dinsdag 8 mei 2007

Nora: deel 2

Maandag

"Als je oud wordt, dan krijg je kleine takjes rond je ogen" zei ze gisterenmorgen nog op de terugweg. Zonder aanleiding. Ik vond het zo mooi dat ik wel kon janken. Toen ik thuis kwam heb ik dat dan ook gedaan. Daarna nam ik plichtsbewust plaats aan het bureau waar ik vele uren schrijvende doorbreng, en ik heb haar woorden opgeschreven. Andere notities die ik nog nam, waren: houdt zij van mij? Antwoord: nog uit te zoeken en zo ja, nagaan wat de daaraan verbonden consequenties zijn. Houd ik van haar? Antwoord: neen, beslist niet.
Dat neemt niet weg dat ik de laatste tijd vaak met haar optrek, ongetwijfeld te vaak. En ze sleept me steeds weer mee in haar bizarre gedachtekronkels. Toen ze mij voorstelde om naar de zee te gaan kijken op een voor mensenkinderen dodelijk vroeg uur had ik al toegestemd voor ik besefte wat ze precies gevraagd had. En morgen gaat ze mij, o gruwel, voorlezen uit haar dagboek. Haar dagboek dat geen dagboek is. Ze is tenslotte geen kind meer.
Wat me nog het meest verbaast, is dat ze me oprecht lijkt te mogen. Ik ben geen aangename persoon. Dat zeg ik niet uit zelfhaat maar omdat ik dat weet. Ik word door vrienden ‘cynisch' en 'twistziek' genoemd. En dat ben ik ongetwijfeld ook. Zij daarentegen noemde me onlangs ‘complex’ en ‘zoekend’. Ik moest erom lachen, maar ik straalde van trots.
Als ik 's avonds met haar langs de gesloten supermarkt ben gewandeld omdat dat verlangen opeens in haar opkwam en we bij het helle schijnsel van de eeuwig brandende daglichten hebben staan kijken naar die chaotische kleurenmozaïek van koopwaar, dan weet ik niet meer waar ik het heb. Ik denk dat ik geen keuze heb. Ik moet op regelmatige tijdstippen bij haar zijn. Ik voel geen liefde. Dat niet. Ik zou immers niet weten wat ik me bij liefde moet voorstellen. Maar ze doet een frisse wind door mij heen waaien, ze geeft me nieuwe, ongekende impulsen die schreeuwen om door mij, zelfverklaard kunstenaar, gebruikt te worden.
Ze is, hoe stom en gedateerd dat vandaag ook klinkt, mijn muze. Haar zilverbruine ogen zuigen me mee een wereld binnen die me van alles vertelt maar dan wel in een taal die ik niet ken. Nog niet, want ik heb voor mezelf al uitgemaakt dat ik niet opgeef voor ik de code ontcijferd heb. Ze intrigeert me en ze jaagt me op. Ze zal me inspireren tot grootste dingen. Dat voel ik.
(wordt vervolgd)

maandag 7 mei 2007

Nora: deel 1

Zondag

Het is koud en ik ben een idioot. Als er vandaag, een zondagochtend om zeven uur waarop ik slaapdronken voor de deur van haar huis sta te wachten, twee zekerheden in mijn leven zijn, dan deze. Ze opent de voordeur bijna een kwartier nadat ik heb aangebeld, ("Maar één keer, anders is iedereen wakker!") en lacht omdat ik er moe en verward uitzie. Ze slaat nog vlug een donkergroene sjaal om en gooit de deur dicht. Keihard. "Kom mee" zegt ze en flitst langs me heen. Ik zucht. Wat anders? Als ik me omdraai, is zij al om de straathoek verdwenen.
Hijgend kom ik na een korte achtervolging dan toch naast haar lopen. Ik haak mijn arm in die van haar. Voorlopig ontsnapt ze me niet meer. De zon op onze rechterkant scheurt de ochtendmist uiteen.

De zee. We gaan zitten, onze benen over de rand van de rots. Een twintig meter lager beukt het water schuim brakend tegen de krijtrotsen. Stilte, zij in gedachten verzonken, ik peilend naar de hare.
Plots vraagt ze of ik ook niet vind dat de zon vroeger anders was. Verrast door die vreemde vraag stamel ik iets dat zowel een ja of een nee kan zijn omdat ik niet weet wat zij erover denkt en omdat ik sinds kort krampachtig probeer om het in alles met haar eens te zijn. Maar zo makkelijk kom ik er niet onderuit. "Maar hoe…?" Ze maakt haar zin niet eens af, wendt zelfs haar gezicht af maar toch éisen haar ogen van mij een zinvolle repliek. Met een wetenschappelijke uitleg zal ze niet tevreden zijn. Misschien omdat elk individu op een heel eigen manier naar de dingen, en dus ook naar de zon, kijkt en dat de zon voor haar anders lijkt omdat ze zich nu anders voelt? Ik kan mezelf wel slaan. Wat een onzin. Maar zij vindt het prachtig zegt ze, met glazige ogen voor zich uit starend.
Ze zegt dat ze zich inderdaad anders voelt maar waarom weet ze niet. Ze kijkt omhoog, lijkt in haar hoofd naar woorden en zinnen te graven en dan begint ze te praten. Na een tijdje praat ze niet meer, ze vertelt. Dat ze zo onopvallend mogelijk probeert te bestaan maar dat ze niet weet of dat wel bestaan is. Dat ze zich soms afvraagt of God bestaat maar dat ze tegelijk beseft dat, als hij al bestaat, hij waarschijnlijk niet van haar verwacht dat ze zich vragen stelt omtrent zijn bestaan. Dat ze denkt dat er in stilte twee uitersten schuilen: eenzaamheid en veiligheid. Dat ze vroeger als klein meisje eens gedroomd had dat ze zich droevig voelde maar dat haar gezicht in een lach bevroren zat zodat iedereen dacht dat ze gelukkig was.
Ineens huilt ze. De zon spat uiteen op het bevroren zeeoppervlak en grote glazen tranen rollen langs de rotskust naar beneden tot tussen geel oplichtende scherven. Even stolt alles in één groot, verwarrend beeld op mijn netvlies, tot het water weer in beweging komt en alles wegspoelt.
Met de rug van haar hand wrijft ze langs haar ogen en springt recht. "Kom mee, het gaat regenen." Ik sta op en zie dat er inderdaad grauwe wolken samentroepen. Als ik me omdraai, is ze al een eind verder het pad in de richting van het dorp afgelopen.
(wordt vervolgd)

Een nieuwe start

Er mag hier dan al één en ander geschreven staan, dit is de eerste echt nieuwe post. De stukjes hieronder schreef ik voor de voorloper van deze blog. Waarom de verandering? Omdat het soms goed is om alle bruggen te verbranden. Waarom dan toch een aantal schrijfsels van het zinkende schip redden? Omdat ik de illusie koester dat ze voor sommige mensen het lezen waard zijn.

Voel je het? Die kakelversie bits en bytes! Welkom, reiziger. U zult wel moe zijn.

zondag 6 mei 2007

Cynisch

Aanklacht: dat het hier soms nogal cynisch is.

Verdediging:
0. captatio benevolentiae: wat hebt u mooie ogen!
1. het leven noopt soms tot cynisme
2. cynisch op de blog = minder cynisch in het leven?
3. cynisch op de blog = een kop die vooralsnog niet uit elkaar knalt?
4. uiteenzetting: cynisme als reddingsboei van de melancholicus/romanticus

Alle gekheid op een stokje: u hebt natuurlijk overschot van gelijk, jonkvrouwe. Maar er wordt echt echtig aan gewerkt.

dinsdag 1 mei 2007

Schuifdeuren

Sta mij toe om hier even kritiek te uiten op de NMBS. Niet omdat de treinen nooit op tijd zouden zijn en niet omdat ze eerste klasse nog niet afschaft hebben. Na bijna zeven jaar intensief treingebruik durf ik ten stelligste beweren dat vertragingen zeldzaam zijn. Altijd zullen de menschen klagen over het weer, het openbaar vervoer en de polletiekers. Neem voor de lol eens de trein in het buitenland. Dat helpt relativeren.
Waarop ik dan wel kritiek heb? Het binnendeurenbeleid. Voor wie al jaren niet meer de trein genomen heeft: in de meeste treintoestellen worden de wagonnen tegenwoordig van elkaar gescheiden door automatische schuifdeuren. U geeft een tikje tegen het handvat en de deur schuift automatisch open. U loopt verder en na een paar seconden gaat de deur terug dicht. Gevaar om tussen de deur geklemd te raken is er niet, daar zorgt een elektronisch oog voor.
Dat lijkt makkelijk in het dagelijks gebruik maar voor veel ouderen van dagen is het dat klaarblijkelijk niet. Zij willen een schuifdeur zélf open en dicht schuiven. Zo is het hen geleerd. Dat resulteert telkens weer in pijnlijke scènes: zenuwachtige en trillerige senioren die uit alle macht aan zo'n schuifdeur staan te sleuren, bang dat ze niet op tijd zullen kunen uitstappen, die nu eens wantrouwig voor een open deur blijven wachten en zich dan weer met ware doodsverachting tussen een dichtschuivende deur werpen omdat ze vrezen dat het de laatste keer is dat ze zal opengaan. Dat vervult mij altijd met diep medelijden en voor een keer mag u dat zonder een grammetje ironie lezen. Anders gebruikte ik wel een ironieteken, tiens.
Tijd voor een bewustmakingscampagne: leer de jongeren veilig vrijen, leer de ouderen een automatische schuifdeur openen. Daar hebben ze recht op. En zo hoeft niemand meer te ondergaan wat mij gisteren is overkomen toen ik een trillerige senioor wou helpen.
- Je moet gewoon één tikje tegen het handvat geven en ze gaat vanzelf weer dicht.
- Hemmek u iet gevroagd?
- Euh... neen.

donderdag 26 april 2007

Een statement als een ander

Communicatie is het zieke broertje van economie.

Bootleg Bar: acoustic style!

Tom Barman - Gulf Shores (cover)
We schrijven 8 augustus in het jaar 2000 als Tom Barman op Dranouter voor het eerst unplugged gaat en in zijn eentje een aantal eigen nummers en covers brengt. Niet alle folkies zijn even opgezet met Barmans aanwezigheid op "hun" festival, maar luisteraars met een open geest zien een ijzersterk concert met een paar magische momenten. Samen met de dan nog onbekende Tom 'Admiral Freebee' Vanlaere brengt hij 'Magnolia' (JJ Cale) en 'There's a road' (Admiral Freebee) en met Axelle Red zingt hij zijn eigen 'Serpentine'. Eén de mooiste maar minst bekende songs is deze 'Gulf Shores' van Will Oldham aka Palace aka Bonnie 'Prince' Billie.

It was hard enough to climb upon
It was slow-going at first
Sister, you have laid long in the sun
Aren't you dying of thirst?

Oh my dear your suit is candy-striped
And your legs are long and slim
If I whisper nothings in your ear
Will you pass them on to him?

Eva Cassidy - Kathy's Song (cover)
Eén van de mooiste stemmen ooit (heeft u haar al eens 'Fields of gold' of 'Somewhere over the rainbow' horen zingen?) zingt het mooiste lied van Simon & Garfunkel.
Of ook wel 'Stijlvol over seks zingen':

Most of my fantasies are of making someone else come. Most of my fantasies are of to be of use. To be of some hard, simple, undeniable use. Like a spindle, like a candle, like a horseshoe, like a corkscrew. To be of use. Most of my fantasies are of making someone else come. On a horse, over palms laid, on the threshold, on the coming day.

donderdag 19 april 2007

Nieuwe broeken

Er zijn altijd wel dingen die je rust verstoren. Sioen die bijvoorbeeld nog altijd geweldig serieus genomen wordt op basis van één niet onaardig nummer en een paar fletse platen. Of de onnozele hals in zijn BMW (echt) die mij en nog een andere wagen aan 80 per uur voorbijsteekt, in de bebouwde kom, op een tweevaksbaan, vlakbij een school, om iets na vier, terwijl er langs beide kanten van de weg groepjes kinderen te voet of met de fiets op weg waren naar huis. En die 100 meter verder toch moest wachten voor het rode licht. Tot mijn spijt moet ik bekennen dat ik toen voor het eerst in mijn loopbaan als automobilist iemand the finger gegeven heb terwijl ik achter hem stond aan te schuiven. Geeft niet echt zoveel voldoening als ik had gehoopt.
Ook nieuwe broeken kunnen aan je karma morrelen. Geen idee of het een vaak voorkomend fenomeen is, maar ik heb al twee keer een nieuwe broek gekocht waarvan de ritssluiting achteraf een eigen wil blijkt te hebben. Die bestaat meestal uit een verlangen om spontaan terug open te gaan op onverwachte momenten. Na een aantal weken lost het probleem meestal zichzelf op, maar in afwachting daarvan kan het voor knap vervelende situaties zorgen. Zoals begin deze week.
In de cd-winkel op zoek naar muzikaal lekkers. Opeens merken dat het van dattem is. Lichte paniek, want wat doe je? In je hoofd overloop je de mogelijkheden. 1: je doet alsof er niks aan de hand is en wandelt fluitend (pun not intended) naar buiten. Hm, brengt niet echt zoden aan de dijk want het probleem blijft onveranderd en buiten zijn er nog meer mogelijke toeschouwers. 2: je doet gewoon je rits dicht. Kan dat, in een volle winkel waar je regelmatig komt een handeling verrichten die kan verward worden met jezelf onbeschaamd in het kruis tasten? 3: een creatieve uitweg zoeken uit je sociale paranoia. Dat was wat ik ook deed.
Ik kuierde met een van slechte televisieacteurs gekopieerde nonchalance (handen in de broekzakken, zacht neuriënd en opgewekt rondkijkend) in de richting van de obscure metalplaten in de achterste hoek van de zaak. Daar draaide ik mij met mijn rug naar de toonbank en terwijl ik met mijn rechterhand (hier had men mij kunnen betrappen want ik ben linkshandig) een willekeurige cd-hoes bestudeerde, kon ik met mijn linkerhand de gewraakte rits terug dicht doen.
Het is niet niks, onder de mensen komen.

maandag 16 april 2007

Een statement als een ander

Een "actieplan tegen agressie" is altijd belachelijk

dinsdag 27 maart 2007

Primus van de klas

Normaal gesproken vermijd ik fotoalbums als waren het anthraxbrieven. Gisteren maakte ik daarop een uitzondering omdat mijn zus dringend een foto nodig had. En zo kwam het dat ik plots een foto van mijzelf tegenkwam toen ik twaalf jaar oud was.
Het is op het einde van het zesde leerjaar. Als primus van de klas krijg ik een medaille overhandigd door de schepen van onderwijs. Glunderen dat ik doe. Klein ventje naast lange man in kostuum. Mijn gezicht weerspiegelt een mengeling van trots en spanning. Al die ogen op mij gericht! Uit nervositeit grijp ik half naast de uitgestoken hand van de schepen.
Er is nog een tweede foto: ik heb de medaille al om mijn hals en onbevangen kijk ik recht in de lens, uitdagend bijna. De schepen is bijna uit beeld verdwenen, je ziet alleen nog zijn arm. Kijk eens aan, denk ik, niet te geloven dat ik dat ben. En wat een zelfzekerheid straalt dat kereltje uit. De longen barstensvol lucht en klaar voor het grote werk. Popelend om die muffe zaal in dat veel te kleine schooltje achter zich te kunnen laten. De wereld te betreden. Of leg ik dat er nu allemaal zelf in? Het is tenslotte maar een foto. Dus is het ook volstrekt belachelijk dat mijn ogen vochtig worden en dat ik denk: godverdomme, die foto is het droevigste wat ik ooit gezien heb.

maandag 5 maart 2007

Een statement als een ander

Kiwi's zijn de janetten onder het fruit

dinsdag 27 februari 2007

Eric

In die dagen trok Jezus van Nazareth door Judea om het woord van God te verkondigen. Dat deed hij met verve en het zou niet lang meer duren voor hij zo populair zou zijn dat de critici hem aan een kruis zouden vastnagelen. Je zal het altijd zien.
In diezelfde dagen (andere tijd en plaats) vertoefde ik in het landelijke West-Vlaanderen, meer bepaald in het onooglijke gehucht Tielt. Een naam als een slecht Amsterdams popgroepje. De lucht was grijs en leeg. Er joeg een ijzige wind over de velden. Ik naderde de dorpskom: bakstenen huizen en vuile straten. Schichtige gedaantes flitsen langs de muren. In alles gloorde de wanhoop van de uitzichtlozen door. Dit land en haar bewoners waren verdoemd.
Ik was al weken onderweg en ver van huis. Ik had voedsel nodig en een dak om te schuilen, maar waar moest ik heen? Het vooruitzicht aan contact met de lokale bevolking leek me niet bepaald aantrekkelijk. Plotsklaps zag ik een bord met daarop in gele letters "Eric's Familie Frituur Met Zestien Zitplaatsen". De honger joeg mij naar binnen.
Achter de toonbank stond een oude man. Hij vroeg me wat ik wenste. Een bakje frieten en een Ice Tea, dankuvriendelijk. Waarop hij met uitgestreken gezicht sprak: "U mag achteraan plaats nemen. De Ice Tea mag u zelf nemen en omdat u die zelf neemt, mag u de beste kiezen. De grootste is helaas al weg."
Het was kalm in de zaak en terwijl ik mijn maaltijd gebruikte, kwam hij bij mij staan en vroeg hij of ik student was. Ik vertelde dat ik in Tielt lesstage kwam doen. Ha, een leraar in spe? Jawel, of tenminste: dat dacht ik af en toe. Ik was er nog niet uit. Hij hief een wijsvinger en sprak: "Lesgeven is een roeping. En om te achterhalen of het jouw roeping is, moet je naar je wens luisteren. De wil wordt gemanipuleerd, maar de wens is eigen."
Verbaasd staarde ik hem aan. Dergelijke wijsheden had ik nu niet meteen in "Eric's Familie Frituur Met Zestien Zitplaatsen" verwacht. Hij wachtte even om het belang van zijn woorden goed te laten inwerken en voegde er daarna nog aan toe: "De jeugd is fenomenaal mooi, het zijn wij ouderen die hen niet begrijpen." Hij draaide rond zijn as en verdween terug achter zijn toonbank. Een verdwaalde filosoof die frikandellen serveert en in aforismen praat. Kom dat tegen.

zaterdag 17 februari 2007

Treingesprek

Afgeluisterd van twee scholieren op de trein:
- Amai, ik heb goesting in de grote vakantie.
- Haha, nu al? Ja, wie niet hé.
- Ei, als ge later in Gent studeert hé, dan hebt ge 3 maand vakantie!
- Serieus?
- Ja. Maar mijne pa zegt dat ik daarvoor te stom ben, haha.
- Haha.

maandag 12 februari 2007

Het leven zoals het is: lesstage

Als je een jaar ouder wordt telkens iemand je met "meneer" aanspreekt, dan ben ik nu al een eind in de dertig. En dat op een paar weken tijd! Dat vind ik niet leuk. Vooral die rosse puistenkop die in zijn enthousiasme om te antwoorden zeker bijna een minuut lang meneermeneermeneerde, heeft me een pak jaren gekost. Gewoon je hand opsteken en wachten tot ik je aanduid is blijkbaar een stuk moeilijker dan overdadig veel gel in je haar kwakken, hein?
"Nou, dan mot je maar niet voor de klas gaan staan!" hoor ik u al met een onverklaarbaar plots opduikende Hollandse tongval opwerpen. U heeft ten dele gelijk. Lesgeven zelf is best aangenaam, maar het leidt de aandacht af van de hoofdzaken. Denk ik dan. In de veronderstelling dat ik hoofd- en bijzaken van elkaar kan onderscheiden.
Maar goed, ik ga hier niet beginnen zwammen over de diepe doch aaibare identiteitscrisis waarin ik al wekenlang vertoef. Dat is niet sexy. Je identiteit tegen het licht houden is bovendien iets wat je alleen doet. Net als puin ruimen, verlangen en boeken lezen.

woensdag 7 februari 2007

Beeldvorming

Los van het feit dat een mens vermoorden altijd een door en door afschuwelijke daad is, heb ik de afgelopen dagen nog uit niemands mond volgende bedenking gehoord: werden er vroeger geen mensen neergestoken? Ik zal wel weer cynisch zijn als ik vaststel dat alles met het etiket "zinloos geweld" tegenwoordig goed verkoopt. DE MP3-MOORD! DE SIGARETMOORD! Smullen maar. En binnen blijven, dat spreekt voor zich. Wat er buiten gebeurt, dat zien we wel op onze televisie.

woensdag 31 januari 2007

chique miserie

"En zijn neus toeknijpend zegt johan janssens: gisteren ben ik nog de kunstwereld gaan opzoeken om een critiek te schrijven voor het geestesleven... ik heb daar heel die tragi-comische schijnwereld van artisten nog eens aanschouwd alsof het voor de laatste keer was: die pijpen en die lange haren en die artistiek uitgestalde bohemers-miserie... zeer chique miserie, zeer kunstvolle miserie... danse triste de granados... terwijl ik er met afgrijzen moest aanschouwen hoe ze achter mijn weekbladschrijverlijk gat liepen om een gunstige critiek te krijgen... en van kunst weten zij niets af, ze verwarren het steeds maar met een beetje techniek, ze denken dat techniek kunst is: een lijk dat voorover valt als ge er met de vinger naar wijst, maar een lijk dat technisch-goed is, dat technisch in orde is." (L.P. Boon, "De Kapellekensbaan")

maandag 29 januari 2007

Het ouderlijke huis

Koffie met z'n zevenen rond de lange tafel, dat is de traditie. Alleen komt het steeds minder voor dat iedereen er tegelijkertijd is. Schuld van de nestverlaters. Voor mij geeft het niet, want ik heb nood aan stilte en ruimte, steeds meer, maar bij moeder weegt het. Dat zie je. Koffie met zeven en daarna ons elk afzonderlijk in kamers onderdompelen. Praten hebben wij nooit geleerd, tenzij tegen onszelf, god en de muren. Niet alles blijft hetzelfde. Ik, in de kamer waarin ik verdween, denk dat mensen hun namen in het zand schrijven en vervolgens heel hard hopen dat wind en regen verzinsels zijn. Ik denk ook dat ik vandaag een plan moet maken voor de genummerde dagen die nog volgen en ik denk dat ik een blad papier neem. Met je wang op de vensterbank naar de regen kijken. Altijd halverwege zijn.

Woestijn

Martine, waarover ik al eens schreef, heeft nu ook een myspace. Allen daarheen en luisteren naar "Woestijn" en de andere liedjes. Voor de stand van zaken: ik heb intussen nog altijd mijn gitaar niet verkocht en ik heb nog steeds geen deftig werk. Wel een handvol nieuwe liedjes op de plank. Maar ik zal nog wat boterhammen moeten eten om Leonard-Cohen-gewijs (en vanaf nu ook Martine-gewijs) een stuk of vijf onsterfelijke regels in één en hetzelfde lied te krijgen. Ga maar na.

Woestijn

ge zegt 'k heb nood aan open ruimte
ik zeg awel neemt de woestijn
dan kunt ge daar wat gaan verdwalen
en wat ver van huis gaan zijn
maar komt daarna niet klagen
van den honger of den dorst
wie wij zijn is wat wij zagen
slechts wat bloesem voor de vorst
die misschien tot bloei zou komen
maar wat blijkt? wij zijn te jong
'k had thans vernomen dat slechts jaren
van geduld zijn zaad inwon
voor 't geluk op middaguren
als de zon weer op zijn hoogst
is het beter dan te sterven
uit te rukken voor de oogst?

klein liedje over de woestijn
laat ons hopen dat er elders
wat meer plaats voor u zal zijn

ga gezellig met vakantie
ver van 't water van de zee
uw bloem zal niet zo lang meer leven
brengt ne schone cactus mee
die zet 'k ik dan in mijn keuken
op een rij naast al de rest
aan de kapstok hangen deuken
van uw hoed onder mijn vest
'k geef toe het raakt mijn kouwe kleren
nu al harder dan gedacht
ik zal u missen maar ook leren
dat de tijd niet op ons wacht
dat zij veel te snel kan draaien
voor wie niks van 't leven kent
maar ook voor wie die al jaren
weet dat liefde stilaan went
dat het door de zotte sleur komt
dat we stil zijn blijven staan
dat we elkander irriteerden
liever weg hadden zien gaan
men was soms wat onrustig
men gaf te weinig plaats
ga dus lange tijd op wandel
kom pas terug als 't u verbaast
dat ik toch nog die madam ben
die ge eigenlijk wel graag ziet
die u de bloemen tussen 't gras wijst
u gestopt heeft in een lied
over vorst, over woestijnen
over deuken aan de muur
er ontbreekt iets in dit huis
maar ook dat went op den duur

klein liedje over de woestijn
laat ons hopen dat er elders
wat meer plaats voor u zal zijn
klein liedje over u en mij
ik zal hopen maar niet wachten
totdat gij weer terug zult zijn
(Martine De Kok)

dinsdag 16 januari 2007

Voetgangersproblemen

In mijn hoedanigheid van voetganger ben ik een snelle stapper. Stap, stap, stap. Heel snel en verbeten doorbenen. Van punt a naar punt b malen. Maar wat doe je dan als er iemand voor je loopt die veel trager wandelt? Ik zet de mogelijkheden even op een rijtje:
Methode 1: je steekt de andere resoluut voorbij. Risico: de ander vindt je een onbeleefd varken of stigmatiseert je als zijnde "weer zo'n slappeling die zich niet verzet tegen de hectische mallemolen van onze hedendaagse prestatiemaatschappij."
Methode 2: Je haalt bruusk je tempo naar beneden en blijft ongeveer op gelijke afstand hangen. Risico: de andere persoon denkt dat je hem/haar aan het schaduwen bent en zet het op een rennen. Of geeft je een peut op je bakkes.
Methode 3: Je ziet het gevaar op voorhand en steekt tijdig de straat over. Je drijft je tempo fiks op en bouwt een voorsprong uit op de ander. Als die voldoende is, keer je terug naar de overkant. Risico: omver gemaaid worden door een auto.
"Maar welke moeten we nu kiezen?" hoor ik jullie al vragen. Wel, eigenlijk vind ik dat jullie stilaan moeten leren om zelfstandig belissingen te nemen en niet altijd een beroep mogen doen op jullie sociale goeroe. Maar omdat het mij wel flatteert, die naar kennis snakkende blikken van jullie, geef ik nog één keer goeie raad: neem methode 3. Dat is het makkelijkst en laat ons eerlijk zijn, wie maalt er dezer dagen nog om dat hij omver gemaaid kan worden door een auto?

zaterdag 6 januari 2007

Timmermans

"Het gras stond stil in de lage avonddamp, de populieren stonden stil, het water en het licht. Het leek, alsof de tijd aan 't wachten was om voort te gaan."
(Felix Timmermans)