maandag 11 juni 2007
Als vandaag
zondag 10 juni 2007
Niet altijd gelijk
We houden het positief vandaag 2: de groenen zijn terug. (En nu geen wetten meer over chocoladesigaretten, hé?)
We houden het positief vandaag 3: ik heb toch minstens één politicus horen zeggen dat de kiezer NIET altijd gelijk heeft. (Eindelijk!)
donderdag 7 juni 2007
Barsten dan maar
"G8 bereikt compromis over het klimaat" (Ja, want het klimaat, dat is iets om compromissen over te sluiten.)"De deelnemende landen zullen het halveren van broeikasgassen
tegen 2050 in overweging nemen." (Hoi, nu komt alles goed. Stelletje idioten.)
Bootleg bar
Franse troubadour met veel foute liedjes en een paar afschuwelijk mooie. Zoals deze.
Dire Straits & Eric Clapton - Brothers in arms (live) (rechts klikken + opslaan als)
These mist covered mountains are home now for me. But my home is the lowlands and always will be. Someday you'll return to your valleys and farms and you'll no longer burn to be brothers in arms. Schoon.
Passing Afternoon
and they'll kiss as if they know
a baby sleeps in all our bones
so scared to be alone
(Iron & Wine, 'Passing Afternoon')
belofte
dan gaan we fietsen op de Noordzee
en dat zonder onder te gaan
Panamarenko deed het,
waarom wij dan niet?
woensdag 6 juni 2007
Kleine Neef ziet ze vliegen
De eerste activiteit op het programma was zeepbellen vangen: ik blies zeepbellen (ik kan dat namelijk zeer goed) en Kleine Neef holde ze achterna en probeerde ze te pakken. In zijn enthousiasme viel hij daarbij meermaals over zijn voeten, maar dat gaf niet want het was in het gras. De tweede activiteit was achter de bal hollen en er een lel op geven. Ook hierbij ging Kleine Neef meermaals tegen dek. Net toen wij een move van Ronaldinho aan het instuderen waren, verscheen aan de hemel een knalrode luchtballon. De eerste activiteit indachtig begon Kleine Neef met zijn handjes te reiken naar de wel zeer merkwaardige luchtbel, die echter koppig weigerde uiteen te spatten.
Hier zit zeker een moraal in, dacht ik. Of een universele waarheid. Of misschien wel beide. Maar ik had de moed niet om ze te formuleren.
dinsdag 5 juni 2007
Hef het glas
donderdag 31 mei 2007
Buigen dan wel barsten
De hamvraag blijft wel: hoeveel dagen kan ik het nog volhouden? En wat als ik barst in plaats van te buigen? Wat als het vitriool hier morgen van het scherm spat? Zullen jullie mij dan nog graag zien? Ik dacht: lezer in goede en slechte tijden. Maar kan een mens daar vandaag de dag nog op rekenen? Bah. Het valt niet mee om een crowdpleaser met een geweten te zijn.
Handelen
vrijdag 25 mei 2007
It's my own fault what happens to my heart
woensdag 23 mei 2007
vadergevoel
dinsdag 22 mei 2007
L'ombre de ton chien
Boetseerde hij op een witte dag geen verzen als 'Ne me quitte pas / je ne vais plus pleurer / je ne vais plus parler / je me cacherai là / à te regarder / danser et sourir / et à t'écouter / chanter et puis rire / laisse-moi devenir / l'ombre de ton ombre / l'ombre de ta main / l'ombre de ton chien'?
Als dat zo was, dacht de jongere zanger, dan was er niks om ons zorgen over te maken. Dan kwam alles vanzelf goed. Dan moesten we alleen onze ene voet telkens weer voor onze andere zetten. En neuriën. Dat deed hij dus. Ay Marieke, Marieke, il y a longtemps...
maandag 21 mei 2007
Bootleg Bar (opgevist)
Kommil Foo - Wat wil je dat ik doe
Paul McCartney - Here today (live)
The Damnwells - I am a leaver (acoustic draft)
Ik weet niet meer precies wat voor interessants ik daarover te melden had, maar ze zijn alledrie de moeite waard. O ja, en "Here today" gaat inderdaad over John.
Update: zoveel bitterzoetheid vraagt om wat tegengewicht
Oasis - Lord, don't slow me down (unreleased)
zaterdag 19 mei 2007
Kakkers
- 'k Ben op verploatsing hoan kiek'n histeren.
- Ha. 3-0 verloren hé?
- Mohotverdikke, joat! 't Woas 1-0 en ik zeg tegen miene vint: ze kunnen misschienst nog winnen! Die kakkers?, zegtie, ze hoan der nog 2 tegen kriegen! Ik zeg: hoa je ollichte zwiegen, ik zie gèren kakkers spelen!
- Tja.
- Twoas olliek 3-0, moar ik kan der niet tegen dattie ze kakkers noemt.
West-Vlaams is toch nog altijd honderdduizend keer mooier dan dat vettige Brabants.
donderdag 17 mei 2007
maandag 14 mei 2007
zonder
zaterdag 12 mei 2007
Bezoek
'Ga weg,' zei ik.
'Doe niet zo flauw. Mag ik niet even binnenkomen?'
'Nee.'
'O, komaahaan! En ik heb nog wel iets meegebracht!'
'Het gaat niet. Ik heb morgen hopen werk te doen en ik moet slaap inhalen.'
'Maar ik blijf echt niet lang. Gewoon even laten zien en dan ga ik weer weg.'
'Beloofd?'
'Beloofd!'
Ik zuchtte en gooide de deken opzij. Het vlees was zwak.
'Dag muze,' zei ik met opzettelijk weinig enthousiasme, terwijl ik de deur opende.
'Dag kniesoor! Nou, deze keer moest ik wel aandringen hoor! Maar zo lief van je dat ik toch binnen mag! Zo ontzettend lief!'
"Jaja. Schreeuw asjeblieft niet zo. Wil je de hele buurt wakker hebben?"
'Oooeew! Jij brompot! Nu lijk je een beetje op die ene van de zeven dwergen die aldoor loopt te mopperen! Zal ik je net als Sneeuwwitje een kusje op je neus geven?'
'Hou maar al op,' zei ik zwakjes. 'Wat heb je bij?'
'Oei oei, zo zakelijk! Dan schakel ik beter op de u-vorm over! Goed, wat heb ik voor u bij? Raadt u eens, moneer!'
Ik moest lachen. Hoe kon je daar nu kwaad op blijven? 'Sorry, muze. Het is niet dat ik je bezoekjes niet fijn vind, maar echt, ik ben afgepeigerd. De laatste weken kom je bijna iedere avond langs en je blijft altijd tot een gat in de nacht en dan ben ik overdag zo moe en zit ik te slapen aan mijn bureau en vergeet ik gemaakte afspraken en laat ik dingen uit mijn handen vallen en en... Wat heb je bij, muze?'
'Ik heb je favoriet bij, mijn lieve kunstenaar!'
'Een liedje?'
'Ja!'
'Ik neem mijn gitaar...'
'Dat dacht ik ook, ja! Dan ga ik intussen koffie zetten.'
'Goed. Maar morgenavond slaap ik echt gewoon door, hoor!'
'Ha, dat zullen we dan nog wel eens zien, lieverd! Melk en geen suiker hé?'
vrijdag 11 mei 2007
Nora: deel 6 (slot)
Ze is mooi zoals ze daar zit, ineengedoken tegen de muur. Angst is altijd mooi. Ze huilt met kleine schokjes en houdt haar tot vuisten geklemde handen voor haar mond. Ik vraag haar of het gaat, maar ik moet lachen als ik merk hoe hol die woorden klinken.
donderdag 10 mei 2007
Nora: deel 5
De deur slaat dicht. De vreemde is uit huis. Ik tast naar de warme plek naast mij en rol dan naar links tot mijn gezicht in haar hoofdkussen verdwijnt. De geur van amandelen, denk ik, maar dat heb ik gewoon ergens gelezen. Amandelen en nog iets anders, iets zoets. Als ik zo lang genoeg blijf liggen, dan stik ik.
De eerste dagen zal niemand iets merken – wij hadden niet veel contact met hem – en ook zij – alleen dat meisje kwam de laatste tijd vaak langs – heeft geen idee waar hij zou kunnen zijn. Kent u hem goed? Ja. Is hij je vriend? Ja (nee!), nog maar pas. Weeral tranen. Ze begint te overdrijven.
Na enkele weken klagen de buren over een allesdoordringende stank die uit zijn huis lijkt te komen. De deur wordt aan spaanders geslagen (wie zal dat betalen?) en in de slaapkamer vinden de rechercheurs het levenloze lichaam van de jongeman, reeds in verregaande staat van ontbinding. Doodsoorzaak? Moeilijk te zeggen. Zijn hart lijkt er simpelweg mee opgehouden te hebben. Het labo sluit zelfmoord uit en een hartinfarct lijkt onwaarschijnlijk gezien de jeugdige leeftijd van het slachtoffer. Moord? Ik ken dat meisje natuurlijk van haar noch pluim, meneer, maar ik vond het altijd al een rare, als u verstaat wat ik bedoel. Ze heeft hier eens een hele ochtend aan zijn deur staan bellen, terwijl alle rolluiken neer waren en meneer dus heel duidelijk niet thuis was.
Zij wordt meegenomen en ondervraagd maar veel krijgen de rechercheurs niet uit haar. Het onderzoek wordt enkele weken later afgesloten en in het officiële rapport wordt dan toch maar over een infarct gesproken.
De telefoon. Zij zegt dat ze me nu al mist. Dat ze vanavond zodra ze kan naar me toe zal komen. Zij zwijgt en ik haak in zonder een woord te zeggen. Ik moet op mijn hoede zijn. Zij is in mijn wereld aan het rommelen. Als het zo doorgaat, vind ik straks niks meer terug.
Opnieuw het schrille gerinkel van de telefoon. Ver weg vraagt een stem alles goed alles goed alles goed. Ik geef een ruk aan het telefoonsnoer dat meteen knapt. Gerinkel van glas. Moet even zitten want ik duizel en krijg terug hoofdpijn. Op de bank liggen, dat zal me goed doen.
Ik sluit de ogen en adem langzaam en diep in, tel tot drie, adem uit, tel weer tot drie, adem in, tel tot drie, adem uit… De zee kolkt. Vanuit het grijs van de hemel doemen twee zilverbruine ogen op, daarna de omtrekken van een neus en een mond. Flauw zonlicht breekt door de wolken en glijdt over haar wangen. Ze glimlacht me geruststellend toe. Maar als ik mijn handen uitstrek en naar haar lippen tast, vervaagt haar gezicht. Ver weg vriezen oceanen dood. De planeet kraakt in al haar voegen.
Voor wie het zich afvraagt
Nora: deel 4
Ze houdt van mij. Het valt niet meer te ontkennen. Eerste aantekening van vandaag. Het is nu bijna middag maar alle rolluiken zijn neer omdat ik nog geen daglicht kan verdragen. Ik moet gisteren onwel geworden zijn. Door de hitte, vermoed ik. Maar ik kan me er weinig van herinneren. Mijn huisdokter is hier geweest want toen ik vanmorgen rond negen uur wakker werd, vond ik op het tafeltje in mijn slaapkamer een doktersbriefje: twee dagen volstrekte rust.
De stekker van het telefoontoestel was uitgetrokken. Toen ik het apparaat weer inschakelde, zag ik dat zij drie keer had geprobeerd me te bellen: gisteravond om 22u17 en om 23u57 en nog eens heel vroeg deze morgen om 1u33. Met tegenzin maakte ik het voornemen om haar terug te bellen.
Ik denk dat ik toen even op bed ben gaan liggen om nog enkele minuten te rusten maar ik werd pas anderhalf uur later weer wakker door gerinkel. Het duurde lang voor ik besefte dat het de telefoon was en toen was het al te laat om nog op te nemen. Op het schermpje herkende ik haar nummer. Ik drukte op de terugbeltoets maar er nam niemand meer op. Toen even later de bel ging, wist ik waarom. Ze moest onmiddellijk naar hier vertrokken zijn.
Ik loop naar de hal en druk mijn oor tegen de deur. Voeten knersen op het grint. Ik wacht af. Ze belt nog een keer maar ik doe nog steeds niet open. Ze zal vier keer bellen. Vier is haar getal. Ze draagt vier gevlochten bandjes, twee rond haar rechter arm, twee rond haar linker enkel. Twee keer vier stappen van haar bed naar de badkamer. Vier keer vier stappen van de badkamer naar de ontbijttafel. Vier letters in haar naam. Vier letters in mijn naam.
Ze belt een derde keer. Nu schiet me te binnen dat ik beloofd had bij haar langs te gaan. Ze zou me voorlezen uit haar dagboek. Dat geen dagboek is. Maar dat ik toch zo noem om haar te pesten. De bel gaat een vierde keer en dan wordt het stil. Ik hoor haar aarzeling en daarna het geluid van haar voetstappen die zich verwijderen. Op dat moment open ik de deur terwijl ik de tranen al kan proeven.
woensdag 9 mei 2007
Nora: deel 3
De verpleger zegt dat hij blij is dat ik kon langskomen. Ik was minder opgetogen toen hij me vanmorgen opbelde. Ik vroeg of mijn vader soms ziek was. Nee, nee, ik moest vooral niet denken dat het ernstig was.
Hier binnen, in het belachelijk kleine kantoortje van de hoofdverpleger is het godzijdank iets minder warm maar erg benauwend. Ik zuig wat van de doffe lucht naar binnen maar de door mijn hoofd dreunende pijn wordt er alleen maar erger door. Wat zou zij nu aan het doen zijn?
De hoofdverpleger schat ik rond de vijfendertig. Ik stel met genoegen vast dat hij nog meer onder de hitte lijdt dan ik. In zijn hals staan kleine, vieze zweetdruppeltjes.
"Uw vader is de laatste tijd nogal onrustig," begint hij. "Hij slaapt slecht en is soms, nu ja, bijna onhandelbaar.” Ik zie dat er zich op zijn witte hemd ter hoogte van zijn oksels vochtkringen aftekenen. De verpleger lijkt min of meer te verwachten dat ik iets zal zeggen maar ik knik gewoon. Even aarzelt hij maar dan gaat hij verder.
“Hij lijkt voornamelijk af te zien onder het feit dat hij zo weinig bezocht wordt. Daar lijkt hij toch vaak op aan te sturen. Begrijp me niet verkeerd, ik weet dat u het druk heeft maar misschien…”
- ”Kunt u hem niet wat geven?”
- “Pardon?” De verpleger kijkt me niet begrijpend aan.
- “Kunt u hem niet iets geven waardoor hij beter slaapt?”
- “Natuurlijk, dat doen we ook. Maar slaap- of kalmeermiddelen vormen natuurlijk geen echte oplossing. Vaak hebben patiënten de indruk dat ze door hun familie…”
- "Als een last worden beschouwd?" onderbreek ik hem, terwijl ik mijn hoofd schijnbaar verveeld afwend. Ondertussen wordt die verduivelde hoofdpijn steeds erger. Door het raam zie ik hoe een oud mannetje de hitte trotseert en tergend langzaam door de tuin vooruit schuifelt. Als hij zou vallen en niet meer overeind geraakt, zou ik dat dan tegen de verpleger moeten zeggen? Hij kan het niet zien want hij staat met zijn rug naar het raam. Ik wil hier weg.
– "Het spijt me maar ik heb het inderdaad erg druk. Als er verder niets meer is, zou ik graag gaan." Ik sluit heel even mijn ogen. Inderdaad erg druk.
– "Wilt u uw vader niet zien?" vraagt de verpleger met gespeelde verwondering. Hij weet dat ik dat niet wil. Hij weet het. Met mijn linker handpalm druk ik hard op mijn linkerslaap terwijl de verpleger met een voddige zakdoek nogmaals het zweet van zijn voorhoofd en hals veegt.
– "Sorry, ik moet..." Ik draai me zonder te groeten om en stommel naar buiten. Ik weet dat de verpleger me, ditmaal oprecht verbaasd, staat na te kijken. De holle echo's van mijn voetstappen in de witte dodengangen doen me sneller ademen en lopen. Ik struikel, val en bots met mijn hoofd tegen… ik weet niet wat. De zee ruist in mijn achterhoofd. Stop.
dinsdag 8 mei 2007
Nora: deel 2
"Als je oud wordt, dan krijg je kleine takjes rond je ogen" zei ze gisterenmorgen nog op de terugweg. Zonder aanleiding. Ik vond het zo mooi dat ik wel kon janken. Toen ik thuis kwam heb ik dat dan ook gedaan. Daarna nam ik plichtsbewust plaats aan het bureau waar ik vele uren schrijvende doorbreng, en ik heb haar woorden opgeschreven. Andere notities die ik nog nam, waren: houdt zij van mij? Antwoord: nog uit te zoeken en zo ja, nagaan wat de daaraan verbonden consequenties zijn. Houd ik van haar? Antwoord: neen, beslist niet.
Dat neemt niet weg dat ik de laatste tijd vaak met haar optrek, ongetwijfeld te vaak. En ze sleept me steeds weer mee in haar bizarre gedachtekronkels. Toen ze mij voorstelde om naar de zee te gaan kijken op een voor mensenkinderen dodelijk vroeg uur had ik al toegestemd voor ik besefte wat ze precies gevraagd had. En morgen gaat ze mij, o gruwel, voorlezen uit haar dagboek. Haar dagboek dat geen dagboek is. Ze is tenslotte geen kind meer.
Wat me nog het meest verbaast, is dat ze me oprecht lijkt te mogen. Ik ben geen aangename persoon. Dat zeg ik niet uit zelfhaat maar omdat ik dat weet. Ik word door vrienden ‘cynisch' en 'twistziek' genoemd. En dat ben ik ongetwijfeld ook. Zij daarentegen noemde me onlangs ‘complex’ en ‘zoekend’. Ik moest erom lachen, maar ik straalde van trots.
Als ik 's avonds met haar langs de gesloten supermarkt ben gewandeld omdat dat verlangen opeens in haar opkwam en we bij het helle schijnsel van de eeuwig brandende daglichten hebben staan kijken naar die chaotische kleurenmozaïek van koopwaar, dan weet ik niet meer waar ik het heb. Ik denk dat ik geen keuze heb. Ik moet op regelmatige tijdstippen bij haar zijn. Ik voel geen liefde. Dat niet. Ik zou immers niet weten wat ik me bij liefde moet voorstellen. Maar ze doet een frisse wind door mij heen waaien, ze geeft me nieuwe, ongekende impulsen die schreeuwen om door mij, zelfverklaard kunstenaar, gebruikt te worden.
Ze is, hoe stom en gedateerd dat vandaag ook klinkt, mijn muze. Haar zilverbruine ogen zuigen me mee een wereld binnen die me van alles vertelt maar dan wel in een taal die ik niet ken. Nog niet, want ik heb voor mezelf al uitgemaakt dat ik niet opgeef voor ik de code ontcijferd heb. Ze intrigeert me en ze jaagt me op. Ze zal me inspireren tot grootste dingen. Dat voel ik.
maandag 7 mei 2007
Nora: deel 1
Het is koud en ik ben een idioot. Als er vandaag, een zondagochtend om zeven uur waarop ik slaapdronken voor de deur van haar huis sta te wachten, twee zekerheden in mijn leven zijn, dan deze. Ze opent de voordeur bijna een kwartier nadat ik heb aangebeld, ("Maar één keer, anders is iedereen wakker!") en lacht omdat ik er moe en verward uitzie. Ze slaat nog vlug een donkergroene sjaal om en gooit de deur dicht. Keihard. "Kom mee" zegt ze en flitst langs me heen. Ik zucht. Wat anders? Als ik me omdraai, is zij al om de straathoek verdwenen.
Hijgend kom ik na een korte achtervolging dan toch naast haar lopen. Ik haak mijn arm in die van haar. Voorlopig ontsnapt ze me niet meer. De zon op onze rechterkant scheurt de ochtendmist uiteen.
De zee. We gaan zitten, onze benen over de rand van de rots. Een twintig meter lager beukt het water schuim brakend tegen de krijtrotsen. Stilte, zij in gedachten verzonken, ik peilend naar de hare.
Plots vraagt ze of ik ook niet vind dat de zon vroeger anders was. Verrast door die vreemde vraag stamel ik iets dat zowel een ja of een nee kan zijn omdat ik niet weet wat zij erover denkt en omdat ik sinds kort krampachtig probeer om het in alles met haar eens te zijn. Maar zo makkelijk kom ik er niet onderuit. "Maar hoe…?" Ze maakt haar zin niet eens af, wendt zelfs haar gezicht af maar toch éisen haar ogen van mij een zinvolle repliek. Met een wetenschappelijke uitleg zal ze niet tevreden zijn. Misschien omdat elk individu op een heel eigen manier naar de dingen, en dus ook naar de zon, kijkt en dat de zon voor haar anders lijkt omdat ze zich nu anders voelt? Ik kan mezelf wel slaan. Wat een onzin. Maar zij vindt het prachtig zegt ze, met glazige ogen voor zich uit starend.
Ze zegt dat ze zich inderdaad anders voelt maar waarom weet ze niet. Ze kijkt omhoog, lijkt in haar hoofd naar woorden en zinnen te graven en dan begint ze te praten. Na een tijdje praat ze niet meer, ze vertelt. Dat ze zo onopvallend mogelijk probeert te bestaan maar dat ze niet weet of dat wel bestaan is. Dat ze zich soms afvraagt of God bestaat maar dat ze tegelijk beseft dat, als hij al bestaat, hij waarschijnlijk niet van haar verwacht dat ze zich vragen stelt omtrent zijn bestaan. Dat ze denkt dat er in stilte twee uitersten schuilen: eenzaamheid en veiligheid. Dat ze vroeger als klein meisje eens gedroomd had dat ze zich droevig voelde maar dat haar gezicht in een lach bevroren zat zodat iedereen dacht dat ze gelukkig was.
Ineens huilt ze. De zon spat uiteen op het bevroren zeeoppervlak en grote glazen tranen rollen langs de rotskust naar beneden tot tussen geel oplichtende scherven. Even stolt alles in één groot, verwarrend beeld op mijn netvlies, tot het water weer in beweging komt en alles wegspoelt.
Met de rug van haar hand wrijft ze langs haar ogen en springt recht. "Kom mee, het gaat regenen." Ik sta op en zie dat er inderdaad grauwe wolken samentroepen. Als ik me omdraai, is ze al een eind verder het pad in de richting van het dorp afgelopen.
Een nieuwe start
Voel je het? Die kakelversie bits en bytes! Welkom, reiziger. U zult wel moe zijn.
zondag 6 mei 2007
Cynisch
Verdediging:
0. captatio benevolentiae: wat hebt u mooie ogen!
1. het leven noopt soms tot cynisme
2. cynisch op de blog = minder cynisch in het leven?
3. cynisch op de blog = een kop die vooralsnog niet uit elkaar knalt?
4. uiteenzetting: cynisme als reddingsboei van de melancholicus/romanticus
Alle gekheid op een stokje: u hebt natuurlijk overschot van gelijk, jonkvrouwe. Maar er wordt echt echtig aan gewerkt.
dinsdag 1 mei 2007
Schuifdeuren
- Je moet gewoon één tikje tegen het handvat geven en ze gaat vanzelf weer dicht.- Hemmek u iet gevroagd?- Euh... neen.
donderdag 26 april 2007
Bootleg Bar: acoustic style!
It was hard enough to climb upon
It was slow-going at first
Sister, you have laid long in the sun
Aren't you dying of thirst?
Oh my dear your suit is candy-striped
And your legs are long and slim
If I whisper nothings in your ear
Will you pass them on to him?
Eén van de mooiste stemmen ooit (heeft u haar al eens 'Fields of gold' of 'Somewhere over the rainbow' horen zingen?) zingt het mooiste lied van Simon & Garfunkel.
Most of my fantasies are of making someone else come. Most of my fantasies are of to be of use. To be of some hard, simple, undeniable use. Like a spindle, like a candle, like a horseshoe, like a corkscrew. To be of use. Most of my fantasies are of making someone else come. On a horse, over palms laid, on the threshold, on the coming day.
donderdag 19 april 2007
Nieuwe broeken
maandag 16 april 2007
dinsdag 27 maart 2007
Primus van de klas
maandag 5 maart 2007
dinsdag 27 februari 2007
Eric
zaterdag 17 februari 2007
Treingesprek
- Amai, ik heb goesting in de grote vakantie.
- Haha, nu al? Ja, wie niet hé.
- Ei, als ge later in Gent studeert hé, dan hebt ge 3 maand vakantie!
- Serieus?
- Ja. Maar mijne pa zegt dat ik daarvoor te stom ben, haha.
- Haha.
maandag 12 februari 2007
Het leven zoals het is: lesstage
"Nou, dan mot je maar niet voor de klas gaan staan!" hoor ik u al met een onverklaarbaar plots opduikende Hollandse tongval opwerpen. U heeft ten dele gelijk. Lesgeven zelf is best aangenaam, maar het leidt de aandacht af van de hoofdzaken. Denk ik dan. In de veronderstelling dat ik hoofd- en bijzaken van elkaar kan onderscheiden.
woensdag 7 februari 2007
Beeldvorming
woensdag 31 januari 2007
chique miserie
maandag 29 januari 2007
Het ouderlijke huis
Woestijn
Woestijn
ge zegt 'k heb nood aan open ruimte
ik zeg awel neemt de woestijn
dan kunt ge daar wat gaan verdwalen
en wat ver van huis gaan zijn
maar komt daarna niet klagen
van den honger of den dorst
wie wij zijn is wat wij zagen
slechts wat bloesem voor de vorst
die misschien tot bloei zou komen
maar wat blijkt? wij zijn te jong
'k had thans vernomen dat slechts jaren
van geduld zijn zaad inwon
voor 't geluk op middaguren
als de zon weer op zijn hoogst
is het beter dan te sterven
uit te rukken voor de oogst?
klein liedje over de woestijn
laat ons hopen dat er elders
wat meer plaats voor u zal zijn
ga gezellig met vakantie
ver van 't water van de zee
uw bloem zal niet zo lang meer leven
brengt ne schone cactus mee
die zet 'k ik dan in mijn keuken
op een rij naast al de rest
aan de kapstok hangen deuken
van uw hoed onder mijn vest
'k geef toe het raakt mijn kouwe kleren
nu al harder dan gedacht
ik zal u missen maar ook leren
dat de tijd niet op ons wacht
dat zij veel te snel kan draaien
voor wie niks van 't leven kent
maar ook voor wie die al jaren
weet dat liefde stilaan went
dat het door de zotte sleur komt
dat we stil zijn blijven staan
dat we elkander irriteerden
liever weg hadden zien gaan
men was soms wat onrustig
men gaf te weinig plaats
ga dus lange tijd op wandel
kom pas terug als 't u verbaast
dat ik toch nog die madam ben
die ge eigenlijk wel graag ziet
die u de bloemen tussen 't gras wijst
u gestopt heeft in een lied
over vorst, over woestijnen
over deuken aan de muur
er ontbreekt iets in dit huis
maar ook dat went op den duur
klein liedje over de woestijn
laat ons hopen dat er elders
wat meer plaats voor u zal zijn
klein liedje over u en mij
ik zal hopen maar niet wachten
totdat gij weer terug zult zijn
(Martine De Kok)
dinsdag 16 januari 2007
Voetgangersproblemen
zaterdag 6 januari 2007
Timmermans
(Felix Timmermans)
zondag 17 december 2006
Kleine neef
Lijstje
2. nieuwe oneliners van James Bond memoriseren
3. ex-liefje een sympathiek mailtje sturen
4. paar zanglessen nemen
5. duimen voor zus tot het pijn doet
6. veel fruit eten
7. daadkracht tonen
8. mild zijn voor mensen zonder daadkracht
9. kapotte lamp vervangen
10. nieuwe broeken kopen
11. gaan wandelen in het bos
12. mijn beste vrienden koesteren
13. grote stiltes op de juiste manier begrijpen
14. het uitslapen binnen de perken houden
15. idem dito voor Hineininterpretierung
16. geen moeilijke (Duitse) woorden gebruiken om indruk te maken
17. mijn top vijf van cd's 2006 opstellen
18. gul zijn met complimenten
19. gesprek aanknopen met onbekende op trein
20. iets stoms doen
21. "Delta Dawn" leren spelen
dinsdag 5 december 2006
Jeugdherinnering
zondag 3 december 2006
"God zegt wel niet veel, hé?"
dinsdag 14 november 2006
Het was gratis
- Of er ook Humo's zonder gsm-kaart zijn. (argeloos)
- Maar daar moetegij nie voor betalen! (zonder meer snauwend)
- Ah, sorry... (zich generend)
- Tch! (geërgerd met de ogen rollend)
dinsdag 7 november 2006
The world's a stage
vrijdag 20 oktober 2006
Lees wat je wilt
maandag 16 oktober 2006
zus
ze klinkt naar witte muren en medicijnen
je mag niet zo donker denken zeg ik
en ik gooi wat gezag in mijn stem
en ik praat over wanneer ze naar huis mag
en wat we dan gaan doen en zo
hoor mij nu bezig
“niet donker denken”
zij zou niet mogen en ik wel zeker
omdat ik ouder ben zeker
en liedjes schrijf zeker
ze vraagt wanneer ga je morgen bellen
en ik weet het nog niet
een grote broer zou dat nochtans moeten weten
zaterdag 23 september 2006
Wim Helsen
"En ik zie licht, wit licht, en nevelslierten die opzij schuiven en vanachter die nevelslierten een mevrouw, een mooie, dikke, kwabbige mevrouw. Het is mijn moeder, mijn moeder die mij roept. Ze spreekt mij toe vanuit hemelse dreven. “Kom maar hier, kleine jongen” zegt ze. “Kom maar hier, leg je hoofd maar in mijn schoot. Ik zal pleisters plakken waar je gesneden bent en ik zal de dieren uit je haren halen.”
En dan doe ik dat, dan leg ik mijn hoofd in haar schoot en dan aait ze mij en dan zegt ze dat ik rust mag zijn. Dat ik niet meer moet hopen. Dat ik niet meer moet proberen. Het helpt toch niet. Ge zijt helemaal alleen. Zoals iedereen altijd en overal alleen is in alle talen. Ge zijt bloot en weerloos. Ge zijt gemaakt van dun papier. Eén windvlaag en ge vliegt omver. Het is niet dat de anderen u niet willen helpen. Het is dat ze zelf gemaakt zijn van dun papier. Eén zuchtje en ze scheuren.
En ge kijkt naar mij en ge ziet uzelf staan en ge zegt tegen uzelf wat ge altijd al geweten hebt. Dat uw pijn voor u alleen is. Niemand anders kan eraan. Niemand heeft er weet van. En dat is goed zo. Zo zijn we vrienden. Dat soort vrienden zijn we. We proberen niet, hopen niet, we kijken. We kijken elkaar aan en we zeggen: kom, leg uw pijn maar hier bij mij, het zal geen grammetje helpen. Kom, leg uw hoofd in mijn schoot, dat ik u aai, dat ik u zeg dat ge van geluk moogt spreken dat ge niets betekent. Kom dichterbij, kom, ik heb u niks te bieden. Kom, vertel mij uw verhaal. Ik beloof: ik zal er niks van snappen. Kom, leg u in een bolleke aan mijn voeten. Ik zal een lied zingen voor u. Over niks."
(Wim Helsen, "Heden Soup")
zondag 9 juli 2006
0110
zondag 2 juli 2006
Op z'n plaats
Gatsby geloofde in het groene licht, de orgiastische toekomst die jaar op jaar voor onze ogen terugwijkt. Ze ontglipte ons toen, maar dat doet er niet toe - morgen zullen we harder lopen, onze armen verder uitstrekken... En op een mooie dag -
En zo varen we voort, schepen tegen de stroom op, onophoudelijk teruggevoerd naar het verleden. (slotparagraaf "The Great Gatsby", F. Scott Fitzgerald)
zondag 25 juni 2006
Niet onomkeerbaar: het voorbeeld
woensdag 21 juni 2006
Niet onomkeerbaar
dinsdag 20 juni 2006
Bericht aan de bevolking
M. zegt:
zeg, aan iedereen die ik vertelde van je boete
M. zegt:
-oei hoe kan ik die zin grammaticaal correct af maken-
M. zegt:
die iedereen was heel erg misnoegd over de belgische politie en regerink
M. zegt:
en iedereen schrok vooral met een allee dat kan toch niet
M. zegt:
mijn mama vooral!
M. zegt:
want die fietst door het rood en zo
M. zegt:
maar in gent zijn ze veel milder
M. zegt:
om maar te zeggen dat we allemaal aan je kant staan
M. zegt:
maar we gaan wel niet zo ver dat we gaan overschakelen op donaties
woensdag 14 juni 2006
24 en 150
Het was een warme zomeravond en ik fietste blijgemutst door Leuven. Ik moest nog snel even naar de bank om wat euro's, want straks werd ik geacht te trakteren voor mijn verjaardag. En mijn vrienden kennende zouden ze wel allemaal proberen mij op kosten te jagen. Zo zijn ze wel, stelletje klaplopers. Doch ik liet het niet aan mijn hart komen, want het was immers mijn verjaardag. Bovendien was ik geen 23 meer, hé? Nog steeds blijgemutst sloeg ik de straat van de bankautomaat in. Nu moet ik eerlijk toegeven dat dat niet mag, maar het was maar voor 5 meter en het was mijn verjaardag en ach, er was geen kat op straat en ach, daar kwam wel een zwaantje uit de tegenovergestelde richting. Eerst probeerde ik achteloos fluitend verder te fietsen, maar hij sneed mij zo'n beetje de pas af en ik voelde mij ook niet in de positie om daarover van mijn oren te maken. De wetsdienaar vroeg of hij mijn "pas" mocht zien. Even overwoog ik een woordspeling met het woord "pas". Ik doe dat namelijk zeer graag, woordspelingen maken. Uiteindelijk haalde ik gewoon mijn identiteitskaart boven en toen ging alles heel snel, maar dan trager. Hij schreef mijn naam en geboortedatum op, vroeg mijn adres en noteerde de datum van vandaag. Ik dacht: nu komt het, nu ziet hij dat "geboortedatum" en "datum van vandaag " nondedomme hetzelfde zijn! Of het mijn verjaardag was, zou hij verbaasd vragen, met een lichte trilling in zijn stem. Ik zou ja zeggen en we zouden elkaar schaterend om de hals vliegen. Groot was mijn verwondering toen hij gewoon terug op zijn moto stapte en wegreed. "Gekke flik!" dacht ik. "Hij speelt met mijn voeten!" Ik wachtte nog een paar minuten. Toen hij na een kwartier nog niet terug was en er achter mij een rij ontstaan was van 7 mensen die allemaal graag geld wilden afhalen, ben ik maar in opperste staat van verwarring huiswaarts gegaan. Te voet, fiets aan de hand.
Heden ten dage ben ik in mijn geboortestad, alwaar ik door fikse rugpijn al een paar dagen horizontaal tegen het leven aankijk. Zoals gezegd heb ik een brief van de postbode heb gekregen. Daarin word ik vriendelijk verzocht om onze staatskas met 150 euro aan te dikken. Voorwaar, een onprettige mededeling die mijn toch al zo geplaagde gemoedsrust verstoort. Dit is het moment om te beweren dat die flikken "zich beter met echte criminelen zouden bezighouden" en "dat het allemaal corrupte zakkenvullers zijn".
Helaas kan men niet kiezen welke wetten men wel of niet respecteert. Je moet het hele pakket aanvaarden of afwijzen. Dus zal ik met een zuur gezicht die 150 euro ophoesten, vervolgens met buurman MW de aloude dialoog "En wat doet de regerink? / Niets!" opvoeren en bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen toch maar weer het geloof in de democratie bewaren en dus niet op onze xenofobe vrienden van het Belang stemmen.
En nu, beste vrienden, ga ik een Nurofen nemen en op de zetel liggen. Of op "de bank", zoals ik als germanist eigenlijk moet zeggen, wat een beetje gek is omdat ik geen geld nodig heb. Behalve misschien om mijn boete te betalen.
donderdag 8 juni 2006
Lege maag
donderdag 1 juni 2006
dinsdag 30 mei 2006
The desert's for starting over
"We'll drive and keep driving, to the middle of nowhere, take that road as far as it takes us. You've never been west of Philly, have you? This is a beautiful country, Monty. It's beautiful out there, looks like a different world. Mountains, hills, cows, farms, and white churches.I drove out west with your mother one time, before you was born. Brookland to the Pacific in three days. Just enough money for gas, sandwiches, and coffee. But we made it. Every man, woman, and child alive should see the desert one time before they die. Nothing at all for miles around. Nothing but sand, and rocks, and cactuses and blue sky. Not a soul in sight. No sirens, no car alarms, nobody honking at you, no madmen cursing or pissing on the streets. You'll find the silence out there. You'll find the peace. You can find God.So we drive west. Keep driving till we find a nice little town. These towns out in the desert, you know why they got there? People wanted to get away from somewhere else. The desert's for starting over. Find a bar and I'll buy us drinks. One last whiskey with my boy. Take our time with it, taste the barley, let it linger. And then I'll go. I'll tell you: "Don't ever write me. Don't ever come visit." I'll tell you I believe in God's kingdom and I believe I'll be with you again and your mother but not in this lifetime.You get a job somewhere, a job that pays cash, a boss who doesn't ask questions and you make a new life and you never come back. Monty, peoply like you, it's a gift. You make friends wherever you go. You work hard. You gonna keep your head down and your mouth shut. You gonna make yourself a new home out there. You'll miss your friends, you'll miss your dog. But you're strong. You got your mother's backbone in you. You're strong like she was. You forget your old life. You can't come back. You can't call. You can't write. You'll never look back. You'll make a new life for yourself and you'll live it, you hear me? Give them a good life, Monty. You'll have a son. Maybe you'll name him James, it's a good, strong name.And maybe, one day, years from now, long after I'm dead and gone, reunited with your dear mother, you gather your whole family together and tell them the truth. Who you are and where you come from. Tell them the whole story. And then you'll tell them how lucky they are to be there. They all came so close to never happening. This life came some close to never happening."
vrijdag 19 mei 2006
Frankieboy
“Het is even slikken maar Mohammed B. is niet getikt. Hij behoort tot een groeiend leger van fanatici die anders dan wij niet bang zijn het woord ‘oorlog’ in de mond te nemen. Die hun overtuiging niet uit de geschriften van verdwaalde halve garen bijeen hebben gegraaid, maar uit de koran, het heilige boek waarop de islam rust”. (Frank Vanhecke in zijn column "De Islam Is het Probleem")
woensdag 17 mei 2006
Zuiver
Zuiver
Zuiver komt de avond af, liefste
en ruikt naar wind gelijk uw haar,
uw lippen als ge lacht.
Een wolk schuift tegen de bleke hemel
voorbij, mijn hand
over het zachte vel van uw hand.
Jotie T' Hooft
woensdag 10 mei 2006
Fantoompijn
zondag 30 april 2006
De spoorwegovergang
zaterdag 29 april 2006
Geen grote lijnen
donderdag 27 april 2006
Een ijsco
Ik ging naar buiten, waar juist een venter passeerde, legde het kwartje op de kar en zei: 'Een ijsco.' 'Van vijf?' vroeg hij. 'Dat is goed,' zei ik. 'Of van tien?' 'Dat is goed, een ijsco,' zei ik. 'Van vijf of van tien?' vroeg hij toen. Er werd geen bepaalde beslissing genomen, maar hij maakte een zeer dikke gereed en juist nam ik die in ontvangst, toen mijn moeder naar buiten kwam. 'Hij is stout geweest,' zei ze tegen de man, 'hij heeft er om gezeurd.' Ik hield de ijswafel vast. Mijn moeder trok me mee. 'Hij krijgt nog geld terug!' riep de venter, maar we waren al binnen en de deur sloeg dicht. De ijswafel beviel me niet en ik mocht hem op een schotel in de keuken leggen.(De ondergang van de familie Boslowits, p. 15)
donderdag 20 april 2006
Leve mij
Ann heeft haar broer George naar school gebracht, hem begeleid naar zijn laatste dag op de kleuterschool, in september wordt het menens. De verontruste juffrouw heeft Elisabeth eens opzij genomen maar niet ver genoeg, hij kon het gesprek volgen. De juffrouw zei dat George met vreemde verhalen uitpakte, hij vertelde dat wij er thuis een helikopter op nahouden. 'Liegt de jongen soms gemakkelijk, madame?' vroeg de bezorgde pedagoge. 'Nee, mevrouw,' suste Elisabeth, 'hij heeft gelukkig nog verbeelding.' George stond erbij met hangende onderlip, hij voelde dat zijn juffrouw niet in zijn wereld wou treden, het vernietigende woord 'liegen' heeft zijn helikopter getroffen die brandend naar beneden stort.
zondag 16 april 2006
Whodunnit?
- Hé gasten, hier staan fietsen! De max!
- Wow, niet te doen! Dat moet de enige straat in Leuven zijn!
- Kunnen we daar niks mee uithalen?
- Ik weet het, laten we ze alle tien een straat verderop zetten!
- Maar dan moeten we drie keer heen en weer lopen?
- Dat is waar, maar het wordt wel lachen!




