woensdag 8 augustus 2007

Bukowski buitenspel

Bloggen met Bukowski onder de huid (want Factotum net uit), dat zou moeten resulteren in donkergroene tristesse. Zo niet dezer dagen. Mooi niet. Er waait een gunstige wind door mijn hersenkamers. Het gaat (een beetje) vooruit. Er komt (met mondjesmaat) schot in de zaak.
Twaalf stuks, mijn beste lezer! (Twaalf wát, blogger van mijn voeten?) Twaalf stuks, onder de loep genomen, geregistreerd en goedgekeurd door ouwe rotten in het vak. (Twaalf wa-hat?) Een mens zou voor minder tevreden zijn. De beklemming van Bukowski's boeken wordt er niet minder op, maar ik kan er net dat tikkeltje beter tegen:
When I got back to Los Angeles I found a cheap hotel just off Hoover Street and stayed in bed and drank. I drank for some time, three or four days. I couldn't get myself to read the want ads. The thought of sitting in front of a man behind a desk and telling him that I wanted the job, that I was qualified for a job, was too much for me. Frankly, I was horrified by life, at what a man had to do simply in order to eat, sleep, and keep himself clothed. So I stayed in bed and drank. When you drank the world was still out there, but for the moment it didn't have you by the throat.
(Charles Bukowski, Factotum)

vrijdag 3 augustus 2007

Zo is het niet gegaan

(Ik kom stilaan tot het besef dat ik mijn eigen herinneringen niet kan vertrouwen.)

maandag 30 juli 2007

De Vlaamse klei

Het is vreemd hoe mensen zich vastklampen aan de morzel grond waarop ze geboren zijn. Niet dat ik anders ben. Er schuilt weliswaar een gigantische aantrekkingskracht in de gedachte om alle bruggen op te blazen en nooit meer boven water te komen. Jezelf te begraven in een uithoek van de wereld, bijvoorbeeld in het Antilliaanse zand. Los van alles wat je vertraagt en verzwaart: familie, herinneringen, gewoontes...
Maar tegelijk zegt iets me dat ik het niet zou kunnen. Om te doen wat ik doe, moet ik mijn taal rondom mij kunnen ruiken en voelen. Haar geweld aandoen. Af en toe eens in haar hals bijten. Als Raymond van het Groenewoud verzucht: 'Trek me uit de Vlaamse klei', dan zucht ik met hem mee, maar ik zal altijd weer terug moeten.
De verre wegen lonken alleen maar zo nadrukkelijk omdat er iets als een thuis is, die hen 'ver' maakt.

dinsdag 24 juli 2007

weg

geen gsm
geen computer
drie dagen het hoofd leeg maken
vanaf

nu

zondag 22 juli 2007

eender wat

zaterdagnacht en het lelijke kind belgië is net jarig geweest. daar dronken we op, alle redenen zijn goed. later vond ik mijn uitgeschopte sandalen even niet meer terug (ik ben goed in kwijtspelen) maar ze lagen gewoon onder de zetel. verschoning, ik bedoel natuurlijk zitbank. (ga toch wandelen, stelletje taalpuristen. zitbank, hoe komt een mens erop? niemand gebruikt dat woord. niemand. en de taal is nog altijd van de taalgebruiker.)
er moet dringend nog eens iets gebeuren. eender wat. leven in de brouwerij. poppen aan het dansen. juli is begot al bijna verschwunden, slaat de schrik me om het hart. nu niet gaan krijsen, niet op dit uur. zat er weer teveel existentiële angst in de wijn? dat stond niet op de doos.

zaterdag 14 juli 2007

Drie dingen

Dat het nog steeds een onbeschrijfelijk genot is om opeens die ene laatste zin te vinden waardoor een tekst als geheel in de juiste plooi valt.

Dat deze blog al een paar weken in een soort zomerslaap verzonken is. Te druk met niksen.

Dat Kamagurka mijn gedachten gelezen heeft (zie citaat), al hoorde ik gisteren nog Ed Harcourt op Stubru. Er is nog hoop.

"Verdomme, wat een slappe koek op die radio. Niets wat nog verrast. Niets wat er niet evengoed niet had kunnen zijn. Als het geen noodzaak heeft, laat het dan toch. Er moet een dwingende toestand zijn waardoor je die dingen maakt."
(Kamagurka in De Morgen van 14 juli)

woensdag 11 juli 2007

most of the time i got nothing to say

zo mooi wordt het nooit meer, dacht ik, terwijl "oh my sweet Carolina" voor de vijfde keer die dag door de kamer schalde. was trying to find me something but I wasn't sure just what. ketsend van muur tot muur, tussen de dozen die staan te wachten op de verhuis. ingepakt verleden. bought a borrowed suit and learned to dance. tap tedap dap. leren dansen, dat is iets voor mijn volgende leven. dansen doe ik niet. zéker niet als men begint aan te dringen. de eerste dozen had ik nog min of meer logisch gevuld, daarna begon al snel de complete willekeur te overheersen. logica is zo saai. funny how they say that some things never change. zo mooi wordt het nooit meer. niet deze krocht van een kamer, daarvoor valt ze toch net te licht uit in de vergelijking met het nieuwe appartement. ryan. die wordt nooit zo mooi meer, dacht ik. up here in the city feels like things are closing in. the sunset is just my lightbulb burning out. (oh de zoete grond waar ik geboren ben) op je eerste soloplaat meteen maar een klassieker schrijven. come pick me up. één klassieker? take me out. een handvol klassiekers. fuck me up, gij trut. steal my records. wat moet je daarna nog op al je andere platen? doorslagjes maken, dacht ik. en ik zuchtte op gekunstelde wijze.
niet waar natuurlijk, het werd later nog vaak zo mooi. bijna toch. telkens op een haar na. en kijk. gisteren nieuwe cd gekocht en nu twijfel ik of er een derde lied van ryan mijn eeuwige top tien binnengesijpeld is. voorlopig in elk geval. (gezocht: bevallige jongedame om met vingernagels het kiekenvlees van mijn armen en rug te schrapen. gelieve zich te onthouden indien niet ernstig)

woensdag 4 juli 2007

Personages

Vaak heb ik zin om in het holst van de nacht weg te gaan. Vooraf tegen niemand iets zeggen. Niets meenemen ook, behalve dit broeierige lijf dat nooit slaapt. Geen enkele keer achterom kijken, want dan word ik blind. Hier en daar zal aan het oppervlak wel wat gemis vertoond worden en er zullen misschien mooie rituelen zijn. Maar daarna wordt alles terug gewoon.
Ik vorder gestaag en net als ik mij begin af te vragen wat ik ook al weer aan het doen was, of ik misschien voor iets op de vlucht was, of ik daarentegen iemand op de hielen zit, net dan kom ik waar de lucht het land weer raakt. Waar platen nooit blijven hangen. Waar ik geen lijken in mijn kast heb en andere mensen geen bordkartonnen personages zijn. Waar ik zelf geen bordkartonnen personage ben.
Iemand zonder naam verzorgt er zwijgend mijn stukgelopen voeten en vermoeit mij niet door te willen weten wie ik ben. Kleine handelingen volstaan om alle tijd die ons nog rest op te vullen.

In de marge van het wereldgebeuren vraag ik mij af

hoe lang het al geleden is dat ik de zee nog heb gezien.

op consequente wijze inconsequent

Dat ik eergisteren nog het compleet tegenovergestelde beweerde van wat ik vandaag zeg. (harde stem) Niet waar. Wel waar. Niet waar. Wél. (Ik word letterlijk geciteerd en er gaan inderdaad wel wat belletjes rinkelen) Zou het? Ja, echt.

Dat ik dus mezelf tegenspreek en niet consequent ben. Ha. Heb ik al vaak mogen horen. Pleeg ik ook vaak over mijzelf te zeggen: "Ik ben alleen maar consequent in mijn inconsequentie." Omdat ik er genoegen in schep om dat over mijzelf te zeggen. (Terwijl ik het eigenlijk uit een liedjestekst gepikt heb.) Het klopt ook. Maar amusant is het niet.

(Het verlangen om onszelf te zijn is meestal niet zo groot)

En toch. Als je het moment per moment bekijkt. Vind ik mezelf helemaal niet zo inconsequent. (Maar mag dat?)

maandag 2 juli 2007

Op de vlucht voor Fata Morgana

Mensen die daarvoor gestudeerd hebben, zeggen dat Fata Morgana goed is voor de sociale cohesie. Daar wil ik verder geen grote uitspraken meer over doen, want ik heb al het hele weekend op mijn kop gekregen omdat ik het waagde daar enkele kanttekeningen bij te maken. Ik zou een elitarist zijn en zo. Gewoon accepteren dat er (1) ook mensen zijn die Fata Morgana een irritant programma vinden en (2) niet meteen hun broek willen afsteken van zodra ze een cameraploeg aan de horizon zien verschijnen, dat zat er blijkbaar niet in.

woensdag 27 juni 2007

Een statement als een ander

Toeval is voor mietjes.

Brief aan het thuisfront

Moederlief,
Langhe zult ghij reikhalzende hebben uitgekeken naar nieuwsch van uw zoon-soldaet. Met dit schrijven wil ik mij daervoor bij u en ons vader verontschuldighen en algelijk melden dat ik het - de omstandigheden indachtig - goed stel. Al die daeghen heb ik goed gegheten en gedronken (vooral dat laetste was gelijk gewoonlijck geen probleem voor uw kapoen). De strijd was zwaer, de cursussen dicke. Maar is het geen groote waarhede dat gij gheen ommelet kunt maeken zonder een ei te breeken, gelijk ons vader dat immer zo schoon zegt? Waarlijk wijze woorden. De nachten waren kort en de daeghen langhe. Ik heb geschreid van misérie en gevloekt om al dit leed, waarvan een mensch zich afvraeght: waarom toch, lieveheer, waarom? Maer heden kan ik u zeghen dat uw geduld ten langen leste de moeite waerd geweest is en dat uw zoon-soldaet afzwaait. Gijlie kunt dus voortaan met minder zorgelijcken trek op uw gezicht over uw tweede kind praeten tegen vrienden en kennischen. Niet dat ik u kan beloven dat ik voortaen al mijn kinderlijcke dromen heb opgeborghen en dat het vanaf heden allemael vanzelve goed zal komen met mij, maar ik heb het studeren dan toch al vaarwel gezeghd, nietwaer?

Tot spoedig,

Uw zeer geneghen zoon

dinsdag 26 juni 2007

Prachtige zin uit een middelmatig boek:
"Alle dagen waren voorspelbaar maar op geen enkele waren wij voorbereid."

(De helaasheid der dingen, Dimitri Verhulst)

maandag 25 juni 2007

Dingen die ik nu eenmaal doe

Het koffieapparaat aanzetten zonder dat er een tas onder staat. Niet voor de eerste keer. Mooie smeerboel geef dat.

(voor onze noorderburen: "tas" in de zin van "kopje")

(niet in de zin van "sjakos")

(voor onze noorderburen: "sjakos" in de zin van "handtas")

Wat moet ik aanvangen met die stilaan karikaturale verstrooidheid van mij?

De Blijde Boodschap

Ik zat met kloppend hart voor de kleurentelevisie,
en dacht: "Zijne Heiligheid zal toch wel gewag maken
van het toenemend verval der zeden?"
En ja hoor, nauwelijks was hij begonnen, of ik hoorde al:
decadentia, immorale, multi phyl ti corti rocci;
influenza filmi i cinema bestiale
contra sacrissima matrimoniacale
criminale atheistarum rerum novarum,
(et cum spiritu tuo), cortomo:
nix aan de handa.
Het was jammer, dat het zo kort duurde.
Maar toen het uit was, was er fijne muziek van het leger.
Ik vind dit leven al geweldig. En straks nog
het eeuwig leven in de Hemel. Je vraagt je wel eens af:
"Waar hebben wij het aan verdiend?"

(Gerard Reve)

zondag 24 juni 2007

Leuven op zondag

Geen kat op straat. Alle winkels dicht. Op gezette tijden tracht de beiaard het verloren gevoel van tussen de gevels weg te klingelen. Af en toe waait er een groepje toeristen door mijn straat, uit koers geslagen door het weer dat maar wat aanmiezert. Duidelijk het verkeerde moment gekozen voor een dagje Leuven, denkt de sadist in mij. Ik hoor ze abnormaal luid praten. Kwestie van de sfeer erin te houden? Nog een paar uur en dan is het tijd voor de blijde intrede der studenten. Dat ze de zon maar meebrengen.

zaterdag 23 juni 2007

Bootleg bar

Nick Drake - Blues run the game (Jackson C Frank cover) (rechts klikken + opslaan als)

komt mij zoeken in engeland, lieveke
of misschien in spanje
waar ik ook naartoe ging
't is overal het zelfste

brengt alleszins een fles whisky mee, lieveke
of gin of iets anders tegen den dorst
ik verspeel hier al mijn vuil geld
aan de roomservice

want als ik niet drink, lieveke
dan waart ge rond mijn gedachten
en als ik niet slaap, lieveke
zit ik gegarandeerd te snotteren

probeert eens een andere stad, lieveke
misschien een ander land
waar ik ook naartoe ging
't is overal het zelfste

misschien op een dag, lieveke
zo ergens tussen overal en nergens
word ik wakker en ben ik ouder
dan toen ik ging slapen
veel en veel ouder
en dan hou ik op met proberen

komt mij zoeken in engeland, lieveke
of misschien in spanje
waar ik ook naartoe ging
't is overal het zelfste

vrijdag 22 juni 2007

Een statement als een ander (toppie)

Een appartement in het centrum van Leuven is toppie.

(de verhuis daarentegen? wijlie zullen zien)

Zelfhulpmethode

Ten behoeve van de lezers die net als ik moeite hebben met het in de praktijk brengen van plannen ga ik kort de methode toelichten die ik onbewust ontwikkeld schijn te hebben. Let wel: het gaat hier slechts om een hulpmiddel, geen normatief apparaat. In navolging van Langeveld wil ik jullie immers tot zelfverantwoordelijke zelfbepaling opvoeden. Er zijn twee zaken die men kan doen:

A. Het plan in stappen onderverdelen. Zo bouw je de theoretische mogelijkheid in om er na elke stap mee te kappen, waardoor je elke stap veel sneller kunt zetten. "Laat ik eerst dat maar eens doen, voor de rest zien we dan nog wel." Zo schuif je langzaam maar zeker op richting doel.

B. Zorgen dat je niet terug kan. Dat is natuurlijk de ideale situatie: een stap zetten die je voor een voldongen feit plaatst. Als de twijfel later nog aan je kop komt zeuren om er toch maar mee op te houden, kan je enkel zeggen: sorry, no can do, amigo.

Vergelijk dat laatste met telefoneren. Ik haat telefoneren. Echt haten. Ze moesten Graham Bell - dat was hem toch? - aan zijn eigen telefoonsnoer opgehangen hebben toen hij met zijn duivelse toestel op de proppen kwam. Maar als een telefoontje dringend moet gebeuren, dan doe ik het volgende: (1) diep inademen, (2) snel het nummer typen, (3) "iiiiiiii, wat moet ik zeggen wat moet ik zeggen" denken en krampachtig de reflex tot inhaken onderdrukken, (4) het telefoontje op een volwassen manier afhandelen, (5) "dat heb ik knap gedaan" denken.

woensdag 20 juni 2007

Op zolder

Vanmorgen ben ik in alle vroegte op zolder geweest. Alles sliep nog. Ik klom de ladder op en duwde het luik omhoog. Stof in mijn neus. De houten vloer voelde warm en grijs onder mijn blote voeten. Toen de zomers nog langer duurder, speelde ik vaak in mijn eentje op zolder. Dwalen tussen oude kasten, snuisteren in dozen en kijken naar wat oud, vergeeld en bijna vergeten was.
Toen de zomers al iets korter waren, maar nog altijd lang genoeg, verstopte ik naar koffie geurende schatkaarten op diezelfde zolder, om ze daarna toevallig te ontdekken samen met mijn jongere broer. Ik weet niet wie er het hardst in geloofde, hij of ik. Het mysterie zelf bedenken en dat daarna uit alle macht proberen te vergeten. Niets verandert ooit.
Vroeger was ik bang om in een huis te wonen waar geen mama of papa waren. Wat dan met inbrekers? Wat als ze binnen raakten en mijn achtervolgden tot op de hoogste verdieping en ik door het raam moest klimmen om daar op een smalle vensterbank te gaan zitten?
Inbrekers zijn mijn grootste zorg niet meer. Ik heb weinig dat het stelen waard is. Maar wat moet ik met de nieuwe schatkaarten van vandaag? Heb ik genoeg durf om ze voor echt aan te zien? Laat ik het maar eens toegeven: ik ken niks van het leven. Ik kan er niet mee om. Elke dag is blinde paniek en alle hens aan dek om buiten te komen. Maar ik heb één groot voordeel: de mensen die zelfverzekerd door de dagen wervelen, hen geloof ik niet. Ze liegen dat ze zwart zien. Ik ken niks van het leven, maar jij ook niet. En jij ook niet. Dus, waarom dan niks wagen?
Vanmorgen ben ik in alle vroegte op zolder geweest. Tussen het stof heb ik gezocht naar mijn stoute schoenen. Binnenkort zou ik ze wel eens nodig kunnen hebben.

maandag 18 juni 2007

Toen ik nog dichter was

begon ik eens een gedicht met

ik heb je lief mag vandaag
geen dichter meer zeggen

Dat had ik toch maar mooi gezegd. Geen speld tussen te krijgen. Een waarheid als een koe. Toch zal ik julie het vervolg besparen. Tenen konden immers al eens gaan krullen. En intussen pleeg ik al lang geen poëzie meer. (Tenzij occasioneel om indruk te maken op de vrouwen van mijn levens?)

Ondertussen aan kassa 4

Maandag 11 juni: een oud dametje laat twee bengels met enkel een zak snoepjes voor. Ze kijkt naar mij en glimlacht ontwapenend. "Ze hebben niet veel bij, hé?"

Zaterdag 16 juni: een oud dametje komt in paniek aan de kassa waar ik aanschuif melden dat ze het klantenkaartje van haar vriendin kwijt is. Dat ze een uurtje geleden haar boodschappen kwam doen en dat ze het kaartje in de machien gestoken hebben en het daarna niet teruggegeven hebben en dat ze het al aan die kassa gaan vragen is en het is nochtans hetzelfde meiske maar ze zegt dat ze van niks weet en wat moet ze nu doen? Het is het klantenkaartje van haar vriendin... De kassierster bekijkt haar alsof ze een stuk stront is en repliceert spottend dat die kaartjes helemaal niet "in de machien" gaan en snauwt dat ze nog maar eens "tegoei" in al haar zakken moet zoeken. Het dametje druipt af.

Maandag 11 juni en zaterdag 16 juni: ik sta in de rij aan kassa 4 en doe niks.

Kleine Neef rapporteert

Kleine Neef komt aan mijn mouw trekken. Ik ben piano aan het spelen dus ik denk: laat mij gerust, apenjong! Maar opgeven kent hij niet. Dus vraag ik uiteindelijk maar:

- Wat blieft ge, Kleine Neef?
- A'on!
- A'on?
- A'on! A'on! A'on!
- Euh... zeker dat.
- A'on! A'on! (op elke "on" priemen zijn twee wijsvingertjes driftig omhoog en bij mij begint er langzaam een oude Belgische frank te vallen)
- Ballon? Luchtballon? Heb je weer een luchtballon gezien?
- Ja! A'on!
- Waw, straf!
- *glunder*

Ik heb het verhaal gecheckt bij zijn moeder en het klopt.

vrijdag 15 juni 2007

Bootleg Bar voor de studerende mens

The Beatles - While my guitar gently weeps (acoustic version) (rechts klikken + opslaan als)
De Beatlesklassieker zoals u hem nog nooit hoorde. Geen tingelende piano en zoete harmonieën. Enkel George Harrison en zijn acoustic, die - als je goed luistert - inderdaad zachtjes huilt. Voor wie het nog niet wist: The Beatles telden naast twee briljante songschrijvers (John en Paul) ook nog een heel goede (George).
Pas toen ik deze verstilde versie hoorde, drong de grootsheid van dit nummer helemaal tot mij door. Man. Zie hem daar zitten. Hij kijkt naar de vloer en merkt schijnbaar achteloos op dat er wel eens geveegd mag worden. Alsof hij zich daarover zorgen maakt. Hij zegt dat je uit iedere fout wel iets leert, maar kan de grauwe ironie niet uit zijn woorden weren.
Deze is voor alle studenten die vannacht boven boeken zullen zwoegen (en dus ook voor mij). Weet dat wij met velen zijn, broeders en zusters. Als ik rond middernacht naar de nachtwinkel sjok en die vele nog verlichte raampjes aanschouw, zal ik aan jullie denken. En wie weet, misschien kruisen onze wegen wel.
I look from the wings at the play you are staging
While my guitar gently weeps
As I'm sitting here doing nothing but aging
Still my guitar gently weeps

dinsdag 12 juni 2007

gedicht van o

er is een gedicht van o (en van ik weet het niet) dat ik zelf geschreven wou hebben. van besta en wees mooi ook. en van het leven dat een brood is om in te bijten. persoonlijk wil ik je vooral een keertje zoenen terwijl het onwedert en de hemel op onze kop dreigt te kledderen. maar in jouw brood wil ik ook wel eens bijten en over je appels van plezier zwijg ik beter, er zijn nog kinderen wakker.

(waar komt dit opeens vandaan?)

maandag 11 juni 2007

Als vandaag

Dagen als vandaag. Vogels vallen steendood uit de lucht. Een fietser kan voor je ogen en met krijsende remmen nog net een auto ontwijken. Later hoor je de buren met gedempte stemmen praten op de gang. Wat zeggen ze? Over wie? Net voor de middag begint men buiten de straat open te breken. De glazen rinkelen in de kast. Graafmachines hakken in op het asfalt en tegelijk hoor je de stilte kraken. Er zit iets scheef. Er is iets niet in de haak met deze dag, maar wat? Je kan er je vinger niet op leggen. 's Avonds ga je naar een feest. Niet voor lang, want je kent er toch niemand en de mensen tegen wie je wel wat wil zeggen staan te ver weg. Een onbekende jongen doet uit medelijden een poging om een gesprek te beginnen, maar je zegt dat je naar het toilet moet en gaat in plaats daarvan naar huis. Je lichaam voelt warm en ziek. Je drinkt een glas water en kruipt daarna in bed. Er draait iets verkeerd. Je wil weten wat het is, maar je ogen worden zwaar en morgen is het weg. Je zoekt pen en papier en schrijft: "wat houden wij nog over als de lichten zijn gedoofd en ieder voor zich ligt te wachten in zijn vel?" Fucker, denk je. Fucker.

zondag 10 juni 2007

Niet altijd gelijk

We houden het positief vandaag 1: het Vlaams Behang zakt voor het eerst sinds erreg lang van 23 naar 19%. (Ja, ik vergelijk volgaarne met de Vlaamse verkiezingen en niet met de laatste federale verkiezingen. Ik heb een stil vermoeden dat de mensen die op het Behang stemmen hun stemgedrag niet laten afhangen van het sóórt verkiezing.)

We houden het positief vandaag 2: de groenen zijn terug. (En nu geen wetten meer over chocoladesigaretten, hé?)

We houden het positief vandaag 3: ik heb toch minstens één politicus horen zeggen dat de kiezer NIET altijd gelijk heeft. (Eindelijk!)

donderdag 7 juni 2007

Barsten dan maar

Okay, als ze het zelf zoeken:
"G8 bereikt compromis over het klimaat" (Ja, want het klimaat, dat is iets om compromissen over te sluiten.)


"De deelnemende landen zullen het halveren van broeikasgassen
tegen 2050 in overweging nemen."
(Hoi, nu komt alles goed. Stelletje idioten.)


Wie zijn hier eigenlijk de grootste cynici?

Bootleg bar

Francis Cabrel - Je l'aime à mourir (rechts klikken + opslaan als)
Franse troubadour met veel foute liedjes en een paar afschuwelijk mooie. Zoals deze.


Dire Straits & Eric Clapton - Brothers in arms (live) (rechts klikken + opslaan als)
These mist covered mountains are home now for me. But my home is the lowlands and always will be. Someday you'll return to your valleys and farms and you'll no longer burn to be brothers in arms. Schoon.

Passing Afternoon

but she'll mend his tattered clothes
and they'll kiss as if they know
a baby sleeps in all our bones
so scared to be alone
(Iron & Wine, 'Passing Afternoon')

belofte

als de zomer volop zwelt en bloeit,
dan gaan we fietsen op de Noordzee
en dat zonder onder te gaan

Panamarenko deed het,
waarom wij dan niet?

woensdag 6 juni 2007

Kleine Neef ziet ze vliegen

Kleine Neef, intussen bijna 2 jaar, was zondag op bezoek. Om één of andere reden ben ik uitgegroeid tot zijn favoriete speelkameraad. Vanaf het moment dat hij in de gaten krijgt dat hij naar ons huis wordt gebracht, begint hij steevast zonder ophouden mijn naam te dreinen. Nu ja, mijn naam. Zijn zoveelste vrije interpretatie ervan. Tegenwoordig heeft hij een voorliefde ontwikkeld voor de twee laatste letters. Dat moet volstaan, zal hij denken.

De eerste activiteit op het programma was zeepbellen vangen: ik blies zeepbellen (ik kan dat namelijk zeer goed) en Kleine Neef holde ze achterna en probeerde ze te pakken. In zijn enthousiasme viel hij daarbij meermaals over zijn voeten, maar dat gaf niet want het was in het gras. De tweede activiteit was achter de bal hollen en er een lel op geven. Ook hierbij ging Kleine Neef meermaals tegen dek. Net toen wij een move van Ronaldinho aan het instuderen waren, verscheen aan de hemel een knalrode luchtballon. De eerste activiteit indachtig begon Kleine Neef met zijn handjes te reiken naar de wel zeer merkwaardige luchtbel, die echter koppig weigerde uiteen te spatten.

Hier zit zeker een moraal in, dacht ik. Of een universele waarheid. Of misschien wel beide. Maar ik had de moed niet om ze te formuleren.

dinsdag 5 juni 2007

Hef het glas

Voor de dwazen. Voor de dansers met houten benen. Voor de moedelozen. Voor de ogen van Kathleen Cools. Voor de pioniers en de wegbereiders. Voor de geur van Leuven na een fikse regenbui. Voor de fatalisten met hoop. Voor de vrouwen die eens goed lachen met al die overspannen feministes. Voor de verdwalers. Voor de koppigaards die telkens weer met volle overgave op hun bek gaan. Voor de naïevelingen. Voor mensen die zwijgen als ze niks te zeggen hebben. Voor de wereld die naar de kloten gaat maar nu nog even niet. Voor zij die geen schrik hebben voor hun luchtkastelen. Voor het land dat wij met liefde verachten. Voor gulzigheid. Waanzin. Ongeduld. Verlangen. Voor zij die geen opsommingen nodig hebben. Daarvoor hef ik het glas.

donderdag 31 mei 2007

Buigen dan wel barsten

Vandaag las ik iets opmerkelijks in de krant en ik zeg u, het heeft niet veel gescheeld of ik had hier alweer het zwaard der cynisme bovengehaald. Ik was zelfs al beginnen typen aan een stukje, maar toen herinnerde ik mij alsnog een dure belofte uit het recente verleden. Geen cynisme meer, althans niet in schrift. (Cynische gedachten, daar is niks over gezegd geweest. Dat zult u mij moeten toestaan. Anders knal ik uit elkaar.) Dus hou ik de lippen stijf op elkaar.

De hamvraag blijft wel: hoeveel dagen kan ik het nog volhouden? En wat als ik barst in plaats van te buigen? Wat als het vitriool hier morgen van het scherm spat? Zullen jullie mij dan nog graag zien? Ik dacht: lezer in goede en slechte tijden. Maar kan een mens daar vandaag de dag nog op rekenen? Bah. Het valt niet mee om een crowdpleaser met een geweten te zijn.

Handelen

Soms keek hij achterom en dan gebeurde het wel eens dat hij in de verte iets zag. Meestal was er niets. Altijd liep hij meteen weer door. Niet met mij, dacht hij telkens. Niet met mij. ‘Eerst komt de vaststelling,’ zei hij op een dag. ‘Misschien morgen al. Of overmorgen, we zullen zien. Daarna wordt er een besluit genomen. Tenslotte wordt er gehandeld.’ Hij wist dat het niet de waarheid was, maar wat dan nog? De waarheid had hem nog nooit een meter vooruit geholpen. Er was een vooruitzicht en dat was al heel wat. Zo konden de zaken niet uit de hand lopen. Daar schoot niemand iets mee op.

vrijdag 25 mei 2007

It's my own fault what happens to my heart

Meg Baird - Do what you gotta do (rechts klikken + opslaan als)
Als ik hier drie keer naar luister, regent het ook eind mei dode bladeren in mijn hoofd. Maar dat is niet erg, want buiten is het nog altijd zomerjurkjesweer. Zo mag het altijd zijn.

woensdag 23 mei 2007

vadergevoel

Voor mij op het voetpad wandelen een vrouw en haar dochtertje van pakweg drie of vier jaar in mijn richting. Het meisje heeft een kort, blond jongenskopje met daarin toch twee vlechtjes. Hey, je bent jong en je wil wat. In dit geval vlechtjes, ook al is je haar daarvoor iets te kort.
Plots blijft het meisje staan en wijst het voor zich uit. "Kijk mama! Daar is papa!" Ik kijk over mijn schouder en zie een man schuin het plein oversteken. "Ah, je hebt gelijk. Daar is onze papa al," zegt de vrouw. Het meisje haalt diep adem en een langgerekt "papaaaaaaaaaaaaaa" galmt over de tegels van het plein. De moeder kleurt rood, lacht verontschuldigend naar mij en trekt haar dochtertje aan de arm verder. Opeens voel ik een prematuur vadergevoel in mij opwellen. Snel, iets jongensachtigs doen!

dinsdag 22 mei 2007

L'ombre de ton chien

Dat Jacques Brel zelfs voor zijn laatste optredens nog stond over te geven. Van pure zenuwen. Dat zei de jonge zanger tegen de nog jongere zanger, nadat die laatste had opgebiecht dat hij eindelijk wel eens van die podiumvrees af wou. De grootse Jacques Brel.

Boetseerde hij op een witte dag geen verzen als 'Ne me quitte pas / je ne vais plus pleurer / je ne vais plus parler / je me cacherai là / à te regarder / danser et sourir / et à t'écouter / chanter et puis rire / laisse-moi devenir / l'ombre de ton ombre / l'ombre de ta main / l'ombre de ton chien'?

Als dat zo was, dacht de jongere zanger, dan was er niks om ons zorgen over te maken. Dan kwam alles vanzelf goed. Dan moesten we alleen onze ene voet telkens weer voor onze andere zetten. En neuriën. Dat deed hij dus. Ay Marieke, Marieke, il y a longtemps...

maandag 21 mei 2007

Bootleg Bar (opgevist)

Deze drie waren in de grote verhuisoperatie verloren gegaan zonder dat het mijn bedoeling was:

Kommil Foo - Wat wil je dat ik doe

Paul McCartney - Here today (live)

The Damnwells - I am a leaver (acoustic draft)

Ik weet niet meer precies wat voor interessants ik daarover te melden had, maar ze zijn alledrie de moeite waard. O ja, en "Here today" gaat inderdaad over John.

Update: zoveel bitterzoetheid vraagt om wat tegengewicht
Oasis - Lord, don't slow me down (unreleased)

zaterdag 19 mei 2007

Kakkers

In het ouderlijke huis krijgen wij op zaterdag verse melk aan de deur geleverd. Onze melkboerin is, net als mijn broers en ik, supporter van de lokale voetbalploeg. Helaas, haar echtgenoot interesseert het geen fluit en dus hoopt ze iedere week dat één van ons de deur opendoet, om dan in de gauwte wat over het voetbal te praten. Zo ook vandaag.

- 'k Ben op verploatsing hoan kiek'n histeren.
- Ha. 3-0 verloren hé?
- Mohotverdikke, joat! 't Woas 1-0 en ik zeg tegen miene vint: ze kunnen misschienst nog winnen! Die kakkers?, zegtie, ze hoan der nog 2 tegen kriegen! Ik zeg: hoa je ollichte zwiegen, ik zie gèren kakkers spelen!
- Tja.
- Twoas olliek 3-0, moar ik kan der niet tegen dattie ze kakkers noemt.

West-Vlaams is toch nog altijd honderdduizend keer mooier dan dat vettige Brabants.

donderdag 17 mei 2007

Of wacht, ik weet niet eens of gij van goeden huize zijt! Laat mij gerust, gij dekselse sirene!

(maar voel u vrij om nog meermaals zingend langs mijn vensterraam te huppelen)
Aan het meisje dat net voorbij mijn open raam wandelde terwijl ze "Moon River" zong: wil je met mij trouwen?

maandag 14 mei 2007

zonder

ik steek net mijn sleutel in het slot van de voordeur als de regenbui die al de hele dag boven de stad hangt te dreigen alsnog losbarst en ik denk blij dat ik thuis ben en ik denk thuis ha dat is een goeie en ik denk ik leg wat muziek op terwijl de druppels treiterig op het vensterraam tikken en ik duw op de shuffle-toets want dan weet je nooit wat er komt en er begint iets te spelen en het gaat over regen, geen gezever, over regen en ik denk is dat niet schoon maar het is vooral triestig. de muziek dan. en ik denk aan hoe ik ooit eens tegen haar zei dat ik van triestige muziek vaak blij word en hoe ze dat niet begreep en zei dat ik niet normaal was en ik toen dacht ja dat wist ik ook wel zonder jou maar dat zei ik niet hardop want ze wou dat ik mijzelf graag zag en dus deed ik vaak alsof terwijl ik binnenin krassen maakte. en ik denk ook dat is lang geleden. dat ik aan haar dacht. lang geleden. en pijn doet het nog maar een klein beetje want wat kon ik eraan doen dat ik opeens niks meer voelde? en het is goed zo en eerlijker en er is nog tijd genoeg maar ik wist ook niet dat ze zo lang zouden duren, de dagen zonder lief.

zaterdag 12 mei 2007

Bezoek

En zo viel andermaal het doek over een dag waarop ik niets nuttigs had verricht. Er was nochtans veel goede wil geweest, maar de energie ontbrak. Al weken aan een stuk deed ik 's nachts amper een oog dicht. O, ik kon het makkelijk maken en zeggen dat het allemaal haar schuld was, maar het was niet zo. Waarom was ik niet kordater geweest? Kon ik dan niet één keertje nee zeggen? Vanavond moest het, want ik was op op op. Vanavond zou ik gewoon gaan slapen en doen alsof ik niks hoorde.
Er werd op de deur geklopt. Ik trok de deken over mijn hoofd en deed alsof ik sliep. Op zich was dat nogal overbodig, want dat kon ze natuurlijk niet zien. Maar het is de intentie die telt. Zo ben ik opgevoed. En het geeft ook een aangenaam gevoel om te doen alsof je slaapt. Dat was vroeger mijn favoriete deel van huisje spelen. Ik heb altijd al van slaap gehouden, en misschien wel nog meer van de halfdroomslaap.
Ze klopte nogmaals. 'Hallo?' Ik kneep mijn ogen nog harder dicht en zei niks. 'Ik weet dat je er bent. En dat je doet alsof je slaapt. En dat je daarnet dacht dat slapen je favoriete deel van huisje spelen was en dat je altijd al van slaap gehouden hebt, maar nog meer van halfdroomslaap. Je weet toch dat ik dat weet?'

'Ga weg,' zei ik.

'Doe niet zo flauw. Mag ik niet even binnenkomen?'

'Nee.'

'O, komaahaan! En ik heb nog wel iets meegebracht!'

'Het gaat niet. Ik heb morgen hopen werk te doen en ik moet slaap inhalen.'

'Maar ik blijf echt niet lang. Gewoon even laten zien en dan ga ik weer weg.'

'Beloofd?'

'Beloofd!'

Ik zuchtte en gooide de deken opzij. Het vlees was zwak.

'Dag muze,' zei ik met opzettelijk weinig enthousiasme, terwijl ik de deur opende.

'Dag kniesoor! Nou, deze keer moest ik wel aandringen hoor! Maar zo lief van je dat ik toch binnen mag! Zo ontzettend lief!'

"Jaja. Schreeuw asjeblieft niet zo. Wil je de hele buurt wakker hebben?"

'Oooeew! Jij brompot! Nu lijk je een beetje op die ene van de zeven dwergen die aldoor loopt te mopperen! Zal ik je net als Sneeuwwitje een kusje op je neus geven?'

'Hou maar al op,' zei ik zwakjes. 'Wat heb je bij?'

'Oei oei, zo zakelijk! Dan schakel ik beter op de u-vorm over! Goed, wat heb ik voor u bij? Raadt u eens, moneer!'

Ik moest lachen. Hoe kon je daar nu kwaad op blijven? 'Sorry, muze. Het is niet dat ik je bezoekjes niet fijn vind, maar echt, ik ben afgepeigerd. De laatste weken kom je bijna iedere avond langs en je blijft altijd tot een gat in de nacht en dan ben ik overdag zo moe en zit ik te slapen aan mijn bureau en vergeet ik gemaakte afspraken en laat ik dingen uit mijn handen vallen en en... Wat heb je bij, muze?'

'Ik heb je favoriet bij, mijn lieve kunstenaar!'

'Een liedje?'

'Ja!'

'Ik neem mijn gitaar...'

'Dat dacht ik ook, ja! Dan ga ik intussen koffie zetten.'

'Goed. Maar morgenavond slaap ik echt gewoon door, hoor!'

'Ha, dat zullen we dan nog wel eens zien, lieverd! Melk en geen suiker hé?'

vrijdag 11 mei 2007

Nora: deel 6 (slot)

Vrijdag

Ze is mooi zoals ze daar zit, ineengedoken tegen de muur. Angst is altijd mooi. Ze huilt met kleine schokjes en houdt haar tot vuisten geklemde handen voor haar mond. Ik vraag haar of het gaat, maar ik moet lachen als ik merk hoe hol die woorden klinken.

donderdag 10 mei 2007

Nora: deel 5

Donderdag

De deur slaat dicht. De vreemde is uit huis. Ik tast naar de warme plek naast mij en rol dan naar links tot mijn gezicht in haar hoofdkussen verdwijnt. De geur van amandelen, denk ik, maar dat heb ik gewoon ergens gelezen. Amandelen en nog iets anders, iets zoets. Als ik zo lang genoeg blijf liggen, dan stik ik.
De eerste dagen zal niemand iets merken – wij hadden niet veel contact met hem – en ook zij – alleen dat meisje kwam de laatste tijd vaak langs – heeft geen idee waar hij zou kunnen zijn. Kent u hem goed? Ja. Is hij je vriend? Ja (nee!), nog maar pas. Weeral tranen. Ze begint te overdrijven.
Na enkele weken klagen de buren over een allesdoordringende stank die uit zijn huis lijkt te komen. De deur wordt aan spaanders geslagen (wie zal dat betalen?) en in de slaapkamer vinden de rechercheurs het levenloze lichaam van de jongeman, reeds in verregaande staat van ontbinding. Doodsoorzaak? Moeilijk te zeggen. Zijn hart lijkt er simpelweg mee opgehouden te hebben. Het labo sluit zelfmoord uit en een hartinfarct lijkt onwaarschijnlijk gezien de jeugdige leeftijd van het slachtoffer. Moord? Ik ken dat meisje natuurlijk van haar noch pluim, meneer, maar ik vond het altijd al een rare, als u verstaat wat ik bedoel. Ze heeft hier eens een hele ochtend aan zijn deur staan bellen, terwijl alle rolluiken neer waren en meneer dus heel duidelijk niet thuis was.
Zij wordt meegenomen en ondervraagd maar veel krijgen de rechercheurs niet uit haar. Het onderzoek wordt enkele weken later afgesloten en in het officiële rapport wordt dan toch maar over een infarct gesproken.

De telefoon. Zij zegt dat ze me nu al mist. Dat ze vanavond zodra ze kan naar me toe zal komen. Zij zwijgt en ik haak in zonder een woord te zeggen. Ik moet op mijn hoede zijn. Zij is in mijn wereld aan het rommelen. Als het zo doorgaat, vind ik straks niks meer terug.

Opnieuw het schrille gerinkel van de telefoon. Ver weg vraagt een stem alles goed alles goed alles goed. Ik geef een ruk aan het telefoonsnoer dat meteen knapt. Gerinkel van glas. Moet even zitten want ik duizel en krijg terug hoofdpijn. Op de bank liggen, dat zal me goed doen.
Ik sluit de ogen en adem langzaam en diep in, tel tot drie, adem uit, tel weer tot drie, adem in, tel tot drie, adem uit… De zee kolkt. Vanuit het grijs van de hemel doemen twee zilverbruine ogen op, daarna de omtrekken van een neus en een mond. Flauw zonlicht breekt door de wolken en glijdt over haar wangen. Ze glimlacht me geruststellend toe. Maar als ik mijn handen uitstrek en naar haar lippen tast, vervaagt haar gezicht. Ver weg vriezen oceanen dood. De planeet kraakt in al haar voegen.
(wordt nog één keer vervolgd)

Voor wie het zich afvraagt

'Nora' is behalve een meisjesnaam ook de titel van een kortverhaal dat ik een paar jaar geleden schreef. Ik was de achttien net gepasseerd, had 'Das Leiten des jungen Werthers' gelezen en wou schrijver worden. Of beter: ik dacht dat ik het al was.
Tegenwoordig ben ik van plan om pas aan mijn magnum opus te beginnen schrijven als ik tegen alle verwachtingen in de vijftig jaar gehaald heb. (Een eenvoudig grapje, jonkvrouwe! Geen cynisme!) Morgen en overmorgen deel 5 en 6 van 'Nora'. Of misschien alles vandaag al. Ik ben immer ongeduldig, daar kan ik niks aan doen.

Nora: deel 4

Woensdag

Ze houdt van mij. Het valt niet meer te ontkennen. Eerste aantekening van vandaag. Het is nu bijna middag maar alle rolluiken zijn neer omdat ik nog geen daglicht kan verdragen. Ik moet gisteren onwel geworden zijn. Door de hitte, vermoed ik. Maar ik kan me er weinig van herinneren. Mijn huisdokter is hier geweest want toen ik vanmorgen rond negen uur wakker werd, vond ik op het tafeltje in mijn slaapkamer een doktersbriefje: twee dagen volstrekte rust.
De stekker van het telefoontoestel was uitgetrokken. Toen ik het apparaat weer inschakelde, zag ik dat zij drie keer had geprobeerd me te bellen: gisteravond om 22u17 en om 23u57 en nog eens heel vroeg deze morgen om 1u33. Met tegenzin maakte ik het voornemen om haar terug te bellen.
Ik denk dat ik toen even op bed ben gaan liggen om nog enkele minuten te rusten maar ik werd pas anderhalf uur later weer wakker door gerinkel. Het duurde lang voor ik besefte dat het de telefoon was en toen was het al te laat om nog op te nemen. Op het schermpje herkende ik haar nummer. Ik drukte op de terugbeltoets maar er nam niemand meer op. Toen even later de bel ging, wist ik waarom. Ze moest onmiddellijk naar hier vertrokken zijn.

Ik loop naar de hal en druk mijn oor tegen de deur. Voeten knersen op het grint. Ik wacht af. Ze belt nog een keer maar ik doe nog steeds niet open. Ze zal vier keer bellen. Vier is haar getal. Ze draagt vier gevlochten bandjes, twee rond haar rechter arm, twee rond haar linker enkel. Twee keer vier stappen van haar bed naar de badkamer. Vier keer vier stappen van de badkamer naar de ontbijttafel. Vier letters in haar naam. Vier letters in mijn naam.
Ze belt een derde keer. Nu schiet me te binnen dat ik beloofd had bij haar langs te gaan. Ze zou me voorlezen uit haar dagboek. Dat geen dagboek is. Maar dat ik toch zo noem om haar te pesten. De bel gaat een vierde keer en dan wordt het stil. Ik hoor haar aarzeling en daarna het geluid van haar voetstappen die zich verwijderen. Op dat moment open ik de deur terwijl ik de tranen al kan proeven.

woensdag 9 mei 2007

Nora: deel 3

Dinsdag

De verpleger zegt dat hij blij is dat ik kon langskomen. Ik was minder opgetogen toen hij me vanmorgen opbelde. Ik vroeg of mijn vader soms ziek was. Nee, nee, ik moest vooral niet denken dat het ernstig was.
Niet ernstig? Waarom moet ik dan juist op mijn vrije dag dat hele eind naar de stad reizen? Bovendien is het bij een temperatuur zoals vandaag echt een hel om twee uur in een treinwagon te zitten. Als een dikke stoflaag ligt de logge hitte over de straten.
Hier binnen, in het belachelijk kleine kantoortje van de hoofdverpleger is het godzijdank iets minder warm maar erg benauwend. Ik zuig wat van de doffe lucht naar binnen maar de door mijn hoofd dreunende pijn wordt er alleen maar erger door. Wat zou zij nu aan het doen zijn?
De hoofdverpleger schat ik rond de vijfendertig. Ik stel met genoegen vast dat hij nog meer onder de hitte lijdt dan ik. In zijn hals staan kleine, vieze zweetdruppeltjes.
"Uw vader is de laatste tijd nogal onrustig," begint hij. "Hij slaapt slecht en is soms, nu ja, bijna onhandelbaar.” Ik zie dat er zich op zijn witte hemd ter hoogte van zijn oksels vochtkringen aftekenen. De verpleger lijkt min of meer te verwachten dat ik iets zal zeggen maar ik knik gewoon. Even aarzelt hij maar dan gaat hij verder.
“Hij lijkt voornamelijk af te zien onder het feit dat hij zo weinig bezocht wordt. Daar lijkt hij toch vaak op aan te sturen. Begrijp me niet verkeerd, ik weet dat u het druk heeft maar misschien…”
- ”Kunt u hem niet wat geven?”
- “Pardon?” De verpleger kijkt me niet begrijpend aan.
- “Kunt u hem niet iets geven waardoor hij beter slaapt?”
- “Natuurlijk, dat doen we ook. Maar slaap- of kalmeermiddelen vormen natuurlijk geen echte oplossing. Vaak hebben patiënten de indruk dat ze door hun familie…”
- "Als een last worden beschouwd?" onderbreek ik hem, terwijl ik mijn hoofd schijnbaar verveeld afwend. Ondertussen wordt die verduivelde hoofdpijn steeds erger. Door het raam zie ik hoe een oud mannetje de hitte trotseert en tergend langzaam door de tuin vooruit schuifelt. Als hij zou vallen en niet meer overeind geraakt, zou ik dat dan tegen de verpleger moeten zeggen? Hij kan het niet zien want hij staat met zijn rug naar het raam. Ik wil hier weg.
– "Het spijt me maar ik heb het inderdaad erg druk. Als er verder niets meer is, zou ik graag gaan." Ik sluit heel even mijn ogen. Inderdaad erg druk.
– "Wilt u uw vader niet zien?" vraagt de verpleger met gespeelde verwondering. Hij weet dat ik dat niet wil. Hij weet het. Met mijn linker handpalm druk ik hard op mijn linkerslaap terwijl de verpleger met een voddige zakdoek nogmaals het zweet van zijn voorhoofd en hals veegt.
– "Sorry, ik moet..." Ik draai me zonder te groeten om en stommel naar buiten. Ik weet dat de verpleger me, ditmaal oprecht verbaasd, staat na te kijken. De holle echo's van mijn voetstappen in de witte dodengangen doen me sneller ademen en lopen. Ik struikel, val en bots met mijn hoofd tegen… ik weet niet wat. De zee ruist in mijn achterhoofd. Stop.
(wordt vervolgd)

dinsdag 8 mei 2007

Nora: deel 2

Maandag

"Als je oud wordt, dan krijg je kleine takjes rond je ogen" zei ze gisterenmorgen nog op de terugweg. Zonder aanleiding. Ik vond het zo mooi dat ik wel kon janken. Toen ik thuis kwam heb ik dat dan ook gedaan. Daarna nam ik plichtsbewust plaats aan het bureau waar ik vele uren schrijvende doorbreng, en ik heb haar woorden opgeschreven. Andere notities die ik nog nam, waren: houdt zij van mij? Antwoord: nog uit te zoeken en zo ja, nagaan wat de daaraan verbonden consequenties zijn. Houd ik van haar? Antwoord: neen, beslist niet.
Dat neemt niet weg dat ik de laatste tijd vaak met haar optrek, ongetwijfeld te vaak. En ze sleept me steeds weer mee in haar bizarre gedachtekronkels. Toen ze mij voorstelde om naar de zee te gaan kijken op een voor mensenkinderen dodelijk vroeg uur had ik al toegestemd voor ik besefte wat ze precies gevraagd had. En morgen gaat ze mij, o gruwel, voorlezen uit haar dagboek. Haar dagboek dat geen dagboek is. Ze is tenslotte geen kind meer.
Wat me nog het meest verbaast, is dat ze me oprecht lijkt te mogen. Ik ben geen aangename persoon. Dat zeg ik niet uit zelfhaat maar omdat ik dat weet. Ik word door vrienden ‘cynisch' en 'twistziek' genoemd. En dat ben ik ongetwijfeld ook. Zij daarentegen noemde me onlangs ‘complex’ en ‘zoekend’. Ik moest erom lachen, maar ik straalde van trots.
Als ik 's avonds met haar langs de gesloten supermarkt ben gewandeld omdat dat verlangen opeens in haar opkwam en we bij het helle schijnsel van de eeuwig brandende daglichten hebben staan kijken naar die chaotische kleurenmozaïek van koopwaar, dan weet ik niet meer waar ik het heb. Ik denk dat ik geen keuze heb. Ik moet op regelmatige tijdstippen bij haar zijn. Ik voel geen liefde. Dat niet. Ik zou immers niet weten wat ik me bij liefde moet voorstellen. Maar ze doet een frisse wind door mij heen waaien, ze geeft me nieuwe, ongekende impulsen die schreeuwen om door mij, zelfverklaard kunstenaar, gebruikt te worden.
Ze is, hoe stom en gedateerd dat vandaag ook klinkt, mijn muze. Haar zilverbruine ogen zuigen me mee een wereld binnen die me van alles vertelt maar dan wel in een taal die ik niet ken. Nog niet, want ik heb voor mezelf al uitgemaakt dat ik niet opgeef voor ik de code ontcijferd heb. Ze intrigeert me en ze jaagt me op. Ze zal me inspireren tot grootste dingen. Dat voel ik.
(wordt vervolgd)

maandag 7 mei 2007

Nora: deel 1

Zondag

Het is koud en ik ben een idioot. Als er vandaag, een zondagochtend om zeven uur waarop ik slaapdronken voor de deur van haar huis sta te wachten, twee zekerheden in mijn leven zijn, dan deze. Ze opent de voordeur bijna een kwartier nadat ik heb aangebeld, ("Maar één keer, anders is iedereen wakker!") en lacht omdat ik er moe en verward uitzie. Ze slaat nog vlug een donkergroene sjaal om en gooit de deur dicht. Keihard. "Kom mee" zegt ze en flitst langs me heen. Ik zucht. Wat anders? Als ik me omdraai, is zij al om de straathoek verdwenen.
Hijgend kom ik na een korte achtervolging dan toch naast haar lopen. Ik haak mijn arm in die van haar. Voorlopig ontsnapt ze me niet meer. De zon op onze rechterkant scheurt de ochtendmist uiteen.

De zee. We gaan zitten, onze benen over de rand van de rots. Een twintig meter lager beukt het water schuim brakend tegen de krijtrotsen. Stilte, zij in gedachten verzonken, ik peilend naar de hare.
Plots vraagt ze of ik ook niet vind dat de zon vroeger anders was. Verrast door die vreemde vraag stamel ik iets dat zowel een ja of een nee kan zijn omdat ik niet weet wat zij erover denkt en omdat ik sinds kort krampachtig probeer om het in alles met haar eens te zijn. Maar zo makkelijk kom ik er niet onderuit. "Maar hoe…?" Ze maakt haar zin niet eens af, wendt zelfs haar gezicht af maar toch éisen haar ogen van mij een zinvolle repliek. Met een wetenschappelijke uitleg zal ze niet tevreden zijn. Misschien omdat elk individu op een heel eigen manier naar de dingen, en dus ook naar de zon, kijkt en dat de zon voor haar anders lijkt omdat ze zich nu anders voelt? Ik kan mezelf wel slaan. Wat een onzin. Maar zij vindt het prachtig zegt ze, met glazige ogen voor zich uit starend.
Ze zegt dat ze zich inderdaad anders voelt maar waarom weet ze niet. Ze kijkt omhoog, lijkt in haar hoofd naar woorden en zinnen te graven en dan begint ze te praten. Na een tijdje praat ze niet meer, ze vertelt. Dat ze zo onopvallend mogelijk probeert te bestaan maar dat ze niet weet of dat wel bestaan is. Dat ze zich soms afvraagt of God bestaat maar dat ze tegelijk beseft dat, als hij al bestaat, hij waarschijnlijk niet van haar verwacht dat ze zich vragen stelt omtrent zijn bestaan. Dat ze denkt dat er in stilte twee uitersten schuilen: eenzaamheid en veiligheid. Dat ze vroeger als klein meisje eens gedroomd had dat ze zich droevig voelde maar dat haar gezicht in een lach bevroren zat zodat iedereen dacht dat ze gelukkig was.
Ineens huilt ze. De zon spat uiteen op het bevroren zeeoppervlak en grote glazen tranen rollen langs de rotskust naar beneden tot tussen geel oplichtende scherven. Even stolt alles in één groot, verwarrend beeld op mijn netvlies, tot het water weer in beweging komt en alles wegspoelt.
Met de rug van haar hand wrijft ze langs haar ogen en springt recht. "Kom mee, het gaat regenen." Ik sta op en zie dat er inderdaad grauwe wolken samentroepen. Als ik me omdraai, is ze al een eind verder het pad in de richting van het dorp afgelopen.
(wordt vervolgd)

Een nieuwe start

Er mag hier dan al één en ander geschreven staan, dit is de eerste echt nieuwe post. De stukjes hieronder schreef ik voor de voorloper van deze blog. Waarom de verandering? Omdat het soms goed is om alle bruggen te verbranden. Waarom dan toch een aantal schrijfsels van het zinkende schip redden? Omdat ik de illusie koester dat ze voor sommige mensen het lezen waard zijn.

Voel je het? Die kakelversie bits en bytes! Welkom, reiziger. U zult wel moe zijn.

zondag 6 mei 2007

Cynisch

Aanklacht: dat het hier soms nogal cynisch is.

Verdediging:
0. captatio benevolentiae: wat hebt u mooie ogen!
1. het leven noopt soms tot cynisme
2. cynisch op de blog = minder cynisch in het leven?
3. cynisch op de blog = een kop die vooralsnog niet uit elkaar knalt?
4. uiteenzetting: cynisme als reddingsboei van de melancholicus/romanticus

Alle gekheid op een stokje: u hebt natuurlijk overschot van gelijk, jonkvrouwe. Maar er wordt echt echtig aan gewerkt.

dinsdag 1 mei 2007

Schuifdeuren

Sta mij toe om hier even kritiek te uiten op de NMBS. Niet omdat de treinen nooit op tijd zouden zijn en niet omdat ze eerste klasse nog niet afschaft hebben. Na bijna zeven jaar intensief treingebruik durf ik ten stelligste beweren dat vertragingen zeldzaam zijn. Altijd zullen de menschen klagen over het weer, het openbaar vervoer en de polletiekers. Neem voor de lol eens de trein in het buitenland. Dat helpt relativeren.
Waarop ik dan wel kritiek heb? Het binnendeurenbeleid. Voor wie al jaren niet meer de trein genomen heeft: in de meeste treintoestellen worden de wagonnen tegenwoordig van elkaar gescheiden door automatische schuifdeuren. U geeft een tikje tegen het handvat en de deur schuift automatisch open. U loopt verder en na een paar seconden gaat de deur terug dicht. Gevaar om tussen de deur geklemd te raken is er niet, daar zorgt een elektronisch oog voor.
Dat lijkt makkelijk in het dagelijks gebruik maar voor veel ouderen van dagen is het dat klaarblijkelijk niet. Zij willen een schuifdeur zélf open en dicht schuiven. Zo is het hen geleerd. Dat resulteert telkens weer in pijnlijke scènes: zenuwachtige en trillerige senioren die uit alle macht aan zo'n schuifdeur staan te sleuren, bang dat ze niet op tijd zullen kunen uitstappen, die nu eens wantrouwig voor een open deur blijven wachten en zich dan weer met ware doodsverachting tussen een dichtschuivende deur werpen omdat ze vrezen dat het de laatste keer is dat ze zal opengaan. Dat vervult mij altijd met diep medelijden en voor een keer mag u dat zonder een grammetje ironie lezen. Anders gebruikte ik wel een ironieteken, tiens.
Tijd voor een bewustmakingscampagne: leer de jongeren veilig vrijen, leer de ouderen een automatische schuifdeur openen. Daar hebben ze recht op. En zo hoeft niemand meer te ondergaan wat mij gisteren is overkomen toen ik een trillerige senioor wou helpen.
- Je moet gewoon één tikje tegen het handvat geven en ze gaat vanzelf weer dicht.
- Hemmek u iet gevroagd?
- Euh... neen.

donderdag 26 april 2007

Een statement als een ander

Communicatie is het zieke broertje van economie.

Bootleg Bar: acoustic style!

Tom Barman - Gulf Shores (cover)
We schrijven 8 augustus in het jaar 2000 als Tom Barman op Dranouter voor het eerst unplugged gaat en in zijn eentje een aantal eigen nummers en covers brengt. Niet alle folkies zijn even opgezet met Barmans aanwezigheid op "hun" festival, maar luisteraars met een open geest zien een ijzersterk concert met een paar magische momenten. Samen met de dan nog onbekende Tom 'Admiral Freebee' Vanlaere brengt hij 'Magnolia' (JJ Cale) en 'There's a road' (Admiral Freebee) en met Axelle Red zingt hij zijn eigen 'Serpentine'. Eén de mooiste maar minst bekende songs is deze 'Gulf Shores' van Will Oldham aka Palace aka Bonnie 'Prince' Billie.

It was hard enough to climb upon
It was slow-going at first
Sister, you have laid long in the sun
Aren't you dying of thirst?

Oh my dear your suit is candy-striped
And your legs are long and slim
If I whisper nothings in your ear
Will you pass them on to him?

Eva Cassidy - Kathy's Song (cover)
Eén van de mooiste stemmen ooit (heeft u haar al eens 'Fields of gold' of 'Somewhere over the rainbow' horen zingen?) zingt het mooiste lied van Simon & Garfunkel.
Of ook wel 'Stijlvol over seks zingen':

Most of my fantasies are of making someone else come. Most of my fantasies are of to be of use. To be of some hard, simple, undeniable use. Like a spindle, like a candle, like a horseshoe, like a corkscrew. To be of use. Most of my fantasies are of making someone else come. On a horse, over palms laid, on the threshold, on the coming day.

donderdag 19 april 2007

Nieuwe broeken

Er zijn altijd wel dingen die je rust verstoren. Sioen die bijvoorbeeld nog altijd geweldig serieus genomen wordt op basis van één niet onaardig nummer en een paar fletse platen. Of de onnozele hals in zijn BMW (echt) die mij en nog een andere wagen aan 80 per uur voorbijsteekt, in de bebouwde kom, op een tweevaksbaan, vlakbij een school, om iets na vier, terwijl er langs beide kanten van de weg groepjes kinderen te voet of met de fiets op weg waren naar huis. En die 100 meter verder toch moest wachten voor het rode licht. Tot mijn spijt moet ik bekennen dat ik toen voor het eerst in mijn loopbaan als automobilist iemand the finger gegeven heb terwijl ik achter hem stond aan te schuiven. Geeft niet echt zoveel voldoening als ik had gehoopt.
Ook nieuwe broeken kunnen aan je karma morrelen. Geen idee of het een vaak voorkomend fenomeen is, maar ik heb al twee keer een nieuwe broek gekocht waarvan de ritssluiting achteraf een eigen wil blijkt te hebben. Die bestaat meestal uit een verlangen om spontaan terug open te gaan op onverwachte momenten. Na een aantal weken lost het probleem meestal zichzelf op, maar in afwachting daarvan kan het voor knap vervelende situaties zorgen. Zoals begin deze week.
In de cd-winkel op zoek naar muzikaal lekkers. Opeens merken dat het van dattem is. Lichte paniek, want wat doe je? In je hoofd overloop je de mogelijkheden. 1: je doet alsof er niks aan de hand is en wandelt fluitend (pun not intended) naar buiten. Hm, brengt niet echt zoden aan de dijk want het probleem blijft onveranderd en buiten zijn er nog meer mogelijke toeschouwers. 2: je doet gewoon je rits dicht. Kan dat, in een volle winkel waar je regelmatig komt een handeling verrichten die kan verward worden met jezelf onbeschaamd in het kruis tasten? 3: een creatieve uitweg zoeken uit je sociale paranoia. Dat was wat ik ook deed.
Ik kuierde met een van slechte televisieacteurs gekopieerde nonchalance (handen in de broekzakken, zacht neuriënd en opgewekt rondkijkend) in de richting van de obscure metalplaten in de achterste hoek van de zaak. Daar draaide ik mij met mijn rug naar de toonbank en terwijl ik met mijn rechterhand (hier had men mij kunnen betrappen want ik ben linkshandig) een willekeurige cd-hoes bestudeerde, kon ik met mijn linkerhand de gewraakte rits terug dicht doen.
Het is niet niks, onder de mensen komen.

maandag 16 april 2007

Een statement als een ander

Een "actieplan tegen agressie" is altijd belachelijk

dinsdag 27 maart 2007

Primus van de klas

Normaal gesproken vermijd ik fotoalbums als waren het anthraxbrieven. Gisteren maakte ik daarop een uitzondering omdat mijn zus dringend een foto nodig had. En zo kwam het dat ik plots een foto van mijzelf tegenkwam toen ik twaalf jaar oud was.
Het is op het einde van het zesde leerjaar. Als primus van de klas krijg ik een medaille overhandigd door de schepen van onderwijs. Glunderen dat ik doe. Klein ventje naast lange man in kostuum. Mijn gezicht weerspiegelt een mengeling van trots en spanning. Al die ogen op mij gericht! Uit nervositeit grijp ik half naast de uitgestoken hand van de schepen.
Er is nog een tweede foto: ik heb de medaille al om mijn hals en onbevangen kijk ik recht in de lens, uitdagend bijna. De schepen is bijna uit beeld verdwenen, je ziet alleen nog zijn arm. Kijk eens aan, denk ik, niet te geloven dat ik dat ben. En wat een zelfzekerheid straalt dat kereltje uit. De longen barstensvol lucht en klaar voor het grote werk. Popelend om die muffe zaal in dat veel te kleine schooltje achter zich te kunnen laten. De wereld te betreden. Of leg ik dat er nu allemaal zelf in? Het is tenslotte maar een foto. Dus is het ook volstrekt belachelijk dat mijn ogen vochtig worden en dat ik denk: godverdomme, die foto is het droevigste wat ik ooit gezien heb.

maandag 5 maart 2007

Een statement als een ander

Kiwi's zijn de janetten onder het fruit

dinsdag 27 februari 2007

Eric

In die dagen trok Jezus van Nazareth door Judea om het woord van God te verkondigen. Dat deed hij met verve en het zou niet lang meer duren voor hij zo populair zou zijn dat de critici hem aan een kruis zouden vastnagelen. Je zal het altijd zien.
In diezelfde dagen (andere tijd en plaats) vertoefde ik in het landelijke West-Vlaanderen, meer bepaald in het onooglijke gehucht Tielt. Een naam als een slecht Amsterdams popgroepje. De lucht was grijs en leeg. Er joeg een ijzige wind over de velden. Ik naderde de dorpskom: bakstenen huizen en vuile straten. Schichtige gedaantes flitsen langs de muren. In alles gloorde de wanhoop van de uitzichtlozen door. Dit land en haar bewoners waren verdoemd.
Ik was al weken onderweg en ver van huis. Ik had voedsel nodig en een dak om te schuilen, maar waar moest ik heen? Het vooruitzicht aan contact met de lokale bevolking leek me niet bepaald aantrekkelijk. Plotsklaps zag ik een bord met daarop in gele letters "Eric's Familie Frituur Met Zestien Zitplaatsen". De honger joeg mij naar binnen.
Achter de toonbank stond een oude man. Hij vroeg me wat ik wenste. Een bakje frieten en een Ice Tea, dankuvriendelijk. Waarop hij met uitgestreken gezicht sprak: "U mag achteraan plaats nemen. De Ice Tea mag u zelf nemen en omdat u die zelf neemt, mag u de beste kiezen. De grootste is helaas al weg."
Het was kalm in de zaak en terwijl ik mijn maaltijd gebruikte, kwam hij bij mij staan en vroeg hij of ik student was. Ik vertelde dat ik in Tielt lesstage kwam doen. Ha, een leraar in spe? Jawel, of tenminste: dat dacht ik af en toe. Ik was er nog niet uit. Hij hief een wijsvinger en sprak: "Lesgeven is een roeping. En om te achterhalen of het jouw roeping is, moet je naar je wens luisteren. De wil wordt gemanipuleerd, maar de wens is eigen."
Verbaasd staarde ik hem aan. Dergelijke wijsheden had ik nu niet meteen in "Eric's Familie Frituur Met Zestien Zitplaatsen" verwacht. Hij wachtte even om het belang van zijn woorden goed te laten inwerken en voegde er daarna nog aan toe: "De jeugd is fenomenaal mooi, het zijn wij ouderen die hen niet begrijpen." Hij draaide rond zijn as en verdween terug achter zijn toonbank. Een verdwaalde filosoof die frikandellen serveert en in aforismen praat. Kom dat tegen.

zaterdag 17 februari 2007

Treingesprek

Afgeluisterd van twee scholieren op de trein:
- Amai, ik heb goesting in de grote vakantie.
- Haha, nu al? Ja, wie niet hé.
- Ei, als ge later in Gent studeert hé, dan hebt ge 3 maand vakantie!
- Serieus?
- Ja. Maar mijne pa zegt dat ik daarvoor te stom ben, haha.
- Haha.

maandag 12 februari 2007

Het leven zoals het is: lesstage

Als je een jaar ouder wordt telkens iemand je met "meneer" aanspreekt, dan ben ik nu al een eind in de dertig. En dat op een paar weken tijd! Dat vind ik niet leuk. Vooral die rosse puistenkop die in zijn enthousiasme om te antwoorden zeker bijna een minuut lang meneermeneermeneerde, heeft me een pak jaren gekost. Gewoon je hand opsteken en wachten tot ik je aanduid is blijkbaar een stuk moeilijker dan overdadig veel gel in je haar kwakken, hein?
"Nou, dan mot je maar niet voor de klas gaan staan!" hoor ik u al met een onverklaarbaar plots opduikende Hollandse tongval opwerpen. U heeft ten dele gelijk. Lesgeven zelf is best aangenaam, maar het leidt de aandacht af van de hoofdzaken. Denk ik dan. In de veronderstelling dat ik hoofd- en bijzaken van elkaar kan onderscheiden.
Maar goed, ik ga hier niet beginnen zwammen over de diepe doch aaibare identiteitscrisis waarin ik al wekenlang vertoef. Dat is niet sexy. Je identiteit tegen het licht houden is bovendien iets wat je alleen doet. Net als puin ruimen, verlangen en boeken lezen.

woensdag 7 februari 2007

Beeldvorming

Los van het feit dat een mens vermoorden altijd een door en door afschuwelijke daad is, heb ik de afgelopen dagen nog uit niemands mond volgende bedenking gehoord: werden er vroeger geen mensen neergestoken? Ik zal wel weer cynisch zijn als ik vaststel dat alles met het etiket "zinloos geweld" tegenwoordig goed verkoopt. DE MP3-MOORD! DE SIGARETMOORD! Smullen maar. En binnen blijven, dat spreekt voor zich. Wat er buiten gebeurt, dat zien we wel op onze televisie.

woensdag 31 januari 2007

chique miserie

"En zijn neus toeknijpend zegt johan janssens: gisteren ben ik nog de kunstwereld gaan opzoeken om een critiek te schrijven voor het geestesleven... ik heb daar heel die tragi-comische schijnwereld van artisten nog eens aanschouwd alsof het voor de laatste keer was: die pijpen en die lange haren en die artistiek uitgestalde bohemers-miserie... zeer chique miserie, zeer kunstvolle miserie... danse triste de granados... terwijl ik er met afgrijzen moest aanschouwen hoe ze achter mijn weekbladschrijverlijk gat liepen om een gunstige critiek te krijgen... en van kunst weten zij niets af, ze verwarren het steeds maar met een beetje techniek, ze denken dat techniek kunst is: een lijk dat voorover valt als ge er met de vinger naar wijst, maar een lijk dat technisch-goed is, dat technisch in orde is." (L.P. Boon, "De Kapellekensbaan")

maandag 29 januari 2007

Het ouderlijke huis

Koffie met z'n zevenen rond de lange tafel, dat is de traditie. Alleen komt het steeds minder voor dat iedereen er tegelijkertijd is. Schuld van de nestverlaters. Voor mij geeft het niet, want ik heb nood aan stilte en ruimte, steeds meer, maar bij moeder weegt het. Dat zie je. Koffie met zeven en daarna ons elk afzonderlijk in kamers onderdompelen. Praten hebben wij nooit geleerd, tenzij tegen onszelf, god en de muren. Niet alles blijft hetzelfde. Ik, in de kamer waarin ik verdween, denk dat mensen hun namen in het zand schrijven en vervolgens heel hard hopen dat wind en regen verzinsels zijn. Ik denk ook dat ik vandaag een plan moet maken voor de genummerde dagen die nog volgen en ik denk dat ik een blad papier neem. Met je wang op de vensterbank naar de regen kijken. Altijd halverwege zijn.

Woestijn

Martine, waarover ik al eens schreef, heeft nu ook een myspace. Allen daarheen en luisteren naar "Woestijn" en de andere liedjes. Voor de stand van zaken: ik heb intussen nog altijd mijn gitaar niet verkocht en ik heb nog steeds geen deftig werk. Wel een handvol nieuwe liedjes op de plank. Maar ik zal nog wat boterhammen moeten eten om Leonard-Cohen-gewijs (en vanaf nu ook Martine-gewijs) een stuk of vijf onsterfelijke regels in één en hetzelfde lied te krijgen. Ga maar na.

Woestijn

ge zegt 'k heb nood aan open ruimte
ik zeg awel neemt de woestijn
dan kunt ge daar wat gaan verdwalen
en wat ver van huis gaan zijn
maar komt daarna niet klagen
van den honger of den dorst
wie wij zijn is wat wij zagen
slechts wat bloesem voor de vorst
die misschien tot bloei zou komen
maar wat blijkt? wij zijn te jong
'k had thans vernomen dat slechts jaren
van geduld zijn zaad inwon
voor 't geluk op middaguren
als de zon weer op zijn hoogst
is het beter dan te sterven
uit te rukken voor de oogst?

klein liedje over de woestijn
laat ons hopen dat er elders
wat meer plaats voor u zal zijn

ga gezellig met vakantie
ver van 't water van de zee
uw bloem zal niet zo lang meer leven
brengt ne schone cactus mee
die zet 'k ik dan in mijn keuken
op een rij naast al de rest
aan de kapstok hangen deuken
van uw hoed onder mijn vest
'k geef toe het raakt mijn kouwe kleren
nu al harder dan gedacht
ik zal u missen maar ook leren
dat de tijd niet op ons wacht
dat zij veel te snel kan draaien
voor wie niks van 't leven kent
maar ook voor wie die al jaren
weet dat liefde stilaan went
dat het door de zotte sleur komt
dat we stil zijn blijven staan
dat we elkander irriteerden
liever weg hadden zien gaan
men was soms wat onrustig
men gaf te weinig plaats
ga dus lange tijd op wandel
kom pas terug als 't u verbaast
dat ik toch nog die madam ben
die ge eigenlijk wel graag ziet
die u de bloemen tussen 't gras wijst
u gestopt heeft in een lied
over vorst, over woestijnen
over deuken aan de muur
er ontbreekt iets in dit huis
maar ook dat went op den duur

klein liedje over de woestijn
laat ons hopen dat er elders
wat meer plaats voor u zal zijn
klein liedje over u en mij
ik zal hopen maar niet wachten
totdat gij weer terug zult zijn
(Martine De Kok)

dinsdag 16 januari 2007

Voetgangersproblemen

In mijn hoedanigheid van voetganger ben ik een snelle stapper. Stap, stap, stap. Heel snel en verbeten doorbenen. Van punt a naar punt b malen. Maar wat doe je dan als er iemand voor je loopt die veel trager wandelt? Ik zet de mogelijkheden even op een rijtje:
Methode 1: je steekt de andere resoluut voorbij. Risico: de ander vindt je een onbeleefd varken of stigmatiseert je als zijnde "weer zo'n slappeling die zich niet verzet tegen de hectische mallemolen van onze hedendaagse prestatiemaatschappij."
Methode 2: Je haalt bruusk je tempo naar beneden en blijft ongeveer op gelijke afstand hangen. Risico: de andere persoon denkt dat je hem/haar aan het schaduwen bent en zet het op een rennen. Of geeft je een peut op je bakkes.
Methode 3: Je ziet het gevaar op voorhand en steekt tijdig de straat over. Je drijft je tempo fiks op en bouwt een voorsprong uit op de ander. Als die voldoende is, keer je terug naar de overkant. Risico: omver gemaaid worden door een auto.
"Maar welke moeten we nu kiezen?" hoor ik jullie al vragen. Wel, eigenlijk vind ik dat jullie stilaan moeten leren om zelfstandig belissingen te nemen en niet altijd een beroep mogen doen op jullie sociale goeroe. Maar omdat het mij wel flatteert, die naar kennis snakkende blikken van jullie, geef ik nog één keer goeie raad: neem methode 3. Dat is het makkelijkst en laat ons eerlijk zijn, wie maalt er dezer dagen nog om dat hij omver gemaaid kan worden door een auto?

zaterdag 6 januari 2007

Timmermans

"Het gras stond stil in de lage avonddamp, de populieren stonden stil, het water en het licht. Het leek, alsof de tijd aan 't wachten was om voort te gaan."
(Felix Timmermans)

zondag 17 december 2006

Kleine neef

Mijn nieuwe neef - intussen anderhalf jaar oud - was in het begin een serieuze tegenvaller. Geen zinnig woord kwam eruit, hij rook altijd een beetje zurig en qua voetbaltalent was hij rubbish. Maar the times they are a-changin', weet je wel. Ongemerkt is hij opgeklommen tot de status van coolste neef ooit. Misschien komt dat hard aan bij mijn andere neven, maar wat kan ik eraan doen? Ziehier de voornaamste hobby's van mijn jongste neefje en oordeel zelf:
1. Rond de tafel lopen
Even simpel als ingenieus. Kleine neef wandelt rond de tafel en kijkt af en toe achterom om te zien of grote neef hem volgt. Geleidelijk aan versnelt kleine neef. Als hij ongeveer zijn topsnelheid bereikt heeft, is het de bedoeling dat grote neef opeens de andere kant uitloopt en kleine neef opvangt. Nog steeds zonder concurrentie tijdverdrijf nummer één.
2. De wasmachine
Grote neef snapte er geen jota van toen kleine neef middels wijzend vingertje en dreinend zeurtoontje ("uh! uh! uh! uh!") duidelijk maakte dat de deur naar de badkamer open moest. Nog groter was de verwondering toen hij naar binnen holde en voorover boog om door het venstertje van de wasmachine te kijken. Navraag bij de moeder leerde ons dat kleine neef gek is op wasmachines. Flikkerende lichtjes, veel lawaai en een draaiende trommel met kleren, meer moet dat niet zijn. Kleine neef kan er uren naar kijken.
3. Torens omgooien
Hierop ben ik wel een beetje trots want het gaat om een hobby die ik hem - met de hulp van mijn broer - zelf heb opgedrongen. Eerst bouwen de grote neven een toren met blokken van Duplo en kleine neef gooit die vervolgens om, terwijl we samen luidkeels "BOEM!" schreeuwen. Het was eerst wat zoeken, want kleine neef weigerde in het begin resoluut om onze torens om te gooien, hoewel we wisten dat er zeker enig gezond destructief gedrag aanwezig moest zijn. De grote doorbraak kwam er toen we ons realiseerden dat torens groter dan zijn eigen lengte als bedreigend ervaren werden. Sindsdien mogen wij aan de lopende band torens bouwen, die hij dan als een kleine King Kong even snel weer met de grond gelijk maakt, ondertussen enthousiast met de armen zwaaiend en "BOEM! BOEM!" brullend. Navraag leert ons dat hij sindsdien ook thuis alleen nog maar zijn Duploblokken door de kamer keilt, tot wanhoop van zijn moeder. What a guy!

Lijstje

Met de laatste dagen van 2006 die één voor één door onze vingers glippen, groeit ook de vrees dat er - wat deze blog betreft - een zogeheten "terugblik" zit aan te komen. Alle clichés nog an toe!
Must... switch... off... computer...
Ach. We zien nog wel.
In tussentijd presenteer ik u de Lijst Van Dingen Die Ik Dit Jaar Nog Moet Doen:
1. writer's block van mij afschudden
2. nieuwe oneliners van James Bond memoriseren
3. ex-liefje een sympathiek mailtje sturen
4. paar zanglessen nemen
5. duimen voor zus tot het pijn doet
6. veel fruit eten
7. daadkracht tonen
8. mild zijn voor mensen zonder daadkracht
9. kapotte lamp vervangen
10. nieuwe broeken kopen
11. gaan wandelen in het bos
12. mijn beste vrienden koesteren
13. grote stiltes op de juiste manier begrijpen
14. het uitslapen binnen de perken houden
15. idem dito voor Hineininterpretierung
16. geen moeilijke (Duitse) woorden gebruiken om indruk te maken
17. mijn top vijf van cd's 2006 opstellen
18. gul zijn met complimenten
19. gesprek aanknopen met onbekende op trein
20. iets stoms doen
21. "Delta Dawn" leren spelen

dinsdag 5 december 2006

Jeugdherinnering

Pirateneiland


Will (scheepsjongen)



Teut (stuurman)

Kapitein Knoest

Haha, de rare streken van het geheugen. Om God weet wat voor reden schoot me daarnet de volgende jeugdherinnering te binnen: ik ben een jaar of tien en ik mag op woensdagnamiddag thuis gaan spelen bij mijn beste vriend Pieter. Altijd dolle pret! We zijn allebei grote Lego-fanaten en Pieter heeft bijna álles van de piraten, ook het supergrote piratenschip! Zelf heb ik daar eindeloos om gezeurd, maar volgens mijn ouders is dat te duur voor Sinterklaas. Fsh, te duur! Pieter heeft het wel en die zijn armer dan wij want zij zijn thuis met zés kinderen!
Nu goed, we vechten de hele namiddag heroïsche zeeslagen uit tussen de piraten en de soldaten van de gouverneur. Om vier uur worden we aan tafel geroepen, want de mama van Pieter heeft pannenkoeken gemaakt. Lekker, dat wel, maar de piraten van kapitein Knoest stonden net op het punt een goudschat te ontdekken. We schrokken dus snel ons bord leeg om verder te kunnen spelen.
Pieter is als eerste klaar, wipt van zijn stoel en rent naar het tapijt waarop alle Lego uitgestald staat. Net als ik mijn stoel achteruit schuif om hem achterna te hollen, verheft Pieters mama plots haar stem: "Hela, manneke! Kom eens terug aan tafel!" Pieter begrijpt het niet goed en komt verongelijkt terug op zijn stoel zitten: "Wát?" - "Oranneke," richt Pieters mama zich tot mij, "mogen jullie thuis ook zomaar van tafel weggaan? Of wat moeten jullie dan eerst doen?" - "Eerst vragen..." mompel ik met een engelengezichtje en ga nog wat flinker op mijn stoel zitten. Eens een totentrekker, altijd een totentrekker.

zondag 3 december 2006

"God zegt wel niet veel, hé?"

De lucht is grauw en grijs, de dag al sinds vanmorgen aardedonker en de regen plenst al uren onafgebroken naar beneden. Gisteren heb ik mijn oom begraven. Je kan veel zeggen van God: dat hij een alcoholieker is, dat hij wel erg lang wacht met zijn fuckin' Rijk Gods, maar niet dat hij geen gevoel voor sfeerschepping en decor heeft.
Iemand vertrouwd met dit gevoel? Je ziet iedereen rondom je treuren en zelf kan je alleen maar naar je schoenen kijken en af en toe naar de rode ogen van de anderen? En je voelt je een outcast omdat je geen traan kan laten? Alleen je zwarte kostuum wijst erop dat je bij hen hoort. Verder zit alles vast. Ook het verkeer, als je later in karavaan het stadscentrum doorkruist op weg naar het kerkhof.
Hoe vrijgevochten en geseculariseerd we ook mogen zijn, als het over leven en dood gaat, nemen de meeste mensen nog altijd hun toevlucht tot rituelen. Ik wil daar op geen enkele manier geringschattend over gaan doen. Beeld het je maar eens in, de afschuwelijke leegte van een leven zonder rituelen. De schrik slaat me al om het hart. Elke mens deelt die schrik overigens, daar ben ik van overtuigd.
Eergisteren was kardinaal Danneels op televisie. Binnenkort moet hij op pensioen en de interviewer vroeg hem naar zijn toekomst. Andere mensen konden na hun pensioen meestal terugvallen op hun partner, hij kon dat niet. Zou hij zich niet eenzaam voelen? De kardinaal antwoordde dat hij met God een trouwe metgezel had. "Maar" voegde hij er zelf peinzend aan toe, "God zegt wel niet veel, hé?"

dinsdag 14 november 2006

Het was gratis

Verleden week zat er een gratis gsm-kaart van 5 euro bij de Humo. Sympathiek gebaar van een sympathiek blad, zeer zeker! Er zit af en toe iets bij de Humo. Soms moet je er extra voor bijbetalen, zoals voor een dvd of zo. Uw verstrooide en gehaaste blogger dacht echter per abuis dat er ook voor die gsm-kaart moest bijbetaald worden en vroeg de verkoopster dus of er ook Humo's zonder zo'n kaart waren.
- Wát?! (net niet schreeuwend)
- Of er ook Humo's zonder gsm-kaart zijn. (argeloos)
- Maar daar moetegij nie voor betalen! (zonder meer snauwend)
- Ah, sorry... (zich generend)
- Tch! (geërgerd met de ogen rollend)
Maandstonden?

dinsdag 7 november 2006

The world's a stage

Iets waar ik het onlangs met iemand over had en waarover ik blijf nadenken: waarom is niemand in staat om slecht nieuws op neutrale manier mede te delen? Altijd gebeurt het onder de vorm van een klein toneeltje. Houding, spreektempo, gezichtsuitdrukking, de onvermijdelijke strategische pauze... Met lijf en leden stelt de boodschapper zich in functie van zijn boodschap. Maar niet alleen de boodschapper. Van zodra de ontvanger in de gaten krijgt dat de zich op dat moment ontplooiende mededeling niet over ditjes en datjes gaat, begint hij de lichaamshouding van de boodschapper te imiteren en aan te vullen. Twee kromme mensjes tegenover elkaar.
Eigenlijk is het voer voor sociologen, maar waarom telkens die goedbedoelde circusvertoning? Zij weten het en wij weten het, ook al doen we het voor een groot deel intuïtief. Mensen? Kleine eilandjes. Doodsbang om als los zand uit elkaar te vallen als ze te dicht in de buurt van iemand anders komen. Maar het is waar, de oprechte bekommernis van die paar enkelingen maakt veel goed.

vrijdag 20 oktober 2006

Lees wat je wilt

Het schijnt nochtans echt zo te zijn: er is schoonheid ergens tussen alle troep. Alleen zijn we zo verdomd geconcentreerd op wat we aan het doen zijn. We kijken naar onze handen en denken: dit zijn mijn handen. En ze doen iets. Heb ik zulke handen? Zijn dit mijn handen? We worden oud en ziek, zoveel is zeker. Dat kunnen we verwachten. Maar de rest is aan ons. We kwetsen een beetje. Links en rechts. We leven wat. We houden ons in. We zeggen niets omdat het niet het moment is en we nog niet willen zien dat het nooit het moment zal zijn. We zijn wie ze willen dat we zijn: goedlachs, begrijpend, stil, ongelukkig. Want er is tijd. Er zou tijd zijn. Tijd om te lezen, tijd om te denken, tijd om te schreeuwen, tijd om te vloeken, tijd om te kalmeren en tijd om hartsgrondig te wensen dat alles maar meteen verdwijnt. Meer niet. Kom, leg je kleren af. Het leidt nergens toe. Het zal niet helpen. Een cirkel blijft rond. Maar als ik moet, dan jij ook. Dan maar zo.

maandag 16 oktober 2006

zus

haar stem klinkt klein en ver weg aan de telefoon
ze klinkt naar witte muren en medicijnen
je mag niet zo donker denken zeg ik
en ik gooi wat gezag in mijn stem
en ik praat over wanneer ze naar huis mag
en wat we dan gaan doen en zo
hoor mij nu bezig
“niet donker denken”
zij zou niet mogen en ik wel zeker
omdat ik ouder ben zeker
en liedjes schrijf zeker
ze vraagt wanneer ga je morgen bellen
en ik weet het nog niet
een grote broer zou dat nochtans moeten weten

zaterdag 23 september 2006

Wim Helsen

Onlangs nog naar "Man Bijt Hond" gekeken? Dat rare mannetje op het einde dat gedichten voorleest, dat is de onvolprezen Wim Helsen, cabaretier van beroep. Gevierd in Nederland, met mondjesmaat geapprecieerd in eigen land. Helsen speelt niet, hij is. Een beetje toch. En niet alleen in "Man Bijt Hond", maar ook in zijn eigen soloprogramma's passeert soms poëzie. Vaak als je het niet verwacht. Een stukje van de voorstelling "Heden Soup" heb ik uitgetypt om bij te houden. Ik denk dat Helsen één van de allergrootsten is die er in de Lage Landen rondloopt, maar er is zo veel dat ik denk. Dat zegt niks.

"En ik zie licht, wit licht, en nevelslierten die opzij schuiven en vanachter die nevelslierten een mevrouw, een mooie, dikke, kwabbige mevrouw. Het is mijn moeder, mijn moeder die mij roept. Ze spreekt mij toe vanuit hemelse dreven. “Kom maar hier, kleine jongen” zegt ze. “Kom maar hier, leg je hoofd maar in mijn schoot. Ik zal pleisters plakken waar je gesneden bent en ik zal de dieren uit je haren halen.”
En dan doe ik dat, dan leg ik mijn hoofd in haar schoot en dan aait ze mij en dan zegt ze dat ik rust mag zijn. Dat ik niet meer moet hopen. Dat ik niet meer moet proberen. Het helpt toch niet. Ge zijt helemaal alleen. Zoals iedereen altijd en overal alleen is in alle talen. Ge zijt bloot en weerloos. Ge zijt gemaakt van dun papier. Eén windvlaag en ge vliegt omver. Het is niet dat de anderen u niet willen helpen. Het is dat ze zelf gemaakt zijn van dun papier. Eén zuchtje en ze scheuren.
En ge kijkt naar mij en ge ziet uzelf staan en ge zegt tegen uzelf wat ge altijd al geweten hebt. Dat uw pijn voor u alleen is. Niemand anders kan eraan. Niemand heeft er weet van. En dat is goed zo. Zo zijn we vrienden. Dat soort vrienden zijn we. We proberen niet, hopen niet, we kijken. We kijken elkaar aan en we zeggen: kom, leg uw pijn maar hier bij mij, het zal geen grammetje helpen. Kom, leg uw hoofd in mijn schoot, dat ik u aai, dat ik u zeg dat ge van geluk moogt spreken dat ge niets betekent. Kom dichterbij, kom, ik heb u niks te bieden. Kom, vertel mij uw verhaal. Ik beloof: ik zal er niks van snappen. Kom, leg u in een bolleke aan mijn voeten. Ik zal een lied zingen voor u. Over niks."
(Wim Helsen, "Heden Soup")

zondag 9 juli 2006

0110

Ik wou nog eens mijn zegje wou doen over 0110. Eén week voor de gemeenteraadsverkiezingen worden in Antwerpen, Brussel en Gent zogenaamde concerten voor de verdraagzaamheid georganiseerd. Het initiatief komt van Tom Barman, de zanger van dEUS, nu niet meteen iemand die bekend staat om zijn politiek engagement. Uitgangspunt: waarom zou alleen extreem-rechts zich mogen roeren? De overgrote meerderheid van de Vlamingen heeft het immers nog steeds niet begrepen op hun kleuterpolitiek en dat mag ook wel eens duidelijk gemaakt worden. Daarom dus die concerten.
Om de voorspelbare (en makkelijke) kritiek te counteren dat het slechts om een "left wing rockers"-feestje zou gaan, werden ook artiesten als Helmut Lotti, Laura Lynn en Clouseau gevraagd, samen met bijvoorbeeld Arno of Zita Swoon.
Vooral die zogenaamde "commerciële" artiesten kregen het hard te verduren van het Vlaams Belang. In een open brief riep Filip Dewinter die artiesten op om hun optreden af te zeggen en waarschuwde hij hen om zich niet laten te vervreemden van hun achterban. Kuch. Wablieft? Waarschuwen? Je moet het lef maar hebben.
Geen enkele van de artiesten is voorlopig op dat nauwelijks verholen dreigement ingegaan en dat siert hen, maar om nu te zeggen dat ze allemaal blijk gaven van evenveel moed en standvastigheid. Kris Wauters wrong zich bijvoorbeeld in duizend en één bochten om hun deelname te verantwoorden. Ze wisten naar eigen zeggen niet dat er iets over extreem-rechts in het charter van 0110 zou staan en "Had men ons gevraagd om mee te doen aan een concert tégen het Vlaams Belang, dan hadden we vriendelijk bedankt. Het ligt niet in onze aard om mensen te gaan zeggen wat ze wel of niet moeten doen."
Daar moet ik, als het u belieft, toch eens goed mee lachen. Er wordt een concert georganiseerd voor de verdraagzaamheid. Eén week voor de verkiezingen. In Antwerpen. En Kris en Koen hadden geen enkel vermoeden dat daarmee het Belang geviseerd wordt. Laura Lynn zingt hetzelfde liedje: ze is alleen voor verdraagzaamheid, maar "houdt zich niet met politiek bezig."
Even alle koppen uit het zand halen en goed opletten: hoe kan je nu optreden op een concert voor verdraagzaamheid zónder een statement te doen over een partij die onverdraagzaamheid aanwakkert? Zou het ook kunnen dat Kris en Laura opeens een heel klein beetje schrik kregen om minder plaatjes te verkopen, zoals het The Dixie Chicks verging toen ze zich openlijk tegen George W. Bush kantten?
Waarom moet ik nu denken aan de schijterigheid van de meerderheidspartijen toen ze het niet aandurfden om de dotatie van het Vlaams Belang af te nemen, terwijl dat hetgene was wat ze, volgens de letter van de wet, hadden moeten doen? "Dat is niet de manier om die partij te bestrijden," klonk het, maar wij hoorden: "We zouden hun kiezers niet graag boos maken."
Pwôk pwôk pwôôôk!

zondag 2 juli 2006

Op z'n plaats

"Op een dag valt alles op z'n plaats." Dat werd mij ooit op een avond met stellige zekerheid toevertrouwd door een vrouw met al minstens dertig jaar meer levenswijsheid dan ik. Ze had mijn moeder kunnen zijn, maar dat was ze niet en precies daarom was ik geneigd haar te geloven. Moeders liegen hun kinderen voor uit liefde. Daar kunnen ze niks aan doen. Daarvoor zit de moederliefde te stevig en te onverwoestbaar in hun gestel. Ook een Palestijnse vrouw vertelt haar kind dat het later alles kan worden. Tegen wie je graag ziet, moet je liegen. (Wat nog iets helemaal anders is dan bedriegen of misleiden.)
Alles zou dus vroeg of laat op z'n plaats vallen en het was niet mijn moeder die dat zei. Het stelde mij ergens wel gerust, zeker die avond zelf. Maar als ik er later aan terugdacht, wist ik niet altijd goed wat ik met die informatie moest aanvangen. Als het klopte, wat wou dat dan zeggen? Moest je dan zitten wachten op die ene dag? Moest je je dan neerleggen bij de dingen die op het moment zelf niet op hun plaats waren? Dat kon natuurlijk niet. Ergens moest er een voorwaarde aan gekoppeld zijn. Bijvoorbeeld jezelf in vraag durven stellen. Of kansen met beide handen grijpen. Of iets helemaal anders, maar in elk geval iets. En dan zou alles op een bepaald moment als de stukjes van een puzzel in elkaar passen.
Intussen ben ik steeds minder gaan geloven dat alles daadwerkelijk op z'n plaats zal vallen en ik heb zelfs sterke twijfels of dat wenselijk zou zijn. Want wat dan? Kom je dan niet tot stilstand? Ik geloof ook niet dat er mensen zijn bij wie alles al op z'n plaats gevallen is. Ik geloof daarentegen wel dat er mensen zijn die na verloop van tijd dat gevoel krijgen en daar gelukkig van worden. En dat ze op die manier voor een stuk tegen zichzelf liegen, is dan niet eens zo erg. Dat ze tegen zichzelf wíllen liegen, zegt volgens mij al genoeg. Want tegen wie lieg je ook al weer?
Enfin, over dit alles moest ik denken toen ik net de laatste pagina van "The Great Gatsby" van F. Scott Fitzgerald gelezen had. Omdat de laatste paragraaf - zie hieronder - daar min of meer over ging. Voor de mensen die het boek nog niet gelezen hebben: maak je geen zorgen, in die bewuste slotparagraaf wordt nog niks verraden over de plot. Wel een absolute aanrader. Mooi mooi mooi. Als je dan toch vakantielectuur wil, haal dan deze klassieker van Fitzgerald in de bib en leg die vederlichte rommel van Dan 'flat character' Brown nog maar even aan de kant.
Gatsby geloofde in het groene licht, de orgiastische toekomst die jaar op jaar voor onze ogen terugwijkt. Ze ontglipte ons toen, maar dat doet er niet toe - morgen zullen we harder lopen, onze armen verder uitstrekken... En op een mooie dag -
En zo varen we voort, schepen tegen de stroom op, onophoudelijk teruggevoerd naar het verleden. (slotparagraaf "The Great Gatsby", F. Scott Fitzgerald)

zondag 25 juni 2006

Niet onomkeerbaar: het voorbeeld

Een man wil een auto, maar weet niet welke kleur. Groen? Blauw? Stel dat hij een groene koopt en dan spijt krijgt van zijn keuze? Hij besluit nog even te wachten. Tien jaar later heeft hij nog steeds geen auto. Wat hij vergeten is: een gekochte auto kan je terug verkopen.
En dat niemand met het argument komt dat hij dan wel verlies doet. Verliezen is de grootste aantrekkingskracht van het leven. Als u begrijpt wat ik bedoel.

woensdag 21 juni 2006

Niet onomkeerbaar

Verleden week zei een vriendin mij dat de meeste beslissingen NIET onomkeerbaar zijn en dat veel mensen dat vergeten. Dat was ik vergeten.

dinsdag 20 juni 2006

Bericht aan de bevolking

Beste mensen,
U weet intussen allemaal dat ik onlangs in aanraking ben gekomen met de arm der wet. De afgelopen dagen merkte ik her en der uw grote verontwaardiging en sluimerende woede, veroorzaakt door de wanverhouding tussen misdaad en straf. Het schijnt mij op dit moment toe dat er nog slechts weinig nodig is om het tot een uitbarsting te doen komen. Daarom vraag ik u, nee, smeek ik u: laten we alstublieft onze kalmte bewaren. Dat is immers in ons aller belang. Inderdaad, er zijn in het recente verleden dingen gebeurd die niet door de beugel kunnen, die uw verontwaardiging verdienen en die onze rechtstaat op zijn grondvesten hebben doen daveren. Echter, moeten wij daarom onszelf verlagen tot het niveau van onze agressors? Neen, beste vrienden, driewerf neen. Wij kunnen alleen op een waardige manier te kennen geven dat wij ontgoocheld zijn in de regerink, de hoeders van dit land die ons in de kou hebben laten staan. En dat hebben wij gedaan. Ons rest dus enkel nog het betalen van de opgelegde boete. Ikzelf wil tenslotte nog benadrukken dat ik diep ontroerd ben door uw steun. Jullie zijn allen schone mensen, maar de meisjes wel het meest. Om ons samenhorigheidsgevoel te versterken, laat ik jullie meegenieten van één van de honderden hartverwarmende steunbetuigingen die ik mocht ontvangen.

M. zegt:
zeg, aan iedereen die ik vertelde van je boete
M. zegt:
-oei hoe kan ik die zin grammaticaal correct af maken-
M. zegt:
die iedereen was heel erg misnoegd over de belgische politie en regerink
M. zegt:
en iedereen schrok vooral met een allee dat kan toch niet
M. zegt:
mijn mama vooral!
M. zegt:
want die fietst door het rood en zo
M. zegt:
maar in gent zijn ze veel milder
M. zegt:
om maar te zeggen dat we allemaal aan je kant staan
M. zegt:
maar we gaan wel niet zo ver dat we gaan overschakelen op donaties

woensdag 14 juni 2006

24 en 150

Vanmorgen kreeg ik van de postbode een brief die mij verplicht om even terug te keren in de tijd, namelijk naar de dag waarop ik de - al zeg ik het zelf - puike leeftijd van 24 levensjaren bereikte. Een mooi getal, is het niet? Het ademt een zekere maturiteit uit, gecombineerd met toch nog een grote hoeveelheid jeugdige frisheid. Helemaal iets anders dan die kinderachtige drieëntwintigers of die vastgeroeste en verzuurde vijfentwintigers.
Het was een warme zomeravond en ik fietste blijgemutst door Leuven. Ik moest nog snel even naar de bank om wat euro's, want straks werd ik geacht te trakteren voor mijn verjaardag. En mijn vrienden kennende zouden ze wel allemaal proberen mij op kosten te jagen. Zo zijn ze wel, stelletje klaplopers. Doch ik liet het niet aan mijn hart komen, want het was immers mijn verjaardag. Bovendien was ik geen 23 meer, hé? Nog steeds blijgemutst sloeg ik de straat van de bankautomaat in. Nu moet ik eerlijk toegeven dat dat niet mag, maar het was maar voor 5 meter en het was mijn verjaardag en ach, er was geen kat op straat en ach, daar kwam wel een zwaantje uit de tegenovergestelde richting. Eerst probeerde ik achteloos fluitend verder te fietsen, maar hij sneed mij zo'n beetje de pas af en ik voelde mij ook niet in de positie om daarover van mijn oren te maken. De wetsdienaar vroeg of hij mijn "pas" mocht zien. Even overwoog ik een woordspeling met het woord "pas". Ik doe dat namelijk zeer graag, woordspelingen maken. Uiteindelijk haalde ik gewoon mijn identiteitskaart boven en toen ging alles heel snel, maar dan trager. Hij schreef mijn naam en geboortedatum op, vroeg mijn adres en noteerde de datum van vandaag. Ik dacht: nu komt het, nu ziet hij dat "geboortedatum" en "datum van vandaag " nondedomme hetzelfde zijn! Of het mijn verjaardag was, zou hij verbaasd vragen, met een lichte trilling in zijn stem. Ik zou ja zeggen en we zouden elkaar schaterend om de hals vliegen. Groot was mijn verwondering toen hij gewoon terug op zijn moto stapte en wegreed. "Gekke flik!" dacht ik. "Hij speelt met mijn voeten!" Ik wachtte nog een paar minuten. Toen hij na een kwartier nog niet terug was en er achter mij een rij ontstaan was van 7 mensen die allemaal graag geld wilden afhalen, ben ik maar in opperste staat van verwarring huiswaarts gegaan. Te voet, fiets aan de hand.
Heden ten dage ben ik in mijn geboortestad, alwaar ik door fikse rugpijn al een paar dagen horizontaal tegen het leven aankijk. Zoals gezegd heb ik een brief van de postbode heb gekregen. Daarin word ik vriendelijk verzocht om onze staatskas met 150 euro aan te dikken. Voorwaar, een onprettige mededeling die mijn toch al zo geplaagde gemoedsrust verstoort. Dit is het moment om te beweren dat die flikken "zich beter met echte criminelen zouden bezighouden" en "dat het allemaal corrupte zakkenvullers zijn".
Helaas kan men niet kiezen welke wetten men wel of niet respecteert. Je moet het hele pakket aanvaarden of afwijzen. Dus zal ik met een zuur gezicht die 150 euro ophoesten, vervolgens met buurman MW de aloude dialoog "En wat doet de regerink? / Niets!" opvoeren en bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen toch maar weer het geloof in de democratie bewaren en dus niet op onze xenofobe vrienden van het Belang stemmen.
En nu, beste vrienden, ga ik een Nurofen nemen en op de zetel liggen. Of op "de bank", zoals ik als germanist eigenlijk moet zeggen, wat een beetje gek is omdat ik geen geld nodig heb. Behalve misschien om mijn boete te betalen.

donderdag 8 juni 2006

Lege maag

En dan is het half acht ’s avonds en plots realiseer je je dat je de hele dag lang nog niks gegeten hebt. Aha. Daarom duizelig. Daarom pijn achteraan je nek. Hoe vergeet een mens om te eten? Je bent met honderd en één dingen bezig, los door elkaar. Het rommelt weer eens in je hoofd. En je bent moe, moe, moe. Zou dat het begin van de zomer zijn?

donderdag 1 juni 2006

Waarom men kijkt


"Niets was heerlijker dan naar smerigheid te kijken. Dan voelde je jezelf zo schoon."
(Arnon Grunberg in "De joodse messias")