klein beetje schrik kregen om minder plaatjes te verkopen, zoals het The Dixie Chicks verging toen ze zich openlijk tegen George W. Bush kantten?
Waarom moet ik nu denken aan de schijterigheid van de meerderheidspartijen toen ze het niet aandurfden om de dotatie van het Vlaams Belang af te nemen, terwijl dat hetgene was wat ze, volgens de letter van de wet, hadden moeten doen? "Dat is niet de manier om die partij te bestrijden," klonk het, maar wij hoorden: "We zouden hun kiezers niet graag boos maken."
Pwôk pwôk pwôôôk!

zondag 2 juli 2006

Op z'n plaats

"Op een dag valt alles op z'n plaats." Dat werd mij ooit op een avond met stellige zekerheid toevertrouwd door een vrouw met al minstens dertig jaar meer levenswijsheid dan ik. Ze had mijn moeder kunnen zijn, maar dat was ze niet en precies daarom was ik geneigd haar te geloven. Moeders liegen hun kinderen voor uit liefde. Daar kunnen ze niks aan doen. Daarvoor zit de moederliefde te stevig en te onverwoestbaar in hun gestel. Ook een Palestijnse vrouw vertelt haar kind dat het later alles kan worden. Tegen wie je graag ziet, moet je liegen. (Wat nog iets helemaal anders is dan bedriegen of misleiden.)
Alles zou dus vroeg of laat op z'n plaats vallen en het was niet mijn moeder die dat zei. Het stelde mij ergens wel gerust, zeker die avond zelf. Maar als ik er later aan terugdacht, wist ik niet altijd goed wat ik met die informatie moest aanvangen. Als het klopte, wat wou dat dan zeggen? Moest je dan zitten wachten op die ene dag? Moest je je dan neerleggen bij de dingen die op het moment zelf niet op hun plaats waren? Dat kon natuurlijk niet. Ergens moest er een voorwaarde aan gekoppeld zijn. Bijvoorbeeld jezelf in vraag durven stellen. Of kansen met beide handen grijpen. Of iets helemaal anders, maar in elk geval iets. En dan zou alles op een bepaald moment als de stukjes van een puzzel in elkaar passen.
Intussen ben ik steeds minder gaan geloven dat alles daadwerkelijk op z'n plaats zal vallen en ik heb zelfs sterke twijfels of dat wenselijk zou zijn. Want wat dan? Kom je dan niet tot stilstand? Ik geloof ook niet dat er mensen zijn bij wie alles al op z'n plaats gevallen is. Ik geloof daarentegen wel dat er mensen zijn die na verloop van tijd dat gevoel krijgen en daar gelukkig van worden. En dat ze op die manier voor een stuk tegen zichzelf liegen, is dan niet eens zo erg. Dat ze tegen zichzelf wíllen liegen, zegt volgens mij al genoeg. Want tegen wie lieg je ook al weer?
Enfin, over dit alles moest ik denken toen ik net de laatste pagina van "The Great Gatsby" van F. Scott Fitzgerald gelezen had. Omdat de laatste paragraaf - zie hieronder - daar min of meer over ging. Voor de mensen die het boek nog niet gelezen hebben: maak je geen zorgen, in die bewuste slotparagraaf wordt nog niks verraden over de plot. Wel een absolute aanrader. Mooi mooi mooi. Als je dan toch vakantielectuur wil, haal dan deze klassieker van Fitzgerald in de bib en leg die vederlichte rommel van Dan 'flat character' Brown nog maar even aan de kant.
Gatsby geloofde in het groene licht, de orgiastische toekomst die jaar op jaar voor onze ogen terugwijkt. Ze ontglipte ons toen, maar dat doet er niet toe - morgen zullen we harder lopen, onze armen verder uitstrekken... En op een mooie dag -
En zo varen we voort, schepen tegen de stroom op, onophoudelijk teruggevoerd naar het verleden. (slotparagraaf "The Great Gatsby", F. Scott Fitzgerald)

zondag 25 juni 2006

Niet onomkeerbaar: het voorbeeld

Een man wil een auto, maar weet niet welke kleur. Groen? Blauw? Stel dat hij een groene koopt en dan spijt krijgt van zijn keuze? Hij besluit nog even te wachten. Tien jaar later heeft hij nog steeds geen auto. Wat hij vergeten is: een gekochte auto kan je terug verkopen.
En dat niemand met het argument komt dat hij dan wel verlies doet. Verliezen is de grootste aantrekkingskracht van het leven. Als u begrijpt wat ik bedoel.

woensdag 21 juni 2006

Niet onomkeerbaar

Verleden week zei een vriendin mij dat de meeste beslissingen NIET onomkeerbaar zijn en dat veel mensen dat vergeten. Dat was ik vergeten.

dinsdag 20 juni 2006

Bericht aan de bevolking

Beste mensen,
U weet intussen allemaal dat ik onlangs in aanraking ben gekomen met de arm der wet. De afgelopen dagen merkte ik her en der uw grote verontwaardiging en sluimerende woede, veroorzaakt door de wanverhouding tussen misdaad en straf. Het schijnt mij op dit moment toe dat er nog slechts weinig nodig is om het tot een uitbarsting te doen komen. Daarom vraag ik u, nee, smeek ik u: laten we alstublieft onze kalmte bewaren. Dat is immers in ons aller belang. Inderdaad, er zijn in het recente verleden dingen gebeurd die niet door de beugel kunnen, die uw verontwaardiging verdienen en die onze rechtstaat op zijn grondvesten hebben doen daveren. Echter, moeten wij daarom onszelf verlagen tot het niveau van onze agressors? Neen, beste vrienden, driewerf neen. Wij kunnen alleen op een waardige manier te kennen geven dat wij ontgoocheld zijn in de regerink, de hoeders van dit land die ons in de kou hebben laten staan. En dat hebben wij gedaan. Ons rest dus enkel nog het betalen van de opgelegde boete. Ikzelf wil tenslotte nog benadrukken dat ik diep ontroerd ben door uw steun. Jullie zijn allen schone mensen, maar de meisjes wel het meest. Om ons samenhorigheidsgevoel te versterken, laat ik jullie meegenieten van één van de honderden hartverwarmende steunbetuigingen die ik mocht ontvangen.

M. zegt:
zeg, aan iedereen die ik vertelde van je boete
M. zegt:
-oei hoe kan ik die zin grammaticaal correct af maken-
M. zegt:
die iedereen was heel erg misnoegd over de belgische politie en regerink
M. zegt:
en iedereen schrok vooral met een allee dat kan toch niet
M. zegt:
mijn mama vooral!
M. zegt:
want die fietst door het rood en zo
M. zegt:
maar in gent zijn ze veel milder
M. zegt:
om maar te zeggen dat we allemaal aan je kant staan
M. zegt:
maar we gaan wel niet zo ver dat we gaan overschakelen op donaties

woensdag 14 juni 2006

24 en 150

Vanmorgen kreeg ik van de postbode een brief die mij verplicht om even terug te keren in de tijd, namelijk naar de dag waarop ik de - al zeg ik het zelf - puike leeftijd van 24 levensjaren bereikte. Een mooi getal, is het niet? Het ademt een zekere maturiteit uit, gecombineerd met toch nog een grote hoeveelheid jeugdige frisheid. Helemaal iets anders dan die kinderachtige drieëntwintigers of die vastgeroeste en verzuurde vijfentwintigers.
Het was een warme zomeravond en ik fietste blijgemutst door Leuven. Ik moest nog snel even naar de bank om wat euro's, want straks werd ik geacht te trakteren voor mijn verjaardag. En mijn vrienden kennende zouden ze wel allemaal proberen mij op kosten te jagen. Zo zijn ze wel, stelletje klaplopers. Doch ik liet het niet aan mijn hart komen, want het was immers mijn verjaardag. Bovendien was ik geen 23 meer, hé? Nog steeds blijgemutst sloeg ik de straat van de bankautomaat in. Nu moet ik eerlijk toegeven dat dat niet mag, maar het was maar voor 5 meter en het was mijn verjaardag en ach, er was geen kat op straat en ach, daar kwam wel een zwaantje uit de tegenovergestelde richting. Eerst probeerde ik achteloos fluitend verder te fietsen, maar hij sneed mij zo'n beetje de pas af en ik voelde mij ook niet in de positie om daarover van mijn oren te maken. De wetsdienaar vroeg of hij mijn "pas" mocht zien. Even overwoog ik een woordspeling met het woord "pas". Ik doe dat namelijk zeer graag, woordspelingen maken. Uiteindelijk haalde ik gewoon mijn identiteitskaart boven en toen ging alles heel snel, maar dan trager. Hij schreef mijn naam en geboortedatum op, vroeg mijn adres en noteerde de datum van vandaag. Ik dacht: nu komt het, nu ziet hij dat "geboortedatum" en "datum van vandaag " nondedomme hetzelfde zijn! Of het mijn verjaardag was, zou hij verbaasd vragen, met een lichte trilling in zijn stem. Ik zou ja zeggen en we zouden elkaar schaterend om de hals vliegen. Groot was mijn verwondering toen hij gewoon terug op zijn moto stapte en wegreed. "Gekke flik!" dacht ik. "Hij speelt met mijn voeten!" Ik wachtte nog een paar minuten. Toen hij na een kwartier nog niet terug was en er achter mij een rij ontstaan was van 7 mensen die allemaal graag geld wilden afhalen, ben ik maar in opperste staat van verwarring huiswaarts gegaan. Te voet, fiets aan de hand.
Heden ten dage ben ik in mijn geboortestad, alwaar ik door fikse rugpijn al een paar dagen horizontaal tegen het leven aankijk. Zoals gezegd heb ik een brief van de postbode heb gekregen. Daarin word ik vriendelijk verzocht om onze staatskas met 150 euro aan te dikken. Voorwaar, een onprettige mededeling die mijn toch al zo geplaagde gemoedsrust verstoort. Dit is het moment om te beweren dat die flikken "zich beter met echte criminelen zouden bezighouden" en "dat het allemaal corrupte zakkenvullers zijn".
Helaas kan men niet kiezen welke wetten men wel of niet respecteert. Je moet het hele pakket aanvaarden of afwijzen. Dus zal ik met een zuur gezicht die 150 euro ophoesten, vervolgens met buurman MW de aloude dialoog "En wat doet de regerink? / Niets!" opvoeren en bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen toch maar weer het geloof in de democratie bewaren en dus niet op onze xenofobe vrienden van het Belang stemmen.
En nu, beste vrienden, ga ik een Nurofen nemen en op de zetel liggen. Of op "de bank", zoals ik als germanist eigenlijk moet zeggen, wat een beetje gek is omdat ik geen geld nodig heb. Behalve misschien om mijn boete te betalen.