maandag 11 juni 2007

Als vandaag

Dagen als vandaag. Vogels vallen steendood uit de lucht. Een fietser kan voor je ogen en met krijsende remmen nog net een auto ontwijken. Later hoor je de buren met gedempte stemmen praten op de gang. Wat zeggen ze? Over wie? Net voor de middag begint men buiten de straat open te breken. De glazen rinkelen in de kast. Graafmachines hakken in op het asfalt en tegelijk hoor je de stilte kraken. Er zit iets scheef. Er is iets niet in de haak met deze dag, maar wat? Je kan er je vinger niet op leggen. 's Avonds ga je naar een feest. Niet voor lang, want je kent er toch niemand en de mensen tegen wie je wel wat wil zeggen staan te ver weg. Een onbekende jongen doet uit medelijden een poging om een gesprek te beginnen, maar je zegt dat je naar het toilet moet en gaat in plaats daarvan naar huis. Je lichaam voelt warm en ziek. Je drinkt een glas water en kruipt daarna in bed. Er draait iets verkeerd. Je wil weten wat het is, maar je ogen worden zwaar en morgen is het weg. Je zoekt pen en papier en schrijft: "wat houden wij nog over als de lichten zijn gedoofd en ieder voor zich ligt te wachten in zijn vel?" Fucker, denk je. Fucker.

zondag 10 juni 2007

Niet altijd gelijk

We houden het positief vandaag 1: het Vlaams Behang zakt voor het eerst sinds erreg lang van 23 naar 19%. (Ja, ik vergelijk volgaarne met de Vlaamse verkiezingen en niet met de laatste federale verkiezingen. Ik heb een stil vermoeden dat de mensen die op het Behang stemmen hun stemgedrag niet laten afhangen van het sóórt verkiezing.)

We houden het positief vandaag 2: de groenen zijn terug. (En nu geen wetten meer over chocoladesigaretten, hé?)

We houden het positief vandaag 3: ik heb toch minstens één politicus horen zeggen dat de kiezer NIET altijd gelijk heeft. (Eindelijk!)

donderdag 7 juni 2007

Barsten dan maar

Okay, als ze het zelf zoeken:
"G8 bereikt compromis over het klimaat" (Ja, want het klimaat, dat is iets om compromissen over te sluiten.)


"De deelnemende landen zullen het halveren van broeikasgassen
tegen 2050 in overweging nemen."
(Hoi, nu komt alles goed. Stelletje idioten.)


Wie zijn hier eigenlijk de grootste cynici?

Bootleg bar

Francis Cabrel - Je l'aime à mourir (rechts klikken + opslaan als)
Franse troubadour met veel foute liedjes en een paar afschuwelijk mooie. Zoals deze.


Dire Straits & Eric Clapton - Brothers in arms (live) (rechts klikken + opslaan als)
These mist covered mountains are home now for me. But my home is the lowlands and always will be. Someday you'll return to your valleys and farms and you'll no longer burn to be brothers in arms. Schoon.

Passing Afternoon

but she'll mend his tattered clothes
and they'll kiss as if they know
a baby sleeps in all our bones
so scared to be alone
(Iron & Wine, 'Passing Afternoon')

belofte

als de zomer volop zwelt en bloeit,
dan gaan we fietsen op de Noordzee
en dat zonder onder te gaan

Panamarenko deed het,
waarom wij dan niet?

woensdag 6 juni 2007

Kleine Neef ziet ze vliegen

Kleine Neef, intussen bijna 2 jaar, was zondag op bezoek. Om één of andere reden ben ik uitgegroeid tot zijn favoriete speelkameraad. Vanaf het moment dat hij in de gaten krijgt dat hij naar ons huis wordt gebracht, begint hij steevast zonder ophouden mijn naam te dreinen. Nu ja, mijn naam. Zijn zoveelste vrije interpretatie ervan. Tegenwoordig heeft hij een voorliefde ontwikkeld voor de twee laatste letters. Dat moet volstaan, zal hij denken.

De eerste activiteit op het programma was zeepbellen vangen: ik blies zeepbellen (ik kan dat namelijk zeer goed) en Kleine Neef holde ze achterna en probeerde ze te pakken. In zijn enthousiasme viel hij daarbij meermaals over zijn voeten, maar dat gaf niet want het was in het gras. De tweede activiteit was achter de bal hollen en er een lel op geven. Ook hierbij ging Kleine Neef meermaals tegen dek. Net toen wij een move van Ronaldinho aan het instuderen waren, verscheen aan de hemel een knalrode luchtballon. De eerste activiteit indachtig begon Kleine Neef met zijn handjes te reiken naar de wel zeer merkwaardige luchtbel, die echter koppig weigerde uiteen te spatten.

Hier zit zeker een moraal in, dacht ik. Of een universele waarheid. Of misschien wel beide. Maar ik had de moed niet om ze te formuleren.

dinsdag 5 juni 2007

Hef het glas

Voor de dwazen. Voor de dansers met houten benen. Voor de moedelozen. Voor de ogen van Kathleen Cools. Voor de pioniers en de wegbereiders. Voor de geur van Leuven na een fikse regenbui. Voor de fatalisten met hoop. Voor de vrouwen die eens goed lachen met al die overspannen feministes. Voor de verdwalers. Voor de koppigaards die telkens weer met volle overgave op hun bek gaan. Voor de naïevelingen. Voor mensen die zwijgen als ze niks te zeggen hebben. Voor de wereld die naar de kloten gaat maar nu nog even niet. Voor zij die geen schrik hebben voor hun luchtkastelen. Voor het land dat wij met liefde verachten. Voor gulzigheid. Waanzin. Ongeduld. Verlangen. Voor zij die geen opsommingen nodig hebben. Daarvoor hef ik het glas.

donderdag 31 mei 2007

Buigen dan wel barsten

Vandaag las ik iets opmerkelijks in de krant en ik zeg u, het heeft niet veel gescheeld of ik had hier alweer het zwaard der cynisme bovengehaald. Ik was zelfs al beginnen typen aan een stukje, maar toen herinnerde ik mij alsnog een dure belofte uit het recente verleden. Geen cynisme meer, althans niet in schrift. (Cynische gedachten, daar is niks over gezegd geweest. Dat zult u mij moeten toestaan. Anders knal ik uit elkaar.) Dus hou ik de lippen stijf op elkaar.

De hamvraag blijft wel: hoeveel dagen kan ik het nog volhouden? En wat als ik barst in plaats van te buigen? Wat als het vitriool hier morgen van het scherm spat? Zullen jullie mij dan nog graag zien? Ik dacht: lezer in goede en slechte tijden. Maar kan een mens daar vandaag de dag nog op rekenen? Bah. Het valt niet mee om een crowdpleaser met een geweten te zijn.

Handelen

Soms keek hij achterom en dan gebeurde het wel eens dat hij in de verte iets zag. Meestal was er niets. Altijd liep hij meteen weer door. Niet met mij, dacht hij telkens. Niet met mij. ‘Eerst komt de vaststelling,’ zei hij op een dag. ‘Misschien morgen al. Of overmorgen, we zullen zien. Daarna wordt er een besluit genomen. Tenslotte wordt er gehandeld.’ Hij wist dat het niet de waarheid was, maar wat dan nog? De waarheid had hem nog nooit een meter vooruit geholpen. Er was een vooruitzicht en dat was al heel wat. Zo konden de zaken niet uit de hand lopen. Daar schoot niemand iets mee op.

vrijdag 25 mei 2007

It's my own fault what happens to my heart

Meg Baird - Do what you gotta do (rechts klikken + opslaan als)
Als ik hier drie keer naar luister, regent het ook eind mei dode bladeren in mijn hoofd. Maar dat is niet erg, want buiten is het nog altijd zomerjurkjesweer. Zo mag het altijd zijn.

woensdag 23 mei 2007

vadergevoel

Voor mij op het voetpad wandelen een vrouw en haar dochtertje van pakweg drie of vier jaar in mijn richting. Het meisje heeft een kort, blond jongenskopje met daarin toch twee vlechtjes. Hey, je bent jong en je wil wat. In dit geval vlechtjes, ook al is je haar daarvoor iets te kort.
Plots blijft het meisje staan en wijst het voor zich uit. "Kijk mama! Daar is papa!" Ik kijk over mijn schouder en zie een man schuin het plein oversteken. "Ah, je hebt gelijk. Daar is onze papa al," zegt de vrouw. Het meisje haalt diep adem en een langgerekt "papaaaaaaaaaaaaaa" galmt over de tegels van het plein. De moeder kleurt rood, lacht verontschuldigend naar mij en trekt haar dochtertje aan de arm verder. Opeens voel ik een prematuur vadergevoel in mij opwellen. Snel, iets jongensachtigs doen!

dinsdag 22 mei 2007

L'ombre de ton chien

Dat Jacques Brel zelfs voor zijn laatste optredens nog stond over te geven. Van pure zenuwen. Dat zei de jonge zanger tegen de nog jongere zanger, nadat die laatste had opgebiecht dat hij eindelijk wel eens van die podiumvrees af wou. De grootse Jacques Brel.

Boetseerde hij op een witte dag geen verzen als 'Ne me quitte pas / je ne vais plus pleurer / je ne vais plus parler / je me cacherai là / à te regarder / danser et sourir / et à t'écouter / chanter et puis rire / laisse-moi devenir / l'ombre de ton ombre / l'ombre de ta main / l'ombre de ton chien'?

Als dat zo was, dacht de jongere zanger, dan was er niks om ons zorgen over te maken. Dan kwam alles vanzelf goed. Dan moesten we alleen onze ene voet telkens weer voor onze andere zetten. En neuriën. Dat deed hij dus. Ay Marieke, Marieke, il y a longtemps...

maandag 21 mei 2007

Bootleg Bar (opgevist)

Deze drie waren in de grote verhuisoperatie verloren gegaan zonder dat het mijn bedoeling was:

Kommil Foo - Wat wil je dat ik doe

Paul McCartney - Here today (live)

The Damnwells - I am a leaver (acoustic draft)

Ik weet niet meer precies wat voor interessants ik daarover te melden had, maar ze zijn alledrie de moeite waard. O ja, en "Here today" gaat inderdaad over John.

Update: zoveel bitterzoetheid vraagt om wat tegengewicht
Oasis - Lord, don't slow me down (unreleased)

zaterdag 19 mei 2007

Kakkers

In het ouderlijke huis krijgen wij op zaterdag verse melk aan de deur geleverd. Onze melkboerin is, net als mijn broers en ik, supporter van de lokale voetbalploeg. Helaas, haar echtgenoot interesseert het geen fluit en dus hoopt ze iedere week dat één van ons de deur opendoet, om dan in de gauwte wat over het voetbal te praten. Zo ook vandaag.

- 'k Ben op verploatsing hoan kiek'n histeren.
- Ha. 3-0 verloren hé?
- Mohotverdikke, joat! 't Woas 1-0 en ik zeg tegen miene vint: ze kunnen misschienst nog winnen! Die kakkers?, zegtie, ze hoan der nog 2 tegen kriegen! Ik zeg: hoa je ollichte zwiegen, ik zie gèren kakkers spelen!
- Tja.
- Twoas olliek 3-0, moar ik kan der niet tegen dattie ze kakkers noemt.

West-Vlaams is toch nog altijd honderdduizend keer mooier dan dat vettige Brabants.

donderdag 17 mei 2007

Of wacht, ik weet niet eens of gij van goeden huize zijt! Laat mij gerust, gij dekselse sirene!

(maar voel u vrij om nog meermaals zingend langs mijn vensterraam te huppelen)
Aan het meisje dat net voorbij mijn open raam wandelde terwijl ze "Moon River" zong: wil je met mij trouwen?

maandag 14 mei 2007

zonder

ik steek net mijn sleutel in het slot van de voordeur als de regenbui die al de hele dag boven de stad hangt te dreigen alsnog losbarst en ik denk blij dat ik thuis ben en ik denk thuis ha dat is een goeie en ik denk ik leg wat muziek op terwijl de druppels treiterig op het vensterraam tikken en ik duw op de shuffle-toets want dan weet je nooit wat er komt en er begint iets te spelen en het gaat over regen, geen gezever, over regen en ik denk is dat niet schoon maar het is vooral triestig. de muziek dan. en ik denk aan hoe ik ooit eens tegen haar zei dat ik van triestige muziek vaak blij word en hoe ze dat niet begreep en zei dat ik niet normaal was en ik toen dacht ja dat wist ik ook wel zonder jou maar dat zei ik niet hardop want ze wou dat ik mijzelf graag zag en dus deed ik vaak alsof terwijl ik binnenin krassen maakte. en ik denk ook dat is lang geleden. dat ik aan haar dacht. lang geleden. en pijn doet het nog maar een klein beetje want wat kon ik eraan doen dat ik opeens niks meer voelde? en het is goed zo en eerlijker en er is nog tijd genoeg maar ik wist ook niet dat ze zo lang zouden duren, de dagen zonder lief.

zaterdag 12 mei 2007

Bezoek

En zo viel andermaal het doek over een dag waarop ik niets nuttigs had verricht. Er was nochtans veel goede wil geweest, maar de energie ontbrak. Al weken aan een stuk deed ik 's nachts amper een oog dicht. O, ik kon het makkelijk maken en zeggen dat het allemaal haar schuld was, maar het was niet zo. Waarom was ik niet kordater geweest? Kon ik dan niet één keertje nee zeggen? Vanavond moest het, want ik was op op op. Vanavond zou ik gewoon gaan slapen en doen alsof ik niks hoorde.
Er werd op de deur geklopt. Ik trok de deken over mijn hoofd en deed alsof ik sliep. Op zich was dat nogal overbodig, want dat kon ze natuurlijk niet zien. Maar het is de intentie die telt. Zo ben ik opgevoed. En het geeft ook een aangenaam gevoel om te doen alsof je slaapt. Dat was vroeger mijn favoriete deel van huisje spelen. Ik heb altijd al van slaap gehouden, en misschien wel nog meer van de halfdroomslaap.
Ze klopte nogmaals. 'Hallo?' Ik kneep mijn ogen nog harder dicht en zei niks. 'Ik weet dat je er bent. En dat je doet alsof je slaapt. En dat je daarnet dacht dat slapen je favoriete deel van huisje spelen was en dat je altijd al van slaap gehouden hebt, maar nog meer van halfdroomslaap. Je weet toch dat ik dat weet?'

'Ga weg,' zei ik.

'Doe niet zo flauw. Mag ik niet even binnenkomen?'

'Nee.'

'O, komaahaan! En ik heb nog wel iets meegebracht!'

'Het gaat niet. Ik heb morgen hopen werk te doen en ik moet slaap inhalen.'

'Maar ik blijf echt niet lang. Gewoon even laten zien en dan ga ik weer weg.'

'Beloofd?'

'Beloofd!'

Ik zuchtte en gooide de deken opzij. Het vlees was zwak.

'Dag muze,' zei ik met opzettelijk weinig enthousiasme, terwijl ik de deur opende.

'Dag kniesoor! Nou, deze keer moest ik wel aandringen hoor! Maar zo lief van je dat ik toch binnen mag! Zo ontzettend lief!'

"Jaja. Schreeuw asjeblieft niet zo. Wil je de hele buurt wakker hebben?"

'Oooeew! Jij brompot! Nu lijk je een beetje op die ene van de zeven dwergen die aldoor loopt te mopperen! Zal ik je net als Sneeuwwitje een kusje op je neus geven?'

'Hou maar al op,' zei ik zwakjes. 'Wat heb je bij?'

'Oei oei, zo zakelijk! Dan schakel ik beter op de u-vorm over! Goed, wat heb ik voor u bij? Raadt u eens, moneer!'

Ik moest lachen. Hoe kon je daar nu kwaad op blijven? 'Sorry, muze. Het is niet dat ik je bezoekjes niet fijn vind, maar echt, ik ben afgepeigerd. De laatste weken kom je bijna iedere avond langs en je blijft altijd tot een gat in de nacht en dan ben ik overdag zo moe en zit ik te slapen aan mijn bureau en vergeet ik gemaakte afspraken en laat ik dingen uit mijn handen vallen en en... Wat heb je bij, muze?'

'Ik heb je favoriet bij, mijn lieve kunstenaar!'

'Een liedje?'

'Ja!'

'Ik neem mijn gitaar...'

'Dat dacht ik ook, ja! Dan ga ik intussen koffie zetten.'

'Goed. Maar morgenavond slaap ik echt gewoon door, hoor!'

'Ha, dat zullen we dan nog wel eens zien, lieverd! Melk en geen suiker hé?'

vrijdag 11 mei 2007

Nora: deel 6 (slot)

Vrijdag

Ze is mooi zoals ze daar zit, ineengedoken tegen de muur. Angst is altijd mooi. Ze huilt met kleine schokjes en houdt haar tot vuisten geklemde handen voor haar mond. Ik vraag haar of het gaat, maar ik moet lachen als ik merk hoe hol die woorden klinken.

donderdag 10 mei 2007

Nora: deel 5

Donderdag

De deur slaat dicht. De vreemde is uit huis. Ik tast naar de warme plek naast mij en rol dan naar links tot mijn gezicht in haar hoofdkussen verdwijnt. De geur van amandelen, denk ik, maar dat heb ik gewoon ergens gelezen. Amandelen en nog iets anders, iets zoets. Als ik zo lang genoeg blijf liggen, dan stik ik.
De eerste dagen zal niemand iets merken – wij hadden niet veel contact met hem – en ook zij – alleen dat meisje kwam de laatste tijd vaak langs – heeft geen idee waar hij zou kunnen zijn. Kent u hem goed? Ja. Is hij je vriend? Ja (nee!), nog maar pas. Weeral tranen. Ze begint te overdrijven.
Na enkele weken klagen de buren over een allesdoordringende stank die uit zijn huis lijkt te komen. De deur wordt aan spaanders geslagen (wie zal dat betalen?) en in de slaapkamer vinden de rechercheurs het levenloze lichaam van de jongeman, reeds in verregaande staat van ontbinding. Doodsoorzaak? Moeilijk te zeggen. Zijn hart lijkt er simpelweg mee opgehouden te hebben. Het labo sluit zelfmoord uit en een hartinfarct lijkt onwaarschijnlijk gezien de jeugdige leeftijd van het slachtoffer. Moord? Ik ken dat meisje natuurlijk van haar noch pluim, meneer, maar ik vond het altijd al een rare, als u verstaat wat ik bedoel. Ze heeft hier eens een hele ochtend aan zijn deur staan bellen, terwijl alle rolluiken neer waren en meneer dus heel duidelijk niet thuis was.
Zij wordt meegenomen en ondervraagd maar veel krijgen de rechercheurs niet uit haar. Het onderzoek wordt enkele weken later afgesloten en in het officiële rapport wordt dan toch maar over een infarct gesproken.

De telefoon. Zij zegt dat ze me nu al mist. Dat ze vanavond zodra ze kan naar me toe zal komen. Zij zwijgt en ik haak in zonder een woord te zeggen. Ik moet op mijn hoede zijn. Zij is in mijn wereld aan het rommelen. Als het zo doorgaat, vind ik straks niks meer terug.

Opnieuw het schrille gerinkel van de telefoon. Ver weg vraagt een stem alles goed alles goed alles goed. Ik geef een ruk aan het telefoonsnoer dat meteen knapt. Gerinkel van glas. Moet even zitten want ik duizel en krijg terug hoofdpijn. Op de bank liggen, dat zal me goed doen.
Ik sluit de ogen en adem langzaam en diep in, tel tot drie, adem uit, tel weer tot drie, adem in, tel tot drie, adem uit… De zee kolkt. Vanuit het grijs van de hemel doemen twee zilverbruine ogen op, daarna de omtrekken van een neus en een mond. Flauw zonlicht breekt door de wolken en glijdt over haar wangen. Ze glimlacht me geruststellend toe. Maar als ik mijn handen uitstrek en naar haar lippen tast, vervaagt haar gezicht. Ver weg vriezen oceanen dood. De planeet kraakt in al haar voegen.
(wordt nog één keer vervolgd)

Voor wie het zich afvraagt

'Nora' is behalve een meisjesnaam ook de titel van een kortverhaal dat ik een paar jaar geleden schreef. Ik was de achttien net gepasseerd, had 'Das Leiten des jungen Werthers' gelezen en wou schrijver worden. Of beter: ik dacht dat ik het al was.
Tegenwoordig ben ik van plan om pas aan mijn magnum opus te beginnen schrijven als ik tegen alle verwachtingen in de vijftig jaar gehaald heb. (Een eenvoudig grapje, jonkvrouwe! Geen cynisme!) Morgen en overmorgen deel 5 en 6 van 'Nora'. Of misschien alles vandaag al. Ik ben immer ongeduldig, daar kan ik niks aan doen.

Nora: deel 4

Woensdag

Ze houdt van mij. Het valt niet meer te ontkennen. Eerste aantekening van vandaag. Het is nu bijna middag maar alle rolluiken zijn neer omdat ik nog geen daglicht kan verdragen. Ik moet gisteren onwel geworden zijn. Door de hitte, vermoed ik. Maar ik kan me er weinig van herinneren. Mijn huisdokter is hier geweest want toen ik vanmorgen rond negen uur wakker werd, vond ik op het tafeltje in mijn slaapkamer een doktersbriefje: twee dagen volstrekte rust.
De stekker van het telefoontoestel was uitgetrokken. Toen ik het apparaat weer inschakelde, zag ik dat zij drie keer had geprobeerd me te bellen: gisteravond om 22u17 en om 23u57 en nog eens heel vroeg deze morgen om 1u33. Met tegenzin maakte ik het voornemen om haar terug te bellen.
Ik denk dat ik toen even op bed ben gaan liggen om nog enkele minuten te rusten maar ik werd pas anderhalf uur later weer wakker door gerinkel. Het duurde lang voor ik besefte dat het de telefoon was en toen was het al te laat om nog op te nemen. Op het schermpje herkende ik haar nummer. Ik drukte op de terugbeltoets maar er nam niemand meer op. Toen even later de bel ging, wist ik waarom. Ze moest onmiddellijk naar hier vertrokken zijn.

Ik loop naar de hal en druk mijn oor tegen de deur. Voeten knersen op het grint. Ik wacht af. Ze belt nog een keer maar ik doe nog steeds niet open. Ze zal vier keer bellen. Vier is haar getal. Ze draagt vier gevlochten bandjes, twee rond haar rechter arm, twee rond haar linker enkel. Twee keer vier stappen van haar bed naar de badkamer. Vier keer vier stappen van de badkamer naar de ontbijttafel. Vier letters in haar naam. Vier letters in mijn naam.
Ze belt een derde keer. Nu schiet me te binnen dat ik beloofd had bij haar langs te gaan. Ze zou me voorlezen uit haar dagboek. Dat geen dagboek is. Maar dat ik toch zo noem om haar te pesten. De bel gaat een vierde keer en dan wordt het stil. Ik hoor haar aarzeling en daarna het geluid van haar voetstappen die zich verwijderen. Op dat moment open ik de deur terwijl ik de tranen al kan proeven.

woensdag 9 mei 2007

Nora: deel 3

Dinsdag

De verpleger zegt dat hij blij is dat ik kon langskomen. Ik was minder opgetogen toen hij me vanmorgen opbelde. Ik vroeg of mijn vader soms ziek was. Nee, nee, ik moest vooral niet denken dat het ernstig was.
Niet ernstig? Waarom moet ik dan juist op mijn vrije dag dat hele eind naar de stad reizen? Bovendien is het bij een temperatuur zoals vandaag echt een hel om twee uur in een treinwagon te zitten. Als een dikke stoflaag ligt de logge hitte over de straten.
Hier binnen, in het belachelijk kleine kantoortje van de hoofdverpleger is het godzijdank iets minder warm maar erg benauwend. Ik zuig wat van de doffe lucht naar binnen maar de door mijn hoofd dreunende pijn wordt er alleen maar erger door. Wat zou zij nu aan het doen zijn?
De hoofdverpleger schat ik rond de vijfendertig. Ik stel met genoegen vast dat hij nog meer onder de hitte lijdt dan ik. In zijn hals staan kleine, vieze zweetdruppeltjes.
"Uw vader is de laatste tijd nogal onrustig," begint hij. "Hij slaapt slecht en is soms, nu ja, bijna onhandelbaar.” Ik zie dat er zich op zijn witte hemd ter hoogte van zijn oksels vochtkringen aftekenen. De verpleger lijkt min of meer te verwachten dat ik iets zal zeggen maar ik knik gewoon. Even aarzelt hij maar dan gaat hij verder.
“Hij lijkt voornamelijk af te zien onder het feit dat hij zo weinig bezocht wordt. Daar lijkt hij toch vaak op aan te sturen. Begrijp me niet verkeerd, ik weet dat u het druk heeft maar misschien…”
- ”Kunt u hem niet wat geven?”
- “Pardon?” De verpleger kijkt me niet begrijpend aan.
- “Kunt u hem niet iets geven waardoor hij beter slaapt?”
- “Natuurlijk, dat doen we ook. Maar slaap- of kalmeermiddelen vormen natuurlijk geen echte oplossing. Vaak hebben patiënten de indruk dat ze door hun familie…”
- "Als een last worden beschouwd?" onderbreek ik hem, terwijl ik mijn hoofd schijnbaar verveeld afwend. Ondertussen wordt die verduivelde hoofdpijn steeds erger. Door het raam zie ik hoe een oud mannetje de hitte trotseert en tergend langzaam door de tuin vooruit schuifelt. Als hij zou vallen en niet meer overeind geraakt, zou ik dat dan tegen de verpleger moeten zeggen? Hij kan het niet zien want hij staat met zijn rug naar het raam. Ik wil hier weg.
– "Het spijt me maar ik heb het inderdaad erg druk. Als er verder niets meer is, zou ik graag gaan." Ik sluit heel even mijn ogen. Inderdaad erg druk.
– "Wilt u uw vader niet zien?" vraagt de verpleger met gespeelde verwondering. Hij weet dat ik dat niet wil. Hij weet het. Met mijn linker handpalm druk ik hard op mijn linkerslaap terwijl de verpleger met een voddige zakdoek nogmaals het zweet van zijn voorhoofd en hals veegt.
– "Sorry, ik moet..." Ik draai me zonder te groeten om en stommel naar buiten. Ik weet dat de verpleger me, ditmaal oprecht verbaasd, staat na te kijken. De holle echo's van mijn voetstappen in de witte dodengangen doen me sneller ademen en lopen. Ik struikel, val en bots met mijn hoofd tegen… ik weet niet wat. De zee ruist in mijn achterhoofd. Stop.
(wordt vervolgd)

dinsdag 8 mei 2007

Nora: deel 2

Maandag

"Als je oud wordt, dan krijg je kleine takjes rond je ogen" zei ze gisterenmorgen nog op de terugweg. Zonder aanleiding. Ik vond het zo mooi dat ik wel kon janken. Toen ik thuis kwam heb ik dat dan ook gedaan. Daarna nam ik plichtsbewust plaats aan het bureau waar ik vele uren schrijvende doorbreng, en ik heb haar woorden opgeschreven. Andere notities die ik nog nam, waren: houdt zij van mij? Antwoord: nog uit te zoeken en zo ja, nagaan wat de daaraan verbonden consequenties zijn. Houd ik van haar? Antwoord: neen, beslist niet.
Dat neemt niet weg dat ik de laatste tijd vaak met haar optrek, ongetwijfeld te vaak. En ze sleept me steeds weer mee in haar bizarre gedachtekronkels. Toen ze mij voorstelde om naar de zee te gaan kijken op een voor mensenkinderen dodelijk vroeg uur had ik al toegestemd voor ik besefte wat ze precies gevraagd had. En morgen gaat ze mij, o gruwel, voorlezen uit haar dagboek. Haar dagboek dat geen dagboek is. Ze is tenslotte geen kind meer.
Wat me nog het meest verbaast, is dat ze me oprecht lijkt te mogen. Ik ben geen aangename persoon. Dat zeg ik niet uit zelfhaat maar omdat ik dat weet. Ik word door vrienden ‘cynisch' en 'twistziek' genoemd. En dat ben ik ongetwijfeld ook. Zij daarentegen noemde me onlangs ‘complex’ en ‘zoekend’. Ik moest erom lachen, maar ik straalde van trots.
Als ik 's avonds met haar langs de gesloten supermarkt ben gewandeld omdat dat verlangen opeens in haar opkwam en we bij het helle schijnsel van de eeuwig brandende daglichten hebben staan kijken naar die chaotische kleurenmozaïek van koopwaar, dan weet ik niet meer waar ik het heb. Ik denk dat ik geen keuze heb. Ik moet op regelmatige tijdstippen bij haar zijn. Ik voel geen liefde. Dat niet. Ik zou immers niet weten wat ik me bij liefde moet voorstellen. Maar ze doet een frisse wind door mij heen waaien, ze geeft me nieuwe, ongekende impulsen die schreeuwen om door mij, zelfverklaard kunstenaar, gebruikt te worden.
Ze is, hoe stom en gedateerd dat vandaag ook klinkt, mijn muze. Haar zilverbruine ogen zuigen me mee een wereld binnen die me van alles vertelt maar dan wel in een taal die ik niet ken. Nog niet, want ik heb voor mezelf al uitgemaakt dat ik niet opgeef voor ik de code ontcijferd heb. Ze intrigeert me en ze jaagt me op. Ze zal me inspireren tot grootste dingen. Dat voel ik.
(wordt vervolgd)

maandag 7 mei 2007

Nora: deel 1

Zondag

Het is koud en ik ben een idioot. Als er vandaag, een zondagochtend om zeven uur waarop ik slaapdronken voor de deur van haar huis sta te wachten, twee zekerheden in mijn leven zijn, dan deze. Ze opent de voordeur bijna een kwartier nadat ik heb aangebeld, ("Maar één keer, anders is iedereen wakker!") en lacht omdat ik er moe en verward uitzie. Ze slaat nog vlug een donkergroene sjaal om en gooit de deur dicht. Keihard. "Kom mee" zegt ze en flitst langs me heen. Ik zucht. Wat anders? Als ik me omdraai, is zij al om de straathoek verdwenen.
Hijgend kom ik na een korte achtervolging dan toch naast haar lopen. Ik haak mijn arm in die van haar. Voorlopig ontsnapt ze me niet meer. De zon op onze rechterkant scheurt de ochtendmist uiteen.

De zee. We gaan zitten, onze benen over de rand van de rots. Een twintig meter lager beukt het water schuim brakend tegen de krijtrotsen. Stilte, zij in gedachten verzonken, ik peilend naar de hare.
Plots vraagt ze of ik ook niet vind dat de zon vroeger anders was. Verrast door die vreemde vraag stamel ik iets dat zowel een ja of een nee kan zijn omdat ik niet weet wat zij erover denkt en omdat ik sinds kort krampachtig probeer om het in alles met haar eens te zijn. Maar zo makkelijk kom ik er niet onderuit. "Maar hoe…?" Ze maakt haar zin niet eens af, wendt zelfs haar gezicht af maar toch éisen haar ogen van mij een zinvolle repliek. Met een wetenschappelijke uitleg zal ze niet tevreden zijn. Misschien omdat elk individu op een heel eigen manier naar de dingen, en dus ook naar de zon, kijkt en dat de zon voor haar anders lijkt omdat ze zich nu anders voelt? Ik kan mezelf wel slaan. Wat een onzin. Maar zij vindt het prachtig zegt ze, met glazige ogen voor zich uit starend.
Ze zegt dat ze zich inderdaad anders voelt maar waarom weet ze niet. Ze kijkt omhoog, lijkt in haar hoofd naar woorden en zinnen te graven en dan begint ze te praten. Na een tijdje praat ze niet meer, ze vertelt. Dat ze zo onopvallend mogelijk probeert te bestaan maar dat ze niet weet of dat wel bestaan is. Dat ze zich soms afvraagt of God bestaat maar dat ze tegelijk beseft dat, als hij al bestaat, hij waarschijnlijk niet van haar verwacht dat ze zich vragen stelt omtrent zijn bestaan. Dat ze denkt dat er in stilte twee uitersten schuilen: eenzaamheid en veiligheid. Dat ze vroeger als klein meisje eens gedroomd had dat ze zich droevig voelde maar dat haar gezicht in een lach bevroren zat zodat iedereen dacht dat ze gelukkig was.
Ineens huilt ze. De zon spat uiteen op het bevroren zeeoppervlak en grote glazen tranen rollen langs de rotskust naar beneden tot tussen geel oplichtende scherven. Even stolt alles in één groot, verwarrend beeld op mijn netvlies, tot het water weer in beweging komt en alles wegspoelt.
Met de rug van haar hand wrijft ze langs haar ogen en springt recht. "Kom mee, het gaat regenen." Ik sta op en zie dat er inderdaad grauwe wolken samentroepen. Als ik me omdraai, is ze al een eind verder het pad in de richting van het dorp afgelopen.
(wordt vervolgd)

Een nieuwe start

Er mag hier dan al één en ander geschreven staan, dit is de eerste echt nieuwe post. De stukjes hieronder schreef ik voor de voorloper van deze blog. Waarom de verandering? Omdat het soms goed is om alle bruggen te verbranden. Waarom dan toch een aantal schrijfsels van het zinkende schip redden? Omdat ik de illusie koester dat ze voor sommige mensen het lezen waard zijn.

Voel je het? Die kakelversie bits en bytes! Welkom, reiziger. U zult wel moe zijn.

zondag 6 mei 2007

Cynisch

Aanklacht: dat het hier soms nogal cynisch is.

Verdediging:
0. captatio benevolentiae: wat hebt u mooie ogen!
1. het leven noopt soms tot cynisme
2. cynisch op de blog = minder cynisch in het leven?
3. cynisch op de blog = een kop die vooralsnog niet uit elkaar knalt?
4. uiteenzetting: cynisme als reddingsboei van de melancholicus/romanticus

Alle gekheid op een stokje: u hebt natuurlijk overschot van gelijk, jonkvrouwe. Maar er wordt echt echtig aan gewerkt.

dinsdag 1 mei 2007

Schuifdeuren

Sta mij toe om hier even kritiek te uiten op de NMBS. Niet omdat de treinen nooit op tijd zouden zijn en niet omdat ze eerste klasse nog niet afschaft hebben. Na bijna zeven jaar intensief treingebruik durf ik ten stelligste beweren dat vertragingen zeldzaam zijn. Altijd zullen de menschen klagen over het weer, het openbaar vervoer en de polletiekers. Neem voor de lol eens de trein in het buitenland. Dat helpt relativeren.
Waarop ik dan wel kritiek heb? Het binnendeurenbeleid. Voor wie al jaren niet meer de trein genomen heeft: in de meeste treintoestellen worden de wagonnen tegenwoordig van elkaar gescheiden door automatische schuifdeuren. U geeft een tikje tegen het handvat en de deur schuift automatisch open. U loopt verder en na een paar seconden gaat de deur terug dicht. Gevaar om tussen de deur geklemd te raken is er niet, daar zorgt een elektronisch oog voor.
Dat lijkt makkelijk in het dagelijks gebruik maar voor veel ouderen van dagen is het dat klaarblijkelijk niet. Zij willen een schuifdeur zélf open en dicht schuiven. Zo is het hen geleerd. Dat resulteert telkens weer in pijnlijke scènes: zenuwachtige en trillerige senioren die uit alle macht aan zo'n schuifdeur staan te sleuren, bang dat ze niet op tijd zullen kunen uitstappen, die nu eens wantrouwig voor een open deur blijven wachten en zich dan weer met ware doodsverachting tussen een dichtschuivende deur werpen omdat ze vrezen dat het de laatste keer is dat ze zal opengaan. Dat vervult mij altijd met diep medelijden en voor een keer mag u dat zonder een grammetje ironie lezen. Anders gebruikte ik wel een ironieteken, tiens.
Tijd voor een bewustmakingscampagne: leer de jongeren veilig vrijen, leer de ouderen een automatische schuifdeur openen. Daar hebben ze recht op. En zo hoeft niemand meer te ondergaan wat mij gisteren is overkomen toen ik een trillerige senioor wou helpen.
- Je moet gewoon één tikje tegen het handvat geven en ze gaat vanzelf weer dicht.
- Hemmek u iet gevroagd?
- Euh... neen.

donderdag 26 april 2007

Een statement als een ander

Communicatie is het zieke broertje van economie.

Bootleg Bar: acoustic style!

Tom Barman - Gulf Shores (cover)
We schrijven 8 augustus in het jaar 2000 als Tom Barman op Dranouter voor het eerst unplugged gaat en in zijn eentje een aantal eigen nummers en covers brengt. Niet alle folkies zijn even opgezet met Barmans aanwezigheid op "hun" festival, maar luisteraars met een open geest zien een ijzersterk concert met een paar magische momenten. Samen met de dan nog onbekende Tom 'Admiral Freebee' Vanlaere brengt hij 'Magnolia' (JJ Cale) en 'There's a road' (Admiral Freebee) en met Axelle Red zingt hij zijn eigen 'Serpentine'. Eén de mooiste maar minst bekende songs is deze 'Gulf Shores' van Will Oldham aka Palace aka Bonnie 'Prince' Billie.

It was hard enough to climb upon
It was slow-going at first
Sister, you have laid long in the sun
Aren't you dying of thirst?

Oh my dear your suit is candy-striped
And your legs are long and slim
If I whisper nothings in your ear
Will you pass them on to him?

Eva Cassidy - Kathy's Song (cover)
Eén van de mooiste stemmen ooit (heeft u haar al eens 'Fields of gold' of 'Somewhere over the rainbow' horen zingen?) zingt het mooiste lied van Simon & Garfunkel.
Of ook wel 'Stijlvol over seks zingen':

Most of my fantasies are of making someone else come. Most of my fantasies are of to be of use. To be of some hard, simple, undeniable use. Like a spindle, like a candle, like a horseshoe, like a corkscrew. To be of use. Most of my fantasies are of making someone else come. On a horse, over palms laid, on the threshold, on the coming day.

donderdag 19 april 2007

Nieuwe broeken

Er zijn altijd wel dingen die je rust verstoren. Sioen die bijvoorbeeld nog altijd geweldig serieus genomen wordt op basis van één niet onaardig nummer en een paar fletse platen. Of de onnozele hals in zijn BMW (echt) die mij en nog een andere wagen aan 80 per uur voorbijsteekt, in de bebouwde kom, op een tweevaksbaan, vlakbij een school, om iets na vier, terwijl er langs beide kanten van de weg groepjes kinderen te voet of met de fiets op weg waren naar huis. En die 100 meter verder toch moest wachten voor het rode licht. Tot mijn spijt moet ik bekennen dat ik toen voor het eerst in mijn loopbaan als automobilist iemand the finger gegeven heb terwijl ik achter hem stond aan te schuiven. Geeft niet echt zoveel voldoening als ik had gehoopt.
Ook nieuwe broeken kunnen aan je karma morrelen. Geen idee of het een vaak voorkomend fenomeen is, maar ik heb al twee keer een nieuwe broek gekocht waarvan de ritssluiting achteraf een eigen wil blijkt te hebben. Die bestaat meestal uit een verlangen om spontaan terug open te gaan op onverwachte momenten. Na een aantal weken lost het probleem meestal zichzelf op, maar in afwachting daarvan kan het voor knap vervelende situaties zorgen. Zoals begin deze week.
In de cd-winkel op zoek naar muzikaal lekkers. Opeens merken dat het van dattem is. Lichte paniek, want wat doe je? In je hoofd overloop je de mogelijkheden. 1: je doet alsof er niks aan de hand is en wandelt fluitend (pun not intended) naar buiten. Hm, brengt niet echt zoden aan de dijk want het probleem blijft onveranderd en buiten zijn er nog meer mogelijke toeschouwers. 2: je doet gewoon je rits dicht. Kan dat, in een volle winkel waar je regelmatig komt een handeling verrichten die kan verward worden met jezelf onbeschaamd in het kruis tasten? 3: een creatieve uitweg zoeken uit je sociale paranoia. Dat was wat ik ook deed.
Ik kuierde met een van slechte televisieacteurs gekopieerde nonchalance (handen in de broekzakken, zacht neuriënd en opgewekt rondkijkend) in de richting van de obscure metalplaten in de achterste hoek van de zaak. Daar draaide ik mij met mijn rug naar de toonbank en terwijl ik met mijn rechterhand (hier had men mij kunnen betrappen want ik ben linkshandig) een willekeurige cd-hoes bestudeerde, kon ik met mijn linkerhand de gewraakte rits terug dicht doen.
Het is niet niks, onder de mensen komen.

maandag 16 april 2007

Een statement als een ander

Een "actieplan tegen agressie" is altijd belachelijk

dinsdag 27 maart 2007

Primus van de klas

Normaal gesproken vermijd ik fotoalbums als waren het anthraxbrieven. Gisteren maakte ik daarop een uitzondering omdat mijn zus dringend een foto nodig had. En zo kwam het dat ik plots een foto van mijzelf tegenkwam toen ik twaalf jaar oud was.
Het is op het einde van het zesde leerjaar. Als primus van de klas krijg ik een medaille overhandigd door de schepen van onderwijs. Glunderen dat ik doe. Klein ventje naast lange man in kostuum. Mijn gezicht weerspiegelt een mengeling van trots en spanning. Al die ogen op mij gericht! Uit nervositeit grijp ik half naast de uitgestoken hand van de schepen.
Er is nog een tweede foto: ik heb de medaille al om mijn hals en onbevangen kijk ik recht in de lens, uitdagend bijna. De schepen is bijna uit beeld verdwenen, je ziet alleen nog zijn arm. Kijk eens aan, denk ik, niet te geloven dat ik dat ben. En wat een zelfzekerheid straalt dat kereltje uit. De longen barstensvol lucht en klaar voor het grote werk. Popelend om die muffe zaal in dat veel te kleine schooltje achter zich te kunnen laten. De wereld te betreden. Of leg ik dat er nu allemaal zelf in? Het is tenslotte maar een foto. Dus is het ook volstrekt belachelijk dat mijn ogen vochtig worden en dat ik denk: godverdomme, die foto is het droevigste wat ik ooit gezien heb.

maandag 5 maart 2007

Een statement als een ander

Kiwi's zijn de janetten onder het fruit

dinsdag 27 februari 2007

Eric

In die dagen trok Jezus van Nazareth door Judea om het woord van God te verkondigen. Dat deed hij met verve en het zou niet lang meer duren voor hij zo populair zou zijn dat de critici hem aan een kruis zouden vastnagelen. Je zal het altijd zien.
In diezelfde dagen (andere tijd en plaats) vertoefde ik in het landelijke West-Vlaanderen, meer bepaald in het onooglijke gehucht Tielt. Een naam als een slecht Amsterdams popgroepje. De lucht was grijs en leeg. Er joeg een ijzige wind over de velden. Ik naderde de dorpskom: bakstenen huizen en vuile straten. Schichtige gedaantes flitsen langs de muren. In alles gloorde de wanhoop van de uitzichtlozen door. Dit land en haar bewoners waren verdoemd.
Ik was al weken onderweg en ver van huis. Ik had voedsel nodig en een dak om te schuilen, maar waar moest ik heen? Het vooruitzicht aan contact met de lokale bevolking leek me niet bepaald aantrekkelijk. Plotsklaps zag ik een bord met daarop in gele letters "Eric's Familie Frituur Met Zestien Zitplaatsen". De honger joeg mij naar binnen.
Achter de toonbank stond een oude man. Hij vroeg me wat ik wenste. Een bakje frieten en een Ice Tea, dankuvriendelijk. Waarop hij met uitgestreken gezicht sprak: "U mag achteraan plaats nemen. De Ice Tea mag u zelf nemen en omdat u die zelf neemt, mag u de beste kiezen. De grootste is helaas al weg."
Het was kalm in de zaak en terwijl ik mijn maaltijd gebruikte, kwam hij bij mij staan en vroeg hij of ik student was. Ik vertelde dat ik in Tielt lesstage kwam doen. Ha, een leraar in spe? Jawel, of tenminste: dat dacht ik af en toe. Ik was er nog niet uit. Hij hief een wijsvinger en sprak: "Lesgeven is een roeping. En om te achterhalen of het jouw roeping is, moet je naar je wens luisteren. De wil wordt gemanipuleerd, maar de wens is eigen."
Verbaasd staarde ik hem aan. Dergelijke wijsheden had ik nu niet meteen in "Eric's Familie Frituur Met Zestien Zitplaatsen" verwacht. Hij wachtte even om het belang van zijn woorden goed te laten inwerken en voegde er daarna nog aan toe: "De jeugd is fenomenaal mooi, het zijn wij ouderen die hen niet begrijpen." Hij draaide rond zijn as en verdween terug achter zijn toonbank. Een verdwaalde filosoof die frikandellen serveert en in aforismen praat. Kom dat tegen.

zaterdag 17 februari 2007

Treingesprek

Afgeluisterd van twee scholieren op de trein:
- Amai, ik heb goesting in de grote vakantie.
- Haha, nu al? Ja, wie niet hé.
- Ei, als ge later in Gent studeert hé, dan hebt ge 3 maand vakantie!
- Serieus?
- Ja. Maar mijne pa zegt dat ik daarvoor te stom ben, haha.
- Haha.

maandag 12 februari 2007

Het leven zoals het is: lesstage

Als je een jaar ouder wordt telkens iemand je met "meneer" aanspreekt, dan ben ik nu al een eind in de dertig. En dat op een paar weken tijd! Dat vind ik niet leuk. Vooral die rosse puistenkop die in zijn enthousiasme om te antwoorden zeker bijna een minuut lang meneermeneermeneerde, heeft me een pak jaren gekost. Gewoon je hand opsteken en wachten tot ik je aanduid is blijkbaar een stuk moeilijker dan overdadig veel gel in je haar kwakken, hein?
"Nou, dan mot je maar niet voor de klas gaan staan!" hoor ik u al met een onverklaarbaar plots opduikende Hollandse tongval opwerpen. U heeft ten dele gelijk. Lesgeven zelf is best aangenaam, maar het leidt de aandacht af van de hoofdzaken. Denk ik dan. In de veronderstelling dat ik hoofd- en bijzaken van elkaar kan onderscheiden.
Maar goed, ik ga hier niet beginnen zwammen over de diepe doch aaibare identiteitscrisis waarin ik al wekenlang vertoef. Dat is niet sexy. Je identiteit tegen het licht houden is bovendien iets wat je alleen doet. Net als puin ruimen, verlangen en boeken lezen.

woensdag 7 februari 2007

Beeldvorming

Los van het feit dat een mens vermoorden altijd een door en door afschuwelijke daad is, heb ik de afgelopen dagen nog uit niemands mond volgende bedenking gehoord: werden er vroeger geen mensen neergestoken? Ik zal wel weer cynisch zijn als ik vaststel dat alles met het etiket "zinloos geweld" tegenwoordig goed verkoopt. DE MP3-MOORD! DE SIGARETMOORD! Smullen maar. En binnen blijven, dat spreekt voor zich. Wat er buiten gebeurt, dat zien we wel op onze televisie.

woensdag 31 januari 2007

chique miserie

"En zijn neus toeknijpend zegt johan janssens: gisteren ben ik nog de kunstwereld gaan opzoeken om een critiek te schrijven voor het geestesleven... ik heb daar heel die tragi-comische schijnwereld van artisten nog eens aanschouwd alsof het voor de laatste keer was: die pijpen en die lange haren en die artistiek uitgestalde bohemers-miserie... zeer chique miserie, zeer kunstvolle miserie... danse triste de granados... terwijl ik er met afgrijzen moest aanschouwen hoe ze achter mijn weekbladschrijverlijk gat liepen om een gunstige critiek te krijgen... en van kunst weten zij niets af, ze verwarren het steeds maar met een beetje techniek, ze denken dat techniek kunst is: een lijk dat voorover valt als ge er met de vinger naar wijst, maar een lijk dat technisch-goed is, dat technisch in orde is." (L.P. Boon, "De Kapellekensbaan")

maandag 29 januari 2007

Het ouderlijke huis

Koffie met z'n zevenen rond de lange tafel, dat is de traditie. Alleen komt het steeds minder voor dat iedereen er tegelijkertijd is. Schuld van de nestverlaters. Voor mij geeft het niet, want ik heb nood aan stilte en ruimte, steeds meer, maar bij moeder weegt het. Dat zie je. Koffie met zeven en daarna ons elk afzonderlijk in kamers onderdompelen. Praten hebben wij nooit geleerd, tenzij tegen onszelf, god en de muren. Niet alles blijft hetzelfde. Ik, in de kamer waarin ik verdween, denk dat mensen hun namen in het zand schrijven en vervolgens heel hard hopen dat wind en regen verzinsels zijn. Ik denk ook dat ik vandaag een plan moet maken voor de genummerde dagen die nog volgen en ik denk dat ik een blad papier neem. Met je wang op de vensterbank naar de regen kijken. Altijd halverwege zijn.

Woestijn

Martine, waarover ik al eens schreef, heeft nu ook een myspace. Allen daarheen en luisteren naar "Woestijn" en de andere liedjes. Voor de stand van zaken: ik heb intussen nog altijd mijn gitaar niet verkocht en ik heb nog steeds geen deftig werk. Wel een handvol nieuwe liedjes op de plank. Maar ik zal nog wat boterhammen moeten eten om Leonard-Cohen-gewijs (en vanaf nu ook Martine-gewijs) een stuk of vijf onsterfelijke regels in één en hetzelfde lied te krijgen. Ga maar na.

Woestijn

ge zegt 'k heb nood aan open ruimte
ik zeg awel neemt de woestijn
dan kunt ge daar wat gaan verdwalen
en wat ver van huis gaan zijn
maar komt daarna niet klagen
van den honger of den dorst
wie wij zijn is wat wij zagen
slechts wat bloesem voor de vorst
die misschien tot bloei zou komen
maar wat blijkt? wij zijn te jong
'k had thans vernomen dat slechts jaren
van geduld zijn zaad inwon
voor 't geluk op middaguren
als de zon weer op zijn hoogst
is het beter dan te sterven
uit te rukken voor de oogst?

klein liedje over de woestijn
laat ons hopen dat er elders
wat meer plaats voor u zal zijn

ga gezellig met vakantie
ver van 't water van de zee
uw bloem zal niet zo lang meer leven
brengt ne schone cactus mee
die zet 'k ik dan in mijn keuken
op een rij naast al de rest
aan de kapstok hangen deuken
van uw hoed onder mijn vest
'k geef toe het raakt mijn kouwe kleren
nu al harder dan gedacht
ik zal u missen maar ook leren
dat de tijd niet op ons wacht
dat zij veel te snel kan draaien
voor wie niks van 't leven kent
maar ook voor wie die al jaren
weet dat liefde stilaan went
dat het door de zotte sleur komt
dat we stil zijn blijven staan
dat we elkander irriteerden
liever weg hadden zien gaan
men was soms wat onrustig
men gaf te weinig plaats
ga dus lange tijd op wandel
kom pas terug als 't u verbaast
dat ik toch nog die madam ben
die ge eigenlijk wel graag ziet
die u de bloemen tussen 't gras wijst
u gestopt heeft in een lied
over vorst, over woestijnen
over deuken aan de muur
er ontbreekt iets in dit huis
maar ook dat went op den duur

klein liedje over de woestijn
laat ons hopen dat er elders
wat meer plaats voor u zal zijn
klein liedje over u en mij
ik zal hopen maar niet wachten
totdat gij weer terug zult zijn
(Martine De Kok)

dinsdag 16 januari 2007

Voetgangersproblemen

In mijn hoedanigheid van voetganger ben ik een snelle stapper. Stap, stap, stap. Heel snel en verbeten doorbenen. Van punt a naar punt b malen. Maar wat doe je dan als er iemand voor je loopt die veel trager wandelt? Ik zet de mogelijkheden even op een rijtje:
Methode 1: je steekt de andere resoluut voorbij. Risico: de ander vindt je een onbeleefd varken of stigmatiseert je als zijnde "weer zo'n slappeling die zich niet verzet tegen de hectische mallemolen van onze hedendaagse prestatiemaatschappij."
Methode 2: Je haalt bruusk je tempo naar beneden en blijft ongeveer op gelijke afstand hangen. Risico: de andere persoon denkt dat je hem/haar aan het schaduwen bent en zet het op een rennen. Of geeft je een peut op je bakkes.
Methode 3: Je ziet het gevaar op voorhand en steekt tijdig de straat over. Je drijft je tempo fiks op en bouwt een voorsprong uit op de ander. Als die voldoende is, keer je terug naar de overkant. Risico: omver gemaaid worden door een auto.
"Maar welke moeten we nu kiezen?" hoor ik jullie al vragen. Wel, eigenlijk vind ik dat jullie stilaan moeten leren om zelfstandig belissingen te nemen en niet altijd een beroep mogen doen op jullie sociale goeroe. Maar omdat het mij wel flatteert, die naar kennis snakkende blikken van jullie, geef ik nog één keer goeie raad: neem methode 3. Dat is het makkelijkst en laat ons eerlijk zijn, wie maalt er dezer dagen nog om dat hij omver gemaaid kan worden door een auto?

zaterdag 6 januari 2007

Timmermans

"Het gras stond stil in de lage avonddamp, de populieren stonden stil, het water en het licht. Het leek, alsof de tijd aan 't wachten was om voort te gaan."
(Felix Timmermans)

zondag 17 december 2006

Kleine neef

Mijn nieuwe neef - intussen anderhalf jaar oud - was in het begin een serieuze tegenvaller. Geen zinnig woord kwam eruit, hij rook altijd een beetje zurig en qua voetbaltalent was hij rubbish. Maar the times they are a-changin', weet je wel. Ongemerkt is hij opgeklommen tot de status van coolste neef ooit. Misschien komt dat hard aan bij mijn andere neven, maar wat kan ik eraan doen? Ziehier de voornaamste hobby's van mijn jongste neefje en oordeel zelf:
1. Rond de tafel lopen
Even simpel als ingenieus. Kleine neef wandelt rond de tafel en kijkt af en toe achterom om te zien of grote neef hem volgt. Geleidelijk aan versnelt kleine neef. Als hij ongeveer zijn topsnelheid bereikt heeft, is het de bedoeling dat grote neef opeens de andere kant uitloopt en kleine neef opvangt. Nog steeds zonder concurrentie tijdverdrijf nummer één.
2. De wasmachine
Grote neef snapte er geen jota van toen kleine neef middels wijzend vingertje en dreinend zeurtoontje ("uh! uh! uh! uh!") duidelijk maakte dat de deur naar de badkamer open moest. Nog groter was de verwondering toen hij naar binnen holde en voorover boog om door het venstertje van de wasmachine te kijken. Navraag bij de moeder leerde ons dat kleine neef gek is op wasmachines. Flikkerende lichtjes, veel lawaai en een draaiende trommel met kleren, meer moet dat niet zijn. Kleine neef kan er uren naar kijken.
3. Torens omgooien
Hierop ben ik wel een beetje trots want het gaat om een hobby die ik hem - met de hulp van mijn broer - zelf heb opgedrongen. Eerst bouwen de grote neven een toren met blokken van Duplo en kleine neef gooit die vervolgens om, terwijl we samen luidkeels "BOEM!" schreeuwen. Het was eerst wat zoeken, want kleine neef weigerde in het begin resoluut om onze torens om te gooien, hoewel we wisten dat er zeker enig gezond destructief gedrag aanwezig moest zijn. De grote doorbraak kwam er toen we ons realiseerden dat torens groter dan zijn eigen lengte als bedreigend ervaren werden. Sindsdien mogen wij aan de lopende band torens bouwen, die hij dan als een kleine King Kong even snel weer met de grond gelijk maakt, ondertussen enthousiast met de armen zwaaiend en "BOEM! BOEM!" brullend. Navraag leert ons dat hij sindsdien ook thuis alleen nog maar zijn Duploblokken door de kamer keilt, tot wanhoop van zijn moeder. What a guy!

Lijstje

Met de laatste dagen van 2006 die één voor één door onze vingers glippen, groeit ook de vrees dat er - wat deze blog betreft - een zogeheten "terugblik" zit aan te komen. Alle clichés nog an toe!
Must... switch... off... computer...
Ach. We zien nog wel.
In tussentijd presenteer ik u de Lijst Van Dingen Die Ik Dit Jaar Nog Moet Doen:
1. writer's block van mij afschudden
2. nieuwe oneliners van James Bond memoriseren
3. ex-liefje een sympathiek mailtje sturen
4. paar zanglessen nemen
5. duimen voor zus tot het pijn doet
6. veel fruit eten
7. daadkracht tonen
8. mild zijn voor mensen zonder daadkracht
9. kapotte lamp vervangen
10. nieuwe broeken kopen
11. gaan wandelen in het bos
12. mijn beste vrienden koesteren
13. grote stiltes op de juiste manier begrijpen
14. het uitslapen binnen de perken houden
15. idem dito voor Hineininterpretierung
16. geen moeilijke (Duitse) woorden gebruiken om indruk te maken
17. mijn top vijf van cd's 2006 opstellen
18. gul zijn met complimenten
19. gesprek aanknopen met onbekende op trein
20. iets stoms doen
21. "Delta Dawn" leren spelen

dinsdag 5 december 2006

Jeugdherinnering

Pirateneiland


Will (scheepsjongen)



Teut (stuurman)

Kapitein Knoest

Haha, de rare streken van het geheugen. Om God weet wat voor reden schoot me daarnet de volgende jeugdherinnering te binnen: ik ben een jaar of tien en ik mag op woensdagnamiddag thuis gaan spelen bij mijn beste vriend Pieter. Altijd dolle pret! We zijn allebei grote Lego-fanaten en Pieter heeft bijna álles van de piraten, ook het supergrote piratenschip! Zelf heb ik daar eindeloos om gezeurd, maar volgens mijn ouders is dat te duur voor Sinterklaas. Fsh, te duur! Pieter heeft het wel en die zijn armer dan wij want zij zijn thuis met zés kinderen!
Nu goed, we vechten de hele namiddag heroïsche zeeslagen uit tussen de piraten en de soldaten van de gouverneur. Om vier uur worden we aan tafel geroepen, want de mama van Pieter heeft pannenkoeken gemaakt. Lekker, dat wel, maar de piraten van kapitein Knoest stonden net op het punt een goudschat te ontdekken. We schrokken dus snel ons bord leeg om verder te kunnen spelen.
Pieter is als eerste klaar, wipt van zijn stoel en rent naar het tapijt waarop alle Lego uitgestald staat. Net als ik mijn stoel achteruit schuif om hem achterna te hollen, verheft Pieters mama plots haar stem: "Hela, manneke! Kom eens terug aan tafel!" Pieter begrijpt het niet goed en komt verongelijkt terug op zijn stoel zitten: "Wát?" - "Oranneke," richt Pieters mama zich tot mij, "mogen jullie thuis ook zomaar van tafel weggaan? Of wat moeten jullie dan eerst doen?" - "Eerst vragen..." mompel ik met een engelengezichtje en ga nog wat flinker op mijn stoel zitten. Eens een totentrekker, altijd een totentrekker.

zondag 3 december 2006

"God zegt wel niet veel, hé?"

De lucht is grauw en grijs, de dag al sinds vanmorgen aardedonker en de regen plenst al uren onafgebroken naar beneden. Gisteren heb ik mijn oom begraven. Je kan veel zeggen van God: dat hij een alcoholieker is, dat hij wel erg lang wacht met zijn fuckin' Rijk Gods, maar niet dat hij geen gevoel voor sfeerschepping en decor heeft.
Iemand vertrouwd met dit gevoel? Je ziet iedereen rondom je treuren en zelf kan je alleen maar naar je schoenen kijken en af en toe naar de rode ogen van de anderen? En je voelt je een outcast omdat je geen traan kan laten? Alleen je zwarte kostuum wijst erop dat je bij hen hoort. Verder zit alles vast. Ook het verkeer, als je later in karavaan het stadscentrum doorkruist op weg naar het kerkhof.
Hoe vrijgevochten en geseculariseerd we ook mogen zijn, als het over leven en dood gaat, nemen de meeste mensen nog altijd hun toevlucht tot rituelen. Ik wil daar op geen enkele manier geringschattend over gaan doen. Beeld het je maar eens in, de afschuwelijke leegte van een leven zonder rituelen. De schrik slaat me al om het hart. Elke mens deelt die schrik overigens, daar ben ik van overtuigd.
Eergisteren was kardinaal Danneels op televisie. Binnenkort moet hij op pensioen en de interviewer vroeg hem naar zijn toekomst. Andere mensen konden na hun pensioen meestal terugvallen op hun partner, hij kon dat niet. Zou hij zich niet eenzaam voelen? De kardinaal antwoordde dat hij met God een trouwe metgezel had. "Maar" voegde hij er zelf peinzend aan toe, "God zegt wel niet veel, hé?"

dinsdag 14 november 2006

Het was gratis

Verleden week zat er een gratis gsm-kaart van 5 euro bij de Humo. Sympathiek gebaar van een sympathiek blad, zeer zeker! Er zit af en toe iets bij de Humo. Soms moet je er extra voor bijbetalen, zoals voor een dvd of zo. Uw verstrooide en gehaaste blogger dacht echter per abuis dat er ook voor die gsm-kaart moest bijbetaald worden en vroeg de verkoopster dus of er ook Humo's zonder zo'n kaart waren.
- Wát?! (net niet schreeuwend)
- Of er ook Humo's zonder gsm-kaart zijn. (argeloos)
- Maar daar moetegij nie voor betalen! (zonder meer snauwend)
- Ah, sorry... (zich generend)
- Tch! (geërgerd met de ogen rollend)
Maandstonden?

dinsdag 7 november 2006

The world's a stage

Iets waar ik het onlangs met iemand over had en waarover ik blijf nadenken: waarom is niemand in staat om slecht nieuws op neutrale manier mede te delen? Altijd gebeurt het onder de vorm van een klein toneeltje. Houding, spreektempo, gezichtsuitdrukking, de onvermijdelijke strategische pauze... Met lijf en leden stelt de boodschapper zich in functie van zijn boodschap. Maar niet alleen de boodschapper. Van zodra de ontvanger in de gaten krijgt dat de zich op dat moment ontplooiende mededeling niet over ditjes en datjes gaat, begint hij de lichaamshouding van de boodschapper te imiteren en aan te vullen. Twee kromme mensjes tegenover elkaar.
Eigenlijk is het voer voor sociologen, maar waarom telkens die goedbedoelde circusvertoning? Zij weten het en wij weten het, ook al doen we het voor een groot deel intuïtief. Mensen? Kleine eilandjes. Doodsbang om als los zand uit elkaar te vallen als ze te dicht in de buurt van iemand anders komen. Maar het is waar, de oprechte bekommernis van die paar enkelingen maakt veel goed.

vrijdag 20 oktober 2006

Lees wat je wilt

Het schijnt nochtans echt zo te zijn: er is schoonheid ergens tussen alle troep. Alleen zijn we zo verdomd geconcentreerd op wat we aan het doen zijn. We kijken naar onze handen en denken: dit zijn mijn handen. En ze doen iets. Heb ik zulke handen? Zijn dit mijn handen? We worden oud en ziek, zoveel is zeker. Dat kunnen we verwachten. Maar de rest is aan ons. We kwetsen een beetje. Links en rechts. We leven wat. We houden ons in. We zeggen niets omdat het niet het moment is en we nog niet willen zien dat het nooit het moment zal zijn. We zijn wie ze willen dat we zijn: goedlachs, begrijpend, stil, ongelukkig. Want er is tijd. Er zou tijd zijn. Tijd om te lezen, tijd om te denken, tijd om te schreeuwen, tijd om te vloeken, tijd om te kalmeren en tijd om hartsgrondig te wensen dat alles maar meteen verdwijnt. Meer niet. Kom, leg je kleren af. Het leidt nergens toe. Het zal niet helpen. Een cirkel blijft rond. Maar als ik moet, dan jij ook. Dan maar zo.

maandag 16 oktober 2006

zus

haar stem klinkt klein en ver weg aan de telefoon
ze klinkt naar witte muren en medicijnen
je mag niet zo donker denken zeg ik
en ik gooi wat gezag in mijn stem
en ik praat over wanneer ze naar huis mag
en wat we dan gaan doen en zo
hoor mij nu bezig
“niet donker denken”
zij zou niet mogen en ik wel zeker
omdat ik ouder ben zeker
en liedjes schrijf zeker
ze vraagt wanneer ga je morgen bellen
en ik weet het nog niet
een grote broer zou dat nochtans moeten weten

zaterdag 23 september 2006

Wim Helsen

Onlangs nog naar "Man Bijt Hond" gekeken? Dat rare mannetje op het einde dat gedichten voorleest, dat is de onvolprezen Wim Helsen, cabaretier van beroep. Gevierd in Nederland, met mondjesmaat geapprecieerd in eigen land. Helsen speelt niet, hij is. Een beetje toch. En niet alleen in "Man Bijt Hond", maar ook in zijn eigen soloprogramma's passeert soms poëzie. Vaak als je het niet verwacht. Een stukje van de voorstelling "Heden Soup" heb ik uitgetypt om bij te houden. Ik denk dat Helsen één van de allergrootsten is die er in de Lage Landen rondloopt, maar er is zo veel dat ik denk. Dat zegt niks.

"En ik zie licht, wit licht, en nevelslierten die opzij schuiven en vanachter die nevelslierten een mevrouw, een mooie, dikke, kwabbige mevrouw. Het is mijn moeder, mijn moeder die mij roept. Ze spreekt mij toe vanuit hemelse dreven. “Kom maar hier, kleine jongen” zegt ze. “Kom maar hier, leg je hoofd maar in mijn schoot. Ik zal pleisters plakken waar je gesneden bent en ik zal de dieren uit je haren halen.”
En dan doe ik dat, dan leg ik mijn hoofd in haar schoot en dan aait ze mij en dan zegt ze dat ik rust mag zijn. Dat ik niet meer moet hopen. Dat ik niet meer moet proberen. Het helpt toch niet. Ge zijt helemaal alleen. Zoals iedereen altijd en overal alleen is in alle talen. Ge zijt bloot en weerloos. Ge zijt gemaakt van dun papier. Eén windvlaag en ge vliegt omver. Het is niet dat de anderen u niet willen helpen. Het is dat ze zelf gemaakt zijn van dun papier. Eén zuchtje en ze scheuren.
En ge kijkt naar mij en ge ziet uzelf staan en ge zegt tegen uzelf wat ge altijd al geweten hebt. Dat uw pijn voor u alleen is. Niemand anders kan eraan. Niemand heeft er weet van. En dat is goed zo. Zo zijn we vrienden. Dat soort vrienden zijn we. We proberen niet, hopen niet, we kijken. We kijken elkaar aan en we zeggen: kom, leg uw pijn maar hier bij mij, het zal geen grammetje helpen. Kom, leg uw hoofd in mijn schoot, dat ik u aai, dat ik u zeg dat ge van geluk moogt spreken dat ge niets betekent. Kom dichterbij, kom, ik heb u niks te bieden. Kom, vertel mij uw verhaal. Ik beloof: ik zal er niks van snappen. Kom, leg u in een bolleke aan mijn voeten. Ik zal een lied zingen voor u. Over niks."
(Wim Helsen, "Heden Soup")

zondag 9 juli 2006

0110

Ik wou nog eens mijn zegje wou doen over 0110. Eén week voor de gemeenteraadsverkiezingen worden in Antwerpen, Brussel en Gent zogenaamde concerten voor de verdraagzaamheid georganiseerd. Het initiatief komt van Tom Barman, de zanger van dEUS, nu niet meteen iemand die bekend staat om zijn politiek engagement. Uitgangspunt: waarom zou alleen extreem-rechts zich mogen roeren? De overgrote meerderheid van de Vlamingen heeft het immers nog steeds niet begrepen op hun kleuterpolitiek en dat mag ook wel eens duidelijk gemaakt worden. Daarom dus die concerten.
Om de voorspelbare (en makkelijke) kritiek te counteren dat het slechts om een "left wing rockers"-feestje zou gaan, werden ook artiesten als Helmut Lotti, Laura Lynn en Clouseau gevraagd, samen met bijvoorbeeld Arno of Zita Swoon.
Vooral die zogenaamde "commerciële" artiesten kregen het hard te verduren van het Vlaams Belang. In een open brief riep Filip Dewinter die artiesten op om hun optreden af te zeggen en waarschuwde hij hen om zich niet laten te vervreemden van hun achterban. Kuch. Wablieft? Waarschuwen? Je moet het lef maar hebben.
Geen enkele van de artiesten is voorlopig op dat nauwelijks verholen dreigement ingegaan en dat siert hen, maar om nu te zeggen dat ze allemaal blijk gaven van evenveel moed en standvastigheid. Kris Wauters wrong zich bijvoorbeeld in duizend en één bochten om hun deelname te verantwoorden. Ze wisten naar eigen zeggen niet dat er iets over extreem-rechts in het charter van 0110 zou staan en "Had men ons gevraagd om mee te doen aan een concert tégen het Vlaams Belang, dan hadden we vriendelijk bedankt. Het ligt niet in onze aard om mensen te gaan zeggen wat ze wel of niet moeten doen."
Daar moet ik, als het u belieft, toch eens goed mee lachen. Er wordt een concert georganiseerd voor de verdraagzaamheid. Eén week voor de verkiezingen. In Antwerpen. En Kris en Koen hadden geen enkel vermoeden dat daarmee het Belang geviseerd wordt. Laura Lynn zingt hetzelfde liedje: ze is alleen voor verdraagzaamheid, maar "houdt zich niet met politiek bezig."
Even alle koppen uit het zand halen en goed opletten: hoe kan je nu optreden op een concert voor verdraagzaamheid zónder een statement te doen over een partij die onverdraagzaamheid aanwakkert? Zou het ook kunnen dat Kris en Laura opeens een heel klein beetje schrik kregen om minder plaatjes te verkopen, zoals het The Dixie Chicks verging toen ze zich openlijk tegen George W. Bush kantten?
Waarom moet ik nu denken aan de schijterigheid van de meerderheidspartijen toen ze het niet aandurfden om de dotatie van het Vlaams Belang af te nemen, terwijl dat hetgene was wat ze, volgens de letter van de wet, hadden moeten doen? "Dat is niet de manier om die partij te bestrijden," klonk het, maar wij hoorden: "We zouden hun kiezers niet graag boos maken."
Pwôk pwôk pwôôôk!

zondag 2 juli 2006

Op z'n plaats

"Op een dag valt alles op z'n plaats." Dat werd mij ooit op een avond met stellige zekerheid toevertrouwd door een vrouw met al minstens dertig jaar meer levenswijsheid dan ik. Ze had mijn moeder kunnen zijn, maar dat was ze niet en precies daarom was ik geneigd haar te geloven. Moeders liegen hun kinderen voor uit liefde. Daar kunnen ze niks aan doen. Daarvoor zit de moederliefde te stevig en te onverwoestbaar in hun gestel. Ook een Palestijnse vrouw vertelt haar kind dat het later alles kan worden. Tegen wie je graag ziet, moet je liegen. (Wat nog iets helemaal anders is dan bedriegen of misleiden.)
Alles zou dus vroeg of laat op z'n plaats vallen en het was niet mijn moeder die dat zei. Het stelde mij ergens wel gerust, zeker die avond zelf. Maar als ik er later aan terugdacht, wist ik niet altijd goed wat ik met die informatie moest aanvangen. Als het klopte, wat wou dat dan zeggen? Moest je dan zitten wachten op die ene dag? Moest je je dan neerleggen bij de dingen die op het moment zelf niet op hun plaats waren? Dat kon natuurlijk niet. Ergens moest er een voorwaarde aan gekoppeld zijn. Bijvoorbeeld jezelf in vraag durven stellen. Of kansen met beide handen grijpen. Of iets helemaal anders, maar in elk geval iets. En dan zou alles op een bepaald moment als de stukjes van een puzzel in elkaar passen.
Intussen ben ik steeds minder gaan geloven dat alles daadwerkelijk op z'n plaats zal vallen en ik heb zelfs sterke twijfels of dat wenselijk zou zijn. Want wat dan? Kom je dan niet tot stilstand? Ik geloof ook niet dat er mensen zijn bij wie alles al op z'n plaats gevallen is. Ik geloof daarentegen wel dat er mensen zijn die na verloop van tijd dat gevoel krijgen en daar gelukkig van worden. En dat ze op die manier voor een stuk tegen zichzelf liegen, is dan niet eens zo erg. Dat ze tegen zichzelf wíllen liegen, zegt volgens mij al genoeg. Want tegen wie lieg je ook al weer?
Enfin, over dit alles moest ik denken toen ik net de laatste pagina van "The Great Gatsby" van F. Scott Fitzgerald gelezen had. Omdat de laatste paragraaf - zie hieronder - daar min of meer over ging. Voor de mensen die het boek nog niet gelezen hebben: maak je geen zorgen, in die bewuste slotparagraaf wordt nog niks verraden over de plot. Wel een absolute aanrader. Mooi mooi mooi. Als je dan toch vakantielectuur wil, haal dan deze klassieker van Fitzgerald in de bib en leg die vederlichte rommel van Dan 'flat character' Brown nog maar even aan de kant.
Gatsby geloofde in het groene licht, de orgiastische toekomst die jaar op jaar voor onze ogen terugwijkt. Ze ontglipte ons toen, maar dat doet er niet toe - morgen zullen we harder lopen, onze armen verder uitstrekken... En op een mooie dag -
En zo varen we voort, schepen tegen de stroom op, onophoudelijk teruggevoerd naar het verleden. (slotparagraaf "The Great Gatsby", F. Scott Fitzgerald)

zondag 25 juni 2006

Niet onomkeerbaar: het voorbeeld

Een man wil een auto, maar weet niet welke kleur. Groen? Blauw? Stel dat hij een groene koopt en dan spijt krijgt van zijn keuze? Hij besluit nog even te wachten. Tien jaar later heeft hij nog steeds geen auto. Wat hij vergeten is: een gekochte auto kan je terug verkopen.
En dat niemand met het argument komt dat hij dan wel verlies doet. Verliezen is de grootste aantrekkingskracht van het leven. Als u begrijpt wat ik bedoel.

woensdag 21 juni 2006

Niet onomkeerbaar

Verleden week zei een vriendin mij dat de meeste beslissingen NIET onomkeerbaar zijn en dat veel mensen dat vergeten. Dat was ik vergeten.

dinsdag 20 juni 2006

Bericht aan de bevolking

Beste mensen,
U weet intussen allemaal dat ik onlangs in aanraking ben gekomen met de arm der wet. De afgelopen dagen merkte ik her en der uw grote verontwaardiging en sluimerende woede, veroorzaakt door de wanverhouding tussen misdaad en straf. Het schijnt mij op dit moment toe dat er nog slechts weinig nodig is om het tot een uitbarsting te doen komen. Daarom vraag ik u, nee, smeek ik u: laten we alstublieft onze kalmte bewaren. Dat is immers in ons aller belang. Inderdaad, er zijn in het recente verleden dingen gebeurd die niet door de beugel kunnen, die uw verontwaardiging verdienen en die onze rechtstaat op zijn grondvesten hebben doen daveren. Echter, moeten wij daarom onszelf verlagen tot het niveau van onze agressors? Neen, beste vrienden, driewerf neen. Wij kunnen alleen op een waardige manier te kennen geven dat wij ontgoocheld zijn in de regerink, de hoeders van dit land die ons in de kou hebben laten staan. En dat hebben wij gedaan. Ons rest dus enkel nog het betalen van de opgelegde boete. Ikzelf wil tenslotte nog benadrukken dat ik diep ontroerd ben door uw steun. Jullie zijn allen schone mensen, maar de meisjes wel het meest. Om ons samenhorigheidsgevoel te versterken, laat ik jullie meegenieten van één van de honderden hartverwarmende steunbetuigingen die ik mocht ontvangen.

M. zegt:
zeg, aan iedereen die ik vertelde van je boete
M. zegt:
-oei hoe kan ik die zin grammaticaal correct af maken-
M. zegt:
die iedereen was heel erg misnoegd over de belgische politie en regerink
M. zegt:
en iedereen schrok vooral met een allee dat kan toch niet
M. zegt:
mijn mama vooral!
M. zegt:
want die fietst door het rood en zo
M. zegt:
maar in gent zijn ze veel milder
M. zegt:
om maar te zeggen dat we allemaal aan je kant staan
M. zegt:
maar we gaan wel niet zo ver dat we gaan overschakelen op donaties

woensdag 14 juni 2006

24 en 150

Vanmorgen kreeg ik van de postbode een brief die mij verplicht om even terug te keren in de tijd, namelijk naar de dag waarop ik de - al zeg ik het zelf - puike leeftijd van 24 levensjaren bereikte. Een mooi getal, is het niet? Het ademt een zekere maturiteit uit, gecombineerd met toch nog een grote hoeveelheid jeugdige frisheid. Helemaal iets anders dan die kinderachtige drieëntwintigers of die vastgeroeste en verzuurde vijfentwintigers.
Het was een warme zomeravond en ik fietste blijgemutst door Leuven. Ik moest nog snel even naar de bank om wat euro's, want straks werd ik geacht te trakteren voor mijn verjaardag. En mijn vrienden kennende zouden ze wel allemaal proberen mij op kosten te jagen. Zo zijn ze wel, stelletje klaplopers. Doch ik liet het niet aan mijn hart komen, want het was immers mijn verjaardag. Bovendien was ik geen 23 meer, hé? Nog steeds blijgemutst sloeg ik de straat van de bankautomaat in. Nu moet ik eerlijk toegeven dat dat niet mag, maar het was maar voor 5 meter en het was mijn verjaardag en ach, er was geen kat op straat en ach, daar kwam wel een zwaantje uit de tegenovergestelde richting. Eerst probeerde ik achteloos fluitend verder te fietsen, maar hij sneed mij zo'n beetje de pas af en ik voelde mij ook niet in de positie om daarover van mijn oren te maken. De wetsdienaar vroeg of hij mijn "pas" mocht zien. Even overwoog ik een woordspeling met het woord "pas". Ik doe dat namelijk zeer graag, woordspelingen maken. Uiteindelijk haalde ik gewoon mijn identiteitskaart boven en toen ging alles heel snel, maar dan trager. Hij schreef mijn naam en geboortedatum op, vroeg mijn adres en noteerde de datum van vandaag. Ik dacht: nu komt het, nu ziet hij dat "geboortedatum" en "datum van vandaag " nondedomme hetzelfde zijn! Of het mijn verjaardag was, zou hij verbaasd vragen, met een lichte trilling in zijn stem. Ik zou ja zeggen en we zouden elkaar schaterend om de hals vliegen. Groot was mijn verwondering toen hij gewoon terug op zijn moto stapte en wegreed. "Gekke flik!" dacht ik. "Hij speelt met mijn voeten!" Ik wachtte nog een paar minuten. Toen hij na een kwartier nog niet terug was en er achter mij een rij ontstaan was van 7 mensen die allemaal graag geld wilden afhalen, ben ik maar in opperste staat van verwarring huiswaarts gegaan. Te voet, fiets aan de hand.
Heden ten dage ben ik in mijn geboortestad, alwaar ik door fikse rugpijn al een paar dagen horizontaal tegen het leven aankijk. Zoals gezegd heb ik een brief van de postbode heb gekregen. Daarin word ik vriendelijk verzocht om onze staatskas met 150 euro aan te dikken. Voorwaar, een onprettige mededeling die mijn toch al zo geplaagde gemoedsrust verstoort. Dit is het moment om te beweren dat die flikken "zich beter met echte criminelen zouden bezighouden" en "dat het allemaal corrupte zakkenvullers zijn".
Helaas kan men niet kiezen welke wetten men wel of niet respecteert. Je moet het hele pakket aanvaarden of afwijzen. Dus zal ik met een zuur gezicht die 150 euro ophoesten, vervolgens met buurman MW de aloude dialoog "En wat doet de regerink? / Niets!" opvoeren en bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen toch maar weer het geloof in de democratie bewaren en dus niet op onze xenofobe vrienden van het Belang stemmen.
En nu, beste vrienden, ga ik een Nurofen nemen en op de zetel liggen. Of op "de bank", zoals ik als germanist eigenlijk moet zeggen, wat een beetje gek is omdat ik geen geld nodig heb. Behalve misschien om mijn boete te betalen.

donderdag 8 juni 2006

Lege maag

En dan is het half acht ’s avonds en plots realiseer je je dat je de hele dag lang nog niks gegeten hebt. Aha. Daarom duizelig. Daarom pijn achteraan je nek. Hoe vergeet een mens om te eten? Je bent met honderd en één dingen bezig, los door elkaar. Het rommelt weer eens in je hoofd. En je bent moe, moe, moe. Zou dat het begin van de zomer zijn?

donderdag 1 juni 2006

Waarom men kijkt


"Niets was heerlijker dan naar smerigheid te kijken. Dan voelde je jezelf zo schoon."
(Arnon Grunberg in "De joodse messias")

dinsdag 30 mei 2006

The desert's for starting over

Een heel mooie monoloog uit de voor de rest eigenlijk nogal slappe film "25th hour". Een man weet dat hij de volgende dag naar de gevangenis moet en zijn vader raadt hem aan om te vluchten. Onderduiken en opnieuw beginnen. En já, ik ben zo nerdy geweest om de hele tekst uit te schrijven met behulp van de rewind- en starttoets van de videospeler.
"We'll drive and keep driving, to the middle of nowhere, take that road as far as it takes us. You've never been west of Philly, have you? This is a beautiful country, Monty. It's beautiful out there, looks like a different world. Mountains, hills, cows, farms, and white churches.
I drove out west with your mother one time, before you was born. Brookland to the Pacific in three days. Just enough money for gas, sandwiches, and coffee. But we made it. Every man, woman, and child alive should see the desert one time before they die. Nothing at all for miles around. Nothing but sand, and rocks, and cactuses and blue sky. Not a soul in sight. No sirens, no car alarms, nobody honking at you, no madmen cursing or pissing on the streets. You'll find the silence out there. You'll find the peace. You can find God.
So we drive west. Keep driving till we find a nice little town. These towns out in the desert, you know why they got there? People wanted to get away from somewhere else. The desert's for starting over. Find a bar and I'll buy us drinks. One last whiskey with my boy. Take our time with it, taste the barley, let it linger. And then I'll go. I'll tell you: "Don't ever write me. Don't ever come visit." I'll tell you I believe in God's kingdom and I believe I'll be with you again and your mother but not in this lifetime.
You get a job somewhere, a job that pays cash, a boss who doesn't ask questions and you make a new life and you never come back. Monty, peoply like you, it's a gift. You make friends wherever you go. You work hard. You gonna keep your head down and your mouth shut. You gonna make yourself a new home out there. You'll miss your friends, you'll miss your dog. But you're strong. You got your mother's backbone in you. You're strong like she was. You forget your old life. You can't come back. You can't call. You can't write. You'll never look back. You'll make a new life for yourself and you'll live it, you hear me? Give them a good life, Monty. You'll have a son. Maybe you'll name him James, it's a good, strong name.
And maybe, one day, years from now, long after I'm dead and gone, reunited with your dear mother, you gather your whole family together and tell them the truth. Who you are and where you come from. Tell them the whole story. And then you'll tell them how lucky they are to be there. They all came so close to never happening. This life came some close to never happening."

vrijdag 19 mei 2006

Frankieboy

Zij wassen hun handen in onschuld. Aanzetten tot geweld? Komaan zeg. Nee, wat onlangs in Antwerpen voorviel, was "een vreselijke moordpartij van een geïsoleerde gek" (Frank Vanhecke in zijn toespraak in Mechelen). Maar Mohammed B., de moordenaar van Theo Van Gogh, is volgens diezelfde Frank Vanhecke dan weer "geen getikte godsdienstwaanzinnige", "geen apart geval van krankzinnigheid" en "geen zielige gek". Nee, zonnebankbruine Frankieboy weet precies hoe de vork aan de steel zit:
“Het is even slikken maar Mohammed B. is niet getikt. Hij behoort tot een groeiend leger van fanatici die anders dan wij niet bang zijn het woord ‘oorlog’ in de mond te nemen. Die hun overtuiging niet uit de geschriften van verdwaalde halve garen bijeen hebben gegraaid, maar uit de koran, het heilige boek waarop de islam rust”. (Frank Vanhecke in zijn column "De Islam Is het Probleem")
De ene moord is de daad van een geïsoleerd gek, de andere is geïnspireerd door fanatici die systematisch aanzetten tot haat. Vreemd. Maar over dat systematisch aanzetten tot haat, daar weet zonnebankbruine Frankieboy natuurlijk meer over dan wijzelf. Hij zal wel gelijk hebben.

woensdag 17 mei 2006

Zuiver

Poëzie, het is iets. In mijn hoedanigheid van leraar Nederlands moet ik de komende dagen een inleiding geven op de poëzie. Probeer 16-jarigen daar maar eens warm voor te maken. Niet dat ze poëzie verafschuwen, maar wel de analyse en/of bespreking ervan. Ik kan ze geen ongelijk geven. Een analyse kan best interessant zijn, maar als een gedicht die analyse nodig heeft om interessant te worden, dan deugt het niet. Voor mij dus geen Spinoy of Van Bastelaere, dank u zeer.
Ik las ooit ergens in een tijdschrift: "Waarom zou je met 'interessant' genoegen nemen als je ook 'pakkend' en 'hartverscheurend mooi' kan krijgen?" Dat zegt het allemaal. Een goed gedicht moet voor mij in de eerste plaats ontroeren. Verder hou ik van gedichten die iets banaals op een nieuwe, originele manier zeggen. Volgens Hugo Brems is de inhoud van gedichten vergelijkbaar met die van soaps: de gewone, alledaagse dingen. De verdienste van het gedicht is dan de manier waarop aan die thema's vorm wordt gegeven.
Tenslotte heb ik ook een voorkeur voor korte gedichten. Als de dichter pagina's lang blijft doormekkeren, is het etiket "poëzie" vaak zijn alibi voor onafgewerktheid en kan hij misschien beter een kortverhaal schrijven. Of niet, hij is een vrij mens natuurlijk. Het volgende gedicht vind ik in al zijn onopvallendheid subliem. Er wordt niks nieuws in gezegd en nergens blijft de lezer haperen aan één of ander vergezocht woord dat de belezenheid van de dichter zou moeten aantonen. "Gewoon maar een gedicht" en net daarom zo sterk.
Zuiver

Zuiver komt de avond af, liefste
en ruikt naar wind gelijk uw haar,
uw lippen als ge lacht.

Een wolk schuift tegen de bleke hemel
voorbij, mijn hand
over het zachte vel van uw hand.

Jotie T' Hooft

woensdag 10 mei 2006

Fantoompijn

"Ik haat je, omdat ik je mis, had ik willen zeggen. [...] Als je iemand mist, ga je diegene haten om aan dat gemis een eind te maken. Iemand die je mist, moet uit de weg worden geruimd, overwonnen, vernietigd. Haat is de zee waarin al het missen samenvloeit. In die zee zwom ik, maar de stroom had me een beetje te ver meegevoerd."
(Arnon Grunberg in Fantoompijn)

zondag 30 april 2006

De spoorwegovergang

Ik heb net mijn 2e week achter de rug als leraar in een school in Heverlee en net als na mijn eerste onderwijsopdracht kan ik niet anders dan opnieuw vaststellen dat lesgeven mij ligt. Ik schiet goed op met de leerstof, de toetsen tonen dat de leerlingen toch iets onthouden van wat ik vooraan allemaal sta te vertellen en, het belangrijkste, ik doe het echt ontzettend graag, leraar spelen. Nog steeds "spelen", ja, al heb ik toch al minder het gevoel dat ik iedere minuut ontmaskerd kan worden als een bedrieger die doet alsof hij leraar is. (Ik ben net de kenmerken van een fantasyverhaal op het bord aan het schrijven als de klas opeens opgeschrikt wordt door gerinkel van glas. Meteen daarna breekt de hel los: door ramen en deuren valt een speciaal interventieteam het lokaal binnen en in een mum van tijd word ik overmeesterd. "You're game is over, mister!" snauwt er één mij toe en geboeid word ik weggeleid. Iemand moet hen verteld hebben dat ik nog geen lerarenopleiding achter de rug heb.) Wat? Het kán toch?!
In elk geval amuseer ik mij, maar toch was ik de afgelopen dagen tegen onder andere MW en Noushka aan het balken dat ik hoopte dat mijn interim niet verlengd ging worden omdat ik dringend iets anders te regelen heb. Echter, vrijdagmorgen fietste ik naar school en moest ik enkele minuten wachten voor een spoorwegovergang. Dat is telkens een ongepland maar heerlijk moment van rust tijdens de morgenrush van vroeg opstaan, lummelen, douchen, even gitaar pakken, koffie drinken, nog meer lummelen en dan vaststellen dat je zult moeten sprinten om op tijd te zijn. Daar sta je dan, voor de gesloten slagboom, nog nahijgend van de snelle fietsrit, met slaap in je ogen en watten in je hersenen. Dan is een mens uitermate vatbaar voor filosofische gedachten, dat mag duidelijk zijn, en het zou een onbegonnen opgave zijn om alle overpeinzingen te gaan opsommen die daar aan de spoorwegovergang al aan bod zijn gekomen.
Die ochtend was het allemaal nog behoorlijk down to earth: ik bedacht dat het toch wel spijtig was dat het al mijn laatste werkdag was. Ik wou nog steeds heel dringend de hemel bestormen (kuch), maar ja, gisteren was dan ook een topdag geweest. Tenminste, wat het leraarschap betreft, voor de rest is het nog steeds één doffe ellende. De leerlingen van de Griekse moesten die dag als spreekoefening een betoog houden: in drie minuten hun klasgenoten van een zelfgekozen stelling trachten te overtuigen. Sommigen waren ronduit hilarisch geweest, zoals de jongen die voorstelde om de slavernij terug in te voeren, anderen dan weer bloedernstig, maar bijna alle betogen zaten schrander in elkaar en hadden voor heftige discussies gezorgd. And that's what it is about, ain't it? Voor een stuk mea culpa trouwens, want ik wakkerde de meningsverschillen met graagte aan. Als je jonge mensen kan laten nadenken over verkeersveiligheid, racisme, euthanasie, etc., dan moet je niet zeuren over tijdsgebrek. Bovendien had ik die dag toevallig een paar van mijn leerlingen aan anderen horen verkondigen dat die van Nederlands "ne keeeeilieve" was. Tussentaal, ik weet het, maar ach, daar zondigt iedereen wel eens tegen. Enfin, dat overdacht ik dus allemaal terwijl ik daar op een voorbij rijdende trein stond te wachten en toen ik vervolgens (net op tijd) in de leraarskamer arriveerde, kreeg ik te horen dat ik nog twee weken langer mocht blijven. Great! Het zal ongetwijfeld des menschen zijn dat ze willen blijven doen waar ze mee bezig zijn, tenminste als dat meevalt.

zaterdag 29 april 2006

Geen grote lijnen

Niet leuk: geen grote lijnen meer zien en denken dat je zomaar wat doet. Een verhaal zonder plot schrijven. Ook niet leuk: in rondjes denken en vergeten hoe je ergens in moet berusten. En het is ook nooit stil genoeg, godammit, knettergek word je ervan. En je kan het allemaal wel, de gewone dingen doen - een brood kopen, iemand die je niet kent toch opbellen, een hele week lang op tijd op je werk zijn, geld overschrijven - en dus doe je het meestal gewoon. Maar dan is het de avond van één of andere dag in één of ander jaar en je wandelt naar huis en zonder aanleiding valt het op jou en je kan er niks aan doen, het is er alleen maar: de gedachte dat je alles altijd verknalt en fout doet aflopen en je denkt ook wel "Heh heh, nu niet overdrijven, jongen" en in zekere zin is het dus allemaal best wel grappig. Want je weet immers goed dat je jezelf iets aanpraat en dat het altijd weer overwaait. Helaas helpt dat niet om je beter te voelen. Gelukkig is er nog de zalvende stem van Lisa Germano.

donderdag 27 april 2006

Een ijsco

Boy oh boy! Wie had gedacht dat De ondergang van de familie Boslowits, de zo goed als vergeten eerste novelle van Gerard Reve en het onderwerp van mijn eindverhandeling, ooit nog zo sexy zou worden? De één na de ander vraagt mij de laatste tijd om mijn exemplaar te mogen lenen. Dat De ondergang sinds de dood van de Grote Volksschrijver in alle media wordt aangehaald als één van zijn meesterwerken, zal daar wel iets mee te maken hebben. Een mens moet ook in zijn leesvoer wat modieus zijn. De eerste keren schreeuwde ik telkens met overgave "Zie je wel?!" naar het radio- of televisietoestel, vaak begeleid door een gebaar dat nog het meest lijkt op iemand die twee appels (één in zijn linker- en één in zijn rechterhand) met kracht over zijn schouders gooit. Maar de elvendertigste keer laat je dat achterwege, tot vreugde van je omgeving. Het verhaal speelt zich af kort voor, tijdens en net na de Tweede Wereldoorlog. In de volgende passage krijgt de ik-figuur van een volwassene geld voor een ijsje, als ik me niet vergis nadat hij, zonder het te beseffen, zijn gehandicapte oom Hans beledigd heeft:
Ik ging naar buiten, waar juist een venter passeerde, legde het kwartje op de kar en zei: 'Een ijsco.' 'Van vijf?' vroeg hij. 'Dat is goed,' zei ik. 'Of van tien?' 'Dat is goed, een ijsco,' zei ik. 'Van vijf of van tien?' vroeg hij toen. Er werd geen bepaalde beslissing genomen, maar hij maakte een zeer dikke gereed en juist nam ik die in ontvangst, toen mijn moeder naar buiten kwam. 'Hij is stout geweest,' zei ze tegen de man, 'hij heeft er om gezeurd.' Ik hield de ijswafel vast. Mijn moeder trok me mee. 'Hij krijgt nog geld terug!' riep de venter, maar we waren al binnen en de deur sloeg dicht. De ijswafel beviel me niet en ik mocht hem op een schotel in de keuken leggen.
(De ondergang van de familie Boslowits, p. 15)

donderdag 20 april 2006

Leve mij


Een fragment uit Niemands meester, niemands knecht. LEVE MIJ, een verzameling autobiografische teksten van de onvolprezen Johan Anthierens:

Ann heeft haar broer George naar school gebracht, hem begeleid naar zijn laatste dag op de kleuterschool, in september wordt het menens. De verontruste juffrouw heeft Elisabeth eens opzij genomen maar niet ver genoeg, hij kon het gesprek volgen. De juffrouw zei dat George met vreemde verhalen uitpakte, hij vertelde dat wij er thuis een helikopter op nahouden. 'Liegt de jongen soms gemakkelijk, madame?' vroeg de bezorgde pedagoge. 'Nee, mevrouw,' suste Elisabeth, 'hij heeft gelukkig nog verbeelding.' George stond erbij met hangende onderlip, hij voelde dat zijn juffrouw niet in zijn wereld wou treden, het vernietigende woord 'liegen' heeft zijn helikopter getroffen die brandend naar beneden stort.

zondag 16 april 2006

Whodunnit?

Vandaag moest ik om 11u in een school in Heverlee zijn voor een sollicitatiegesprek. Rond half 11 opende ik fris gewassen en geschoren de voordeur, klaar voor een korte maar stevige fietsrit in de stijl van de oude kasseivreters. Eerst rustig achteraan in het peloton meepeddelen om de concurrentie in te schatten, daarna op het zwaarste stuk attaqueren en meteen 30 seconden pakken en solo over de meet komen. Een koud kunstje. Edoch mijn fiets was spoorloos en bovendien nergens te zien. Nu geef ik toe dat ik soms dingen zie die er niet zijn, of omgekeerd: dingen niet zie die er wel zijn. Dus ging ik even terug naar binnen en weer naar buiten. Vreemd, nog steeds geen fiets. Gestolen. Bugger. En ik had 2 weken geleden nog 58 euro aan herstellingen betaald. Dan vragen de leiders van het land zich af waarom wij op de bruine stemmen!
Enfin, ik moest nog steeds in Heverlee geraken. De bus dan maar, dik tegen mijn goesting. Ik háát bussen, moet u weten. Ze zijn nooit op tijd, zitten tjokvol bejaarden, je moet zelf maar uitvissen waar ze naartoe rijden en waar ze stoppen... En dan heb ik het nog niet eens over alle bussen vol argeloze reizigers die spoorloos verdwenen zijn. Die cijfers worden uiteraard geheim gehouden en publiekelijk ontkend. Vraagt niemand zich trouwens af hoe het komt dat De Lijn zoveel mensen gratis kan laten reizen? Als ik op café verkondig dat ik denk dat er ergens diep in de Ardennen geheime loodsen zijn waar ongelukkige ex-reizigers onder het klappen van de zweep bussen in elkaar aan het vijzen zijn, dan lacht men. Ze zullen niet blijven lachen!
Dit keer was de bus evenwel op tijd, ook voor de terugrit. Alvorens bij de politie aangifte te gaan doen liep ik nog door wat straatjes in de hoop mijn fiets terug te vinden en zoals dat gaat vond ik hem helemaal op het einde van mijn zoektocht, één straat verder dan waar ik woon, samen met al de andere fietsen die gisteravond voor de deur stonden. Grapjassen. Hoe zou dat dan gaan?
- Hé gasten, hier staan fietsen! De max!
- Wow, niet te doen! Dat moet de enige straat in Leuven zijn!
- Kunnen we daar niks mee uithalen?
- Ik weet het, laten we ze alle tien een straat verderop zetten!
- Maar dan moeten we drie keer heen en weer lopen?
- Dat is waar, maar het wordt wel lachen!
In wat voor een wereld leven wij? O ja, ik heb trouwens de job. Hoi.

maandag 10 april 2006

In memoriam Gerard Reve

Gisterenmorgen is Gerard Reve op 82-jarige leeftijd overleden. Amper enkele uren later vond de Nederlandse televisie het al gepast om zijn partner voor het middagjournaal live op te bellen. En ja hoor, waar de nieuwsredactie stiekem op gehoopt zal hebben, gebeurde ook: Joop Schafthuizen kreeg het moeilijk, begon te huilen en raakte nauwelijks nog uit zijn woorden. Hortend en stotend werd het interview afgewerkt. Ik hoop dat ze zich bij de Nederlandse televisie ontzettend slecht gevoeld hebben na die schandalige vertoning, maar ik betwijfel het. Niemand vond blijkbaar dat ze die arme man de komende dagen vooral met rust moesten laten. Want ja, Reve is een publiek figuur en de mensen zullen er wel recht op hebben zeker? Kotsmisselijk word ik ervan.
En nu we toch bezig zijn, wiens idee was het om enkele jaren geleden de zwaar zieke, dementerende Reve te gaan filmen terwijl hij als een hulpeloze baby gevoederd werd - "Kom, grote jongen, nammie nammie doen" - door zijn partner? Wat is de journalistieke waarde dáárvan? Hebben de mensen daar óók recht op? Men zal wellicht schermen met het feit dat Schafthuizen toestemming gaf voor de reportage, maar dat is een wel bijzonder flauwe verdediging. Niets anders dan schaamteloze sensatielust is de beweegreden om zoiets te doen. Niemand hoefde dit te zien en de eindredacteur die besliste om die beelden toch voor heel Nederland te grabbel te gooien is gewoon een schoft.
Gerard Reve zal om uiteenlopende redenen herinnerd worden, in de eerste plaats als één van onze grootste naoorlogse schrijvers. Behalve De avonden behoren ook De ondergang van de familie Boslowits, Werther Nieland, Op weg naar het einde en Moeder en zoon tot het allerbeste wat de Nederlandse literatuur heeft voortgebracht. Bovendien werden vele schrijvers door hem beïnvloed. Arnon Grunberg bijvoorbeeld, de belangrijkste Nederlandstalige schrijver van het moment.
Verder zal hij uiteraard ook als relnicht herinnerd worden: de man die zowel links als rechts op tijd en stond een veeg uit de pan gaf, luidop verkondigde dat ze alle Surinamers beter "met de tjoeke tjoeke stoomtrein terug naar hun taki taki oerwoud" zouden sturen en, als klap op de vuurpijl, bijna voor godslaster veroordeeld werd omdat hij in één van zijn boeken God in de gedaante van een ezel afbeelde en hem vervolgens "driemaal in zijn geheime opening bezat." Niemand kon echt greep krijgen op de figuur Reve. Hij was een vat vol tegenstellingen, zaaide graag en veel verwarring en nooit wist je helemaal zeker of hij meende wat hij zei of schreef.
Behalve dat alles was hij ook een dolende ziel, een eeuwige tobber die op allerlei manieren greep probeerde te krijgen op zijn werkelijkheid. Het kleine, bange jongetje uit Werther Nieland liet de succesvolle schrijver nooit helemaal los. In één van zijn laatste interviews verklaarde hij: "Ik zet soms een enorme keel op. Maar het stelt niks voor. Ik doe alsof ik geschikt ben voor dit leven. Maar ik kan er helemaal niet mee overweg." Waar hij ook is, ik hoop dat hij nu de rust gevonden heeft waar elke mens naar verlangt.